Toontje werd in 1907 geboren in de monding van de barranco de Los Cernícalos (het Ravijn van de Torenvalken) in een arbeidersgezin.
![]() |
|
Antonio Suárez Florido, in de patio van zijn huis in Los Arenales.
|
Op de 13de van de volgende maand zal hij zijn 100ste levensjaar volmaken. Antoñito is nog steeds sterk, hoewel hij klaagt over zijn benen en prostaat, hij eet nagenoeg alles en heeft een buitengewoon heldere geest. Hij leest elke dag de krant en is op de hoogte van alles wat er deze eeuw, de tweede voor hem, zoal is voorgevallen.
Antonio Suárez Florido werd op 13 mei 1907 geboren in de wijk Los Arenales, daar, waar de Barranco de Los Cernícalos zijn lied van klaterend water verliest en waar de destijds vruchtbare landerijen er nu verlaten en verschroeid bij liggen. Temidden van een gezin, dat zich bezig hield met veehouderij en landbouw. Zijn herinneringen gaan terug tot aan zijn jeugd, toen hij op 16-jarige leeftijd, op zoek naar een betere toekomst, naar Cuba emigreerde.
Van zijn jeugdjaren herinnert hij zich het werken op het land met zijn ouders en broers, waarbij het er om ging, het dagelijkse eten bijeen te schrapen op een vruchtbare, rijkelijk bevloeide akker, maar die niet voldoende opleverde voor een dergelijk groot gezin, waardoor hij genoodzaakt werd te emigreren.
Eenmaal op Cuba, waar werkkrachten gezocht en gewaardeerd werden, begon hij te werken in een suikermolen, als menner op een ossenwagen die het suikerriet transporteerde naar de fabriek. Daar werkt hij heel hard, zij aan zij met zijn twee broers. Het gebied Camagüey staat in zijn herinnering gegrift, daar werd hij volwassen en raakte hij verliefd op het land, dat hem verwelkomde. Daar genoot hij van de eeuwenoude gewoonten en gebruiken. Het samenleven met andere eilandbewoners deed in hem de liefde ontwaken voor de Cubaanse dichtkunst, zodanig, dat hij zich nu nog steeds, 80 jaar na dato, duidelijk gedichten en tienregelige versjes van elk acht lettergrepen, herinnert.
Terugkeer
In de 10 jaar, dat de drie broers Antonio, Domingo en Chano op Cuba verbleven, stuurden ze maandelijks 100 duro’s naar hun moeder. Verder spaarden ze zoveel geld als ze maar konden. Uiteindelijk slaagden ze erin, een goede boerderij aan te kopen in Los Arenales.
Op 27-jarige leeftijd keerde hij terug naar zijn geboorteland, naar zijn thuis, voor een toekomst van werken, maar nu meer hoopgevend, dan toen hij van het ene eiland naar het andere trok.
Met zijn 37 jaar, in 1946, trouwde hij met de uit Valsequillo afkomstige Agustina Suárez Martel, met wie hij vijf kinderen kreeg, drie zonen en twee dochters. Twee zonen erfden zijn avonturiersbloed en vertrokken al op jeugdige leeftijd naar Engeland om er te gaan wonen. Daar huwden zij met twee gezusters die geëmigreerd waren vanuit het vasteland van Spanje.
Voordat hij zich volledig ging wijden aan de taken op de nieuwe boerderij, probeerde Antonio Suárez zijn geluk in de tomatenoogst-campagnes van de tomatenboeren in het Zuiden. Maar al snel keerde hij terug naar Los Arenales om er het land te bewerken en de aangrenzende dierenstal te verzorgen
Het gebied van Arenales was tot aan de tweede helft van de vorige eeuw een ware provisiekast voor Telde, in een periode waarin de laagvlakte van de gemeent overliep van vruchtbaarheid. In dit gebied groeide allerlei soorten fruit, van perziken en abrikozen tot pruimen, maar ook sinaasappels, kweeperen, olijven, amandelen en allerlei soorten groenten. Op een esplanade tegenover de huidige school, waar de geasfalteerde weg begon, werden vrachtwagens van Juan Calixto ’s avonds volgeladen met producten die naar de markten van Telde en die van de hoofdstad van Gran Canaria gingen.
Geuren
Antonio Suárez ruikt nog steeds naar de abrikozen en perziken die hij kweekte op zijn boerderij. Dit is allemaal, beetje bij beetje, weggekwijnd, net als Antonio zelf, die het een eeuw uithoudt in deze schitterende omgeving en wat hij op 13 mei 2007 hoopt te vieren.










