KLIMAAT

We lezen regelmatig posters of folders met toeristische propaganda waarin men verwijst naar het buitengewone klimaat van de Canarische Eilanden: “Eeuwige lente”, “Zonzeker”, “Het beste klimaat ter wereld”… Hoewel het toeristische slogans zijn, zijn ze waar, en zeer zeker bestaat er in de kustgebieden weinig verschil tussen de gemiddelde dagtemperatuur en de gemiddelde jaartemperatuur, met een gemiddelde van 20º C.

Het is dit feit, dat in de Oudheid legendes in het leven zijn geroepen die de Archipel benoemen als “”Gelukzalige Eilanden”, “Eeuwige Jachtvelden”, “Tuin van de Hesperiden” en die uiteindelijk als paradijs gewenst worden door alle mensen enn dat uiteindelijk als zodanig, door sommigen, gesitueerd wordt op deze, in de Atlantische Oceaan verloren eilanden, juist vanwege hun bevoorrechte klimaat.

Vanwege de temperatuur kan men de Canarische Eilanden als gelukzalig beschouwen, maar het klimaat is niet alleen temperatuur. Daarvoor is het voldoende om een boer te ondervragen, vooral op de oostelijke eilanden en dan moet men maar eens ziens hoe bevoorrecht deze is met het klimaat.

klimaat.JPG

ALGEMENE KLIMATOLOGISCHE FACTOREN
Het is wenselijk om de basiskenmerken van het begrip klimaat te kennen, om daarna de karakteristieken van het Canarische klimaat beter te kunnen begrijpen,

De hoofdfactoren die het klimaat bepalen zijn: de temperatuur (koude- warme lucht, de vochtigheid (droge-vochtige lucht) en de atmosferische druk ( zware-licht licht). Ten gevolge van dit alles moet men rekening houden met de heersende winden en neerslag.

De temperatuur is afhankelijk van de zonneschijn op het aardoppervlak. De vochtigheid is afhankelijk van de hoeveelheid waterdamp die zich in de atmosfeer met de lucht vermengt, ten gevolge van verdamping uit rivieren en zeeën. De veranderingen in de luchtdruk en temperatuur veroorzaken verhoging van de relatieve luchtvochtigheid, die condensatie van het water veroorzaakt de wolken van waaruit neerslag valt. De druk is afhankelijk van het gewicht van de lucht op elk willekeurig punt op aarde. De hoge of lage luchtdruk varieert al naar gelang diverse factoren. Aldus: hoe hoger een plaats op aarde ligt, des te minder luchtdruk er zal heersen.

Bij hogere temperaturen is er minder luchtdichtheid en daardoor, minder druk. Warme lucht stijgt op, omdat deze lichter is, en koelt af in de hogere lagen van de atmosfeer, waardoor deze daalt en zodoende thermische stromingen creëert.Anderzijds zijn er daarom, specifieke gebieden, die dankzij hun specifieke kenmerken neigen naar het hebben van hoge- of lage luchtdruk, op een bijna constante manier. Dit is het geval met het hoge drukgebied boven de Azoren. Men moet ook in overweging nemen, dat de luchtlaag die boven de aardkorst hangt niet op alle plaatsen dezelfde dikte heeft. Er zijn gebieden waarin lucht zich opstapelt en die hoge luchtdruk vormen, hogedrukgebieden (anticiclones) genoemd en zones met atmosferische gaten, die plaats bieden aan lagedrukgebieden (borrascas). De verschillen in temperatuur of luchtdruk tussen de ene plaats en de andere veroorzaken de winden, massa’s lucht die in beweging zijn, om de onevenwichtigheid te herstellen. Ze gaan van de centra van hoge druk naar die van de lagere druk.

Er zijn constante winden, zoals de verkoelende winden (alisios) die gedurende het gehele jaar waaien van subtropische hogedrukgebieden (op de 30ste breedtegraad van beide halfronden ) naar de Evenaar.

Er zijn periodieke winden, zoals briesjes die geproduceerd worden tussen de zee en het land of tussen het dal en de berg. Binnen dit windtype vallen de moessons (monzones) op.

Er zijn plaatselijke winden. Dat zijn die, hoewel ze geen regelmaat in tijd kennen, voorkomen in dezelfde regio’s.

Er zijn onregelmatige winden, die helemaal geen regelmaat laten zien en die men beschouwt als atmosferische luchtturbulenties.

VOORWAARDEN VAN HET CANARISCHE KLIMAAT

Wat het klimaat in een bepaalde regio droger of vochtiger maakt, kouder of warmer enz., hangt af van diverse geografische factoren, die samengevat bestaan uit de breedtegraad en de geografische omgeving.

De breedtegraad

Hoe dichter of hoe verder van de Evenaar, bepaalt hoe warmer of hoe kouder de temperatuur is. In die zin bevindt de Archipel zich tussen 28º en 29º Noorderbreedte van de Evenaar. Dat wil zeggen, in een gebied wat dicht bij de Kreeftskeerkring ligt, want deze begint op 23º27’; waardoor de eilanden warmer zouden moeten zijn. Maar men moet aangeven, dat de Archipel in een gebied ligt, dat onder invloed staat van de verkoelende winden (vientos alisios). Deze starten vanaf de 30ste breedtegraad richting Evenaar en kruisen de Canarische Eilanden waardoor deze voordeel met zich meebrengen betreffende de luchtvochtigheid en ze voorzien de Eilanden van een gelijkblijvende temperatuur.

De verkoelende winden (vientos alisios) zijn constant en hebben twee bestanddelen:

1) de superieure die droog en warm is, waait vanuit het NO.

2) de inferieure, die vochtig en gematigd van temperatuur is, waait van NO naar ZW. Deze laatste wordt veroorzaakt door de verkoelende superieure winden (alisios superiores) en de polaire zeewinden, die, doordat ze een grote afstand hebben afgelegd over zee, de temperatuur van het water aannemen en een bepaalde vochtigheid hebben. Zodoende bevoordelen zij het Noordelijke Deel van de Eilanden, ze verkoelen deze en zorgen voor tevredenstellende regenbuien.

Er zijn andere winden, niet constant, maar wel met een regionale regelmaat. Dit zijn:

- De Saharawinden, die waaien vanuit het Afrikaanse Continent, met hete lucht en die veel zwevende stof transporteren, soms, zorgen deze winden voor sprinkhanenplagen.

- De Zuidelijke winden, die afkomstig zijn uit de tropen, in sommige gevallen veroorzaken deze overvloedige regenbuien, speciaal in de hoger gelegen gedeelte van het middelhoge gebergte.

- De Polaire zeewinden van de Noord-Atlantische lagedrukgebieden laten zich vooral gelden in d winter, die in de heel hoog gelegen gedeelten (hoger dan 1.500 m) sneeuwbuien veroorzaken.

Evenzo zijn er andere windstromingen met massa’s onregelmatige lucht, die voor atmosferische fronten zorgen en die, slechts in zeldzame gevallen, de Archipel passeren waarvan dan de minder hoge eilanden kunnen profiteren, zoals Lanzarote en Fuerteventura. Ze kunnen aldus intense stortbuien veroorzaken waarbij er in slechts één dag meer neerslag valt, dan het jaarlijkse gemiddelde..

Het reliëf en de windrichting

Elk Eiland en elk gebied op een eiland heeft weercondities vanwege zijn hoogteligging.

Het reliëf vormt een obstakel en een drempel in de richting van de winden, ze zorgen voor een ongelijke verdeling van temperaturen en luchtvochtigheid. Zo zien we het bestaande verschil tussen de hoge eilanden en de lage eilanden, want de eerstgenoemde profiteren van de vochtigheid van de verkoelende winden (alisios)

Ook zijn er verschillen tussen het Noorden en Zuiden, want het noordelijke gedeelte is het deel wat deze winden ontvangt. Ook zijn er verschillen in het Noordelijke gedeelte, waarbij men onderscheidt maakt tussen diverse zones, al naar gelang hun hoogteligging, want door het sterk geaccentueerde hoogteverschil kan men op korte afstand verschillende klimaatzones waarnemen. Hoewel dit niet wil zeggen, dat het op de hoogste gelegen gedeelten het koudst is, want in veel gevallen doet zich het verschijnsel van inversie in temperatuur voor boven de mar de nubes (wolkenzee) die zich vormt op een hoogte van meer dan 1.000 tot 1.500 m; waar het droger en warmer kan zijn (zoals in de Cañadas del Teide). Dit is te wijten aan de massa koude en vochtige lucht die toebehoort aan de inferieure verkoelende wind (alisio inferior) en de massa droge en warme lucht van de verkoelende superieure wind (alisio superior)

De geografische omgeving

Hoewel hoogte en reliëf hetzelfde kunnen zijn in twee gebieden, kan het effect van het klimaat niet hetzelfde zijn. Want dit hangt ook af van de precieze ligging van de enclave en is afhankelijk van de geografische werkelijkheid van de omgeving waarin deze zich bevindt.

Het Canarische klimaat is ook per eiland verschillend, omdat het gaat gaat om een regio binnen een continent. De zee beïnvloed in dit geval het klimaat, net zoals de nabij gelegen woestijn (de Sahara) dit doet. Wat deze laatse betreft, hebben we al gezien, dat de plaatselijke winden die in deze regio waaien saharazand met zich meevoeren. De boer herkent deze tijdig aan de onrustige zee, de roodachtige kleur van de lucht en de hete lucht die men inademt.

Voor wat betreft de zee, kent men de matigende invloed die deze heeft. De zee rond de eilanden wordt in het bijzonder beïnvloed door omleiding van de stroming uit de Golf van Mexico (de Golfstroom), de zogenoemde koude Canarische stroom, die, vooral in de kustgebieden, als atmosferische regulateur optreedt. In het geval, dat deze stroom niet zou bestaan, zou de omgevingstemperatuur veel hoger zijn.

KLIMATOLOGISCHE VERSCHILLEN PER EILAND

Men onderscheidt al naar gelang hoogte drie soorten eilanden die, zoals we gezien hebben, verschillen in klimatologische omstandigheden veroorzaakt.

a) De lage eilanden, Fuerteventura en Lanzarote, die altijd onder de hoogte liggen waarop de wolken zich vormen. Daarom zijn ze ook droger. Gemiddeld valt er 100 mm/jaar op een hoogte van 500 meter.

b) De middelhoge eilanden, La Gomera en El Hierro, die tot in de wolkenzone reiken,

c) De hoge eilanden, Tenerife, La Palma en Gran Canaria, die boven de wolkenzone uitkomen en de zuivere en droge lucht bereiken waar het overheersende element van de verkoelende winden(alisios) voorkomt.

KLIMATOLOGISCHE VERSCHILLEN PER GEBIED

Zoals we al gezegd hebben is het Canarische klimaat zacht en het laat nauwelijks verschillen zien tussen de jaargetijden. Echter op korte afstand zijn de klimatologische contrasten verrassend (micro-klimaten).

De reiziger kijkt vreemd op, als deze in La Laguna is waar bewolking overheerst en waar een zekere “saaiheid” hangt en als deze dan enkele kilometers verderop, richting Santa Cruz, een vrolijk schijnende zon aantreft. Deze klimatologische verscheidenheid in een zo klein gebied is dat, wat ervoor gezorgd heeft, dat de meeste van de eilanden beschouwd worden als mini-continenten. Uiteraard laten de klimatologische verschillen hun sporen na in de verschillen in vegetatie en laten aldus, de meest gevarieerde landschappen zien.

Om deze werkelijkheid beter te laten zien, maken we een toeristische tour vanaf de Cañadas del Teide del Tenerife waar we een vulkanisch en droog landschap zien, wat op ons overkomt als een maanlandschap, met grillig gevormde rotsen, struikgewas en bremstruiken. In deze verrassende en vreemde hoogvlakte rijst, bedekt met sneeuw, de reusachtige Teide op. Het is een gebied met grote verschillen maar met een schitterende zon.

We dalen af, en op 2.00 meter hoogte, is het droge land bedekt met dennenbomen. Het bos wordt steeds groener en groener. Vervolgens wordt de pijnboom langzaam maar zeker vervangen door een nog intenser groen van struikgewas dat de berg bedekt.

Dan komen de kastanjebomen en andere fruitbomen. We bevinden ons in het Noorden op een hoogte van 1.000 meter, het klimaat is koud en vochtig.

Daarna komen de graangewassen en weer lager, de aardappelteelt en de wijnbouw. Hier is het klimaat fris en aangenaam.

En uiteindelijk naderen we de kust waar zich de ‘Valle de La Orotava’ uitstrekt die bedekt is met bananenplantages. De zon is aangenaam en de toeristen liggen er bruin te bakken aan zwembaden en stranden.

Het kan gebeuren, dat het gehele Noorden bewolkt is, met regen en dat de reisbureaus vervolgens de toeristen meenemen in een autobussen en 40 kilometer de weg naar het Zuiden afleggen, naar het Arena-strand bij punto Santiago, waar de zon schijnt zonder ook maar gestoord te worden door een wolk. Hier is het terrein steenachtig, ruig en overvloedig voorzien van struikgewas. Op de landbouwgronden overheerst de tomaat en er zijn ook bananenplantages.

Is dit een mini-continent, of niet? Op Gran Canaria en La Palma kunnen we dit ook zien. De beschrijving die we hebben gegeven kan ons van dienst zijn bij het onderscheiden van de belangrijkste zones die er zijn in de noordelijke en zuidelijke delen van de eilanden.

NOORDELIJK DEEL

We hebben het over de barlovento-kant (loefzijde), dat wil zeggen, daar waar de winden voorkomen:

a) Lage zone.- we kunnen twee niveaus onderscheiden

1) Het niveau tot 200 meter. Dit karakteriseert zich door de invloed van de zeebries. Temperatuurverschillen zijn zijn er nauwelijks. De gemiddelde temperatuur varieert tussen de 19 en 23º C. De gemiddelde neerslag bedraagt 200mm per jaar. Het is zonder meer het meest voorspoedige agrarische gebied met tropische producten.

2) Het niveau van 200 tot 600 meter. Hier neemt de invloed van de zee af en men ziet er grotere temperatuurverschillen van tussen de 16 en 21º C. Het is er fris en aangenaam, men cultiveert er de wijnstok en ander mediterraan fruit.

Over het algemeen kan men het klimaat in het lage gedeelte vergelijken met het mediterrane klimaat, gematigd en droog.

b) Het middelhoge gebied – tussen 600 en 1.500 meter. Hier is het klimaat koud en vochtig, het bedekt de grond met dauw en het is bewolkt. De gemideelde temperatuur varieert tussen de 12 en 16º C. Er valt 500 tot 1.000 mm regen per jaar. Op het groene bergland worden graangewassen, aardappelen en kastanjes geteeld. Het is een gebied dat men kan vergelijken met een zeeklimaat; gematigd en vochtig.

c) Het hoogelegen gedeelte.- Dit kan in tweeën worden opgedeeld:

1) dat wat ligt tussen 1.500 en 2.700 meter. Dit komt alleen voor op de hoogste eilanden: Tenerife, Gran Canaria en La Palma. Over het algemeen is de lucht er droog, deze wordt gevormd door de superieure component van de verkoelende winden, behalve tijdens de perioden van polaire zeewind. Elk jaar valt er wel sneeuw. De neerslag bedraagt er ongeveer 44mm. Er bestaat een groot verschil in temperaturen onder 0º C. De gemiddelde jaartemperatuur bedraagt 9º C. Het is het gebied van de dennenbomen die verdwijnen op de hoogst gelegen delen om vervangen te worden door struikgewas en bremstruiken.

Het klimaat in deze gebieden lijkt op het landklimaat: warme dagen en zomers en koude nachten en winters, hoewel in dit gematigde klimaat geen extremen voorkomen.

2) dat wat ligt tussen 2.700 en 3.700 meter, bestaat alleen op het eiland Tenerife, op de Pico Viejo en op de Teide, waar temperaturen tot min 15graden C. kunnen voorkomen. Hier bloeit het beroemde “Teide-viooltje”, dat kan overleven onder een dikke laag sneeuw.

Het klimaat in deze gebieden kan men rangschikken als sub alpine-klimaat, met temperaturen die regelmatig onder 0º C liggen en sneeuw in de winteer

ZUIDELIJK DEEL

Aan de sotavento-kant (lijzijde), dat wil zeggen daar waar de winden niet voorkomen, kan men drie klimaatzones onderscheiden:

a) Het lage gedeelte.- Het droge kustgedeelte. Het is er droger dan aan de noordelijke kuststrook en de temperatuurverschillen zijn er groter. Hier overheerst de tomatencultuur op Tenerife en Gran Canaria en de wijnstok op Tenerife en La Palma.

b) Het middelhoge gedeelte.- Hier brengen af en toe de Zuidelijke stormen intense regen. Het klimaat is hier wat betreft sommige aspecten gelijk aan het mediterrane klimaat. Op Gran Canaria en in het bijzonder op Tenerife, worden hier aardappelen geteeld.

c) Het hoge gedeelte.- met dezelfde eigenschappen als het Noordelijke deel.

Deze eigenschappen doen zich hoofdzakelijk voor op de hoge eilanden (Tenerife, La Palma en Gran Canaria). Op de middelhoge eilanden (La Gomera en El Hierro) bestaan weinig klimatologische verschillen en op de lage eilanden (Lanzarote en Fuerteventura) zijn de verschillen nagenoeg te verwaarlozen.

KLIMAAT EN LEVEN

De schaarse regenbuien en de gematigde temperaturen bevoordelen het buitenleven en zorgen ervoor, dat er geen regen- of winterkleding nodig is, evenmin heeft men verwarming in huis nodig. Zelfs in de meest koude maanden op het Noordelijke Halfrond, blijft het zeewater rond en de lucht op de Canarische Eilanden gematigd van temperatuur. Terwijl in de meeste regio’s de bomen er kaal bij staan, dragen deze op Canarias bloemen. Men ziet ze aan beide zijden van de weg. Het klimaat en het Canarische landschap zijn de grote trekpleisters die jaar na jaar veel toeristen aantrekken.

Zoals het klimaat de reden is van deze moderne “pelgrimage”, zo vormt het op de Archipel een zorg voor de landbouwer, die af en toe naar de lucht kijkt en regen verwacht. Andere keren moet hij muurtjes en walletjes optrekken tegen de wind, of dan weer moeten met rook en geluidsknallen de sprinkhanen verjaagd worden die zijn meegekomen met de woestijnwind.

De grootste luchtvochtigheid komt voor op de westelijk gelegen eilanden en daaronder neemt La Palma (“La Isla Verde”) met gemiddeld 600 mm regen per jaar de eerste plaats in. Lanzarote en Fuerteventura verkeren echter met gemiddeld 140 mm regen per jaar op woestijnniveau.

En, op de meeste eilanden is het Noorden ook vochtiger dan het Zuiden.

BRON: Natura y Cultura de Las Islas Canarias, ISBN 84-400-5293 Depósito Legal: TF 671-1968

Deel deze informatie:
  • Digg
  • Sphinn
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Mixx
  • Google
  • E-mail this story to a friend!
  • Live
  • NuJIJ

Zoeken in andere artikelen met verwante onderwerpen:
, , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , .

Leave a Reply


508 keer gelezen, 4 keer vandaag

Download de laatste versies van de Hollandse Nieuwe:


--== dit artikel is uitgeprint vanaf www.hollandsenieuwe.com ==--
Grafische versie