Ze stond te schreeuwen dat ze (nog een keer) moest bellen. Pa (R.) vond dat het welletjes was geweest.
Zij niet. Ze trok haar scheur nog
verder open en begon schreeuwend te
vloeken. Dat ging pa toch echt te ver. Als in een reflex smeet hij de afstandbediening naar haar hoofd. Toen had hij de poppen pas echt aan het
dansen.
![]() |
‘Wat wil ze van je?’, vraag ik aan R. die het verhaal over het voorval met zijn dwarse puberdochter in geuren en kleuren aan mijn keukentafel zit te vertellen. ‘Weet ik veel’, zegt hij. ‘Waarschijnlijk net zo lang drammen tot ze in alles haar zin krijgt.’
‘Denk je dat echt?’, vraag ik. ‘Nou ja, ik weet het ook niet’, antwoordt hij. Het kan me eigenlijk ook niet meer schelen.’
En daar geloof ik nou niks van.
Dat hij het niet meer weet, oké. Maar ik ken maar weinig vaders die het niks kan schelen. Bovendien: pubers die lelijk doen en een grote bek opzetten willen echt wel meer dan alleen hun zin krijgen. Aandacht bijvoorbeeld.
En hoewel ze negatieve aandacht
vragen, willen ze eigenlijk alleen maar - net als jij en ik - dat er van ze gehouden wordt.
Pa ziet zijn dochter om de week. Ze is de ene week bij hem, de andere bij zijn ex. Dochter sjouwt iedere week met haar tasje naar een andere voordeur. Dat valt al niet mee.
Bovendien: pa woont sinds een paar maanden samen met een andere vrouw én haar twee kinderen. Puberdochter moet zijn aandacht nu ook nog met drie anderen delen én accepteren dat die ‘boze stiefmoeder’ zich ook nog eens met haar leven bemoeid. Zelfs al ben je niet in de pubertijd zou je er van gaan schreeuwen.
‘Heb je al eens geprobeerd om
aardig en lief tegen haar te doen op zo’n moment?’, vraag ik. Hij kijkt me aan alsof hij het in Keulen hoort
donderen. ‘Probeer eens rustig te blijven. Jij schreeuwt zelf ook nogal
makkelijk en goed voorbeeld doet goed volgen.’
‘Misschien moet je eens een middagje met haar alleen naar de stad. Of naar de bioscoop. Op de rand van haar bed gaan zitten om te vragen hoe het nou echt met haar is. Samen gaan lunchen op een terras op een zonnige zaterdagmiddag. Eens luisteren in plaats van praten. Zeg haar eens dat je begrijpt dat het voor haar ook niet al te gemakkelijk was en is?
R. is er stil van. Hij roert in zijn koffie totdat de bodem er bijna uitvalt.’Houd je van haar?’, vraag ik geheel overbodig. ‘Natuurlijk’, antwoordt hij verontwaardigd. ‘En wanneer was de laatste keer dat je dat tegen haar zei?’
Hij kijkt me aan en houdt zelfs op met roeren. Het blijft stil. Zijn ogen
worden vochtig als hij heel zachtjes fluistert: ‘Nog nooit










