De onderzoeksrechter van het Openbaar Ministerie, Baltazar Garzón, heeft de afgelopen week een lijst overhandigd gekregen met daarop de namen van de in geheel Spanje 143.353 vermiste personen uit de Guerra Civil (de Spaanse Burgeroorlog 1935-1936) en de daaropvolgende dictatuur. Deze lijst is overhandigd door het Plataforma de Víctimas de Desapariciones Forzadas por el Franquismo (Platform voor de Slachtoffers van de door het Franco-regime Gedwongen Vermisten). Dit platform heeft de aanklachten betreffende deze feiten ingediend bij de rechtbank van Garzón. Op deze lijst komen 2.211 namen voor die corresponderen met slachtoffers op de Canarische Eilanden

De overhandiging van de lijst was tijdens een persconferentie  aangekondigd door vertegenwoordigers van het platform –  dat bestaat uit elf verenigingen van familileden van vermisten, de Confederación General del Trabajo (CGT) en particulieren - waarin de secretaris, Paqui Maqueda, liet weten: “Er ontbreken nog vele namen, zodat we ons niet wagen in het geven van een exact aantal.”
Volgens het platform bedraagt het aantal vermisten uit de  Burgeroorlog en de daaropvolgende Franquistische dictatuur tot wel 42-131 personen in Andalusië, 14.660 in  Castilla y León, 8.851 in Castilla-La Mancha, 3.424 in Madrid, 6.000 in Asturië, 29.034 in de Comunidad Valenciana, 1.000 in Murcia, 9.538 in Aragón en 7.000 en Galicië.

Bovendien omvat de lijst 2.535 vermisten in Cantabrië,1.900 in Baskenland, 3.920 in Navarra, 2.070 in La Rioja, 2.211 op de Canarische Eilanden, 768 in Ceuta y Melilla, 1.486 op de Balearen, 3.338 en Catalonië en  9.486 in Extremadura, waardoor men op een gedocumenteerd aantal komt van in totaal 143.353 gevallen van vermissing.

Op de lijst komen ook namen voor van vermoorden of vermisten buiten Spanje.

Opgravingen van de overblijfselen van vermisten die zijn aangetroffen in geopende massagraven in de gemeente Fuencaliente  (La Palma).

Het bestuur van het Forum voor de Memoria del País Valenciá, Empar Salvador, stond erop, aan te geven, “dat het a‘oriënterend’ is,”  en ze benadrukte, “ dat men niet het zicht mag verliezen, dat het in elk van deze gevallen om een persoon en de volledige omgeving van zijn zijn/haar familie gaat.”

Cecilio Gordillo, van de CGT, benadrukte, “dat Garzón de enige burger in dit land is die nu een lijst van vermiste personen in handen heeft, ondanks het feit, dat de meeste documentatie uit de annalen van de Staat komt, uit allerhande archieven.”

Gordillo verzekerde echter, “dat er veel onderzoeken hebben plaatsgevonden, waarbij men geen toegang verkreeg,” dit ondanks het feit, “dat veel van die onderzoeken zijn gefinancierd met overheidsgelden.” “Toen Garzón besloten had, om zich tot slcehts vijf Gemeente te wenden, heeft de overgrote meerderheid van de overige verenigingen zich ontrokken aan de verantwoordelijkheid om deze gegevens te verzamelen,” zo beweerde de vertegenwoordiger van de CGT.

In het kader van de ervaringen van de rechter, “weten we, dat alleen Galicië en Catalonië documentatiemateriaal overhandigd hebben,” bevestigde Gordiloo, die liet weten, “dat vanwege het feit , dat de Staat haar verantwoordelijkheid niet genomen heeft, er veel namen dubbel of zelfs drievoudig voorkomen op de lijst, hetzij dat deze voorkomen op een lijst als zijn afkomstig uit een autonome regio, hetzij als slachtoffer op een andere lijst.”

 Maqueta legde uit, dat men met de overhandiging van de lijst – die men produceerde na de in december 2007 en juli 2007  ingediende aanklachten en die nog steeds niet toegelaten is tot de behandeling door Garzón -  men voor heeft, “om met alle wettelijke middelen, de naam en het leven van personen in ere te herstellen.” Het eerste doel van onze verenigingen is niet, dat de nog steeds levende beulen in het beklaagdenbankje worden geplaatst,” verklaarde Maqueda, die daaraan echter toevoegde, “dat als er strafrechterlijke vervolging is, dat dit dan zo mag zijn.”

Ook was hij van mening, dat de “vertraging” bij de Regering, in het in kaart brengen van massagraven, zoals dit is vereist in de Ley de Memoria Histórica (Wet op het Geschiedkundige Geheugen), te wijten is aan een “onvolledige afwezigheid van politieke wil.” Om vervolgens te bevestigen, “dat werk wordt gedaan door familieleden en verenigingen.”

Bovendien benadrukte Maqueda, “de weigering van 95% van de verenigingen,” van de genoemde wet, hij kritiseerde de medewerking van de gemeenten, “onafhankelijk van hun politieke kleur. Hij vroeg het oprichten van informatiekantoren bij de locale overheden en onderstreepte de moeilijkheid, gegevens over de vermisten te verkrijgen die niet in enig register zijn opgenomen.

Het Plataforma de Víctimas de Desapariciones Forzadas por el Franquismo maakt onderdeel uit van de Asociaciones para la Recuperación de la Memoria Histórica van: Andalusië, Aragón, Catalonië, Mallorca, Valladolid, Sierra de Gredos y Toledo, Arucas, Ponteareas, Aguilar de la Frontera, Navarra enValencia, en bovendien van de CGT.

Deel deze informatie:
  • Digg
  • Sphinn
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Mixx
  • Google
  • E-mail this story to a friend!
  • Live
  • NuJIJ

Zoeken in andere artikelen met verwante onderwerpen:
, , , , , , , , , , , .

Blog posts on this article

  1. Represailleslachtoffers van het Franco-regime krijgen officieel de status van slachtoffer at Gran Canaria: Hollandse Nieuwe. Artikelen en nieuws over Gran Canaria en de Canarische Eilanden Okt 04 2008 / 6pm
  2. Opgravingen Arucas: waarschijnlijk 30 skeletten van vermisten in put van de Heksenvlakte at Gran Canaria: Hollandse Nieuwe. Artikelen en nieuws over Gran Canaria en de Canarische Eilanden Dec 03 2008 / 10pm

Leave a Reply


173 keer gelezen, 1 keer vandaag

Download de laatste versies van de Hollandse Nieuwe:


--== dit artikel is uitgeprint vanaf www.hollandsenieuwe.com ==--
Grafische versie