Onder bovenstaande kop verscheen in de november editie 2006 van ‘REIZEN Magazine’, een uitgave van ANWB Media, een artikel van de hand van Miranda Schoonderwoerd. Wij verkregen toestemming om het hier te publiceren:

Gran Canaria en Tenerife zijn de melkkoeien van de Canarische Archipel. Maandelijks ontvangen de eilanden duizenden zonzoekers, vooral in de wintermaanden. De betonmolens draaien er echter nog altijd op volle toeren. De ‘Betonpolitie’ van REIZEN Magazine zocht uit waar je wél moet zijn voor de perfecte zon/wandelvakantie en welke oorden je ten koste van alles moet vermijden.


Dag 1: Het eiland van de hijskranen
Elvis leeft! Ik geloof mijn ogen niet. Want ook Agneta en Frida staan weer samen op de bühne en drie deuren verder zingt Engelbert H., enigszins geraspt, de sterren van de hemel. In Playa de Las Americas is iedereen een ster. De C-artiesten stralen op de aankondigingsposters. In het echt hebben ze hun beste tijd misschien wel nooit gekend. Net als Playa de Las Americas zelf. Ooit was het hier een grote vulkanische woestenij. Geen haventje, geen kerk, niets. Nu zie ik een dominomuur van beton en het ruikt op het strand naar verschaald bier. Brrr.


De betonkoorts is hardnekkig aan de zuidkust van Tenerife. Vanaf de snelweg zie je hoe de gebouwen tegen de bergen op kruipen, steeds hoger. Eén grote witte olievlek van samengeklonterde badplaatsen zonder ziel. No ja, in Los Cristianos, het zuidelijkste van het stel, vind je rondom de oude kerk achter het winkelgebied nog ¡iets terug van een ‘normaal’ leven. In de trapstraatjes geurt het naar knoflook en wasgoed. En op het pleintje voor de kerk spelen kinderen luidruchtig tikkertje. Ik keur het fraai aangelegde Playa de Las Vistas goed onder het mom: second bad.

Niet, dat een betonagent daar genoegen mee neemt. Nee, het ultieme badplaatsje is mijn doel. Maar: waar vind je dat op Tenerife? Ik vroeg het onderweg in het vliegtuig aan een Nederlander die er is opgegroeid. Hij keek me meewarig aan: ‘Weet je hoe de Tinerfeños hun eiland noemen? Het eiland van de hijskranen. Mijn moeder woont in Puerto Santiago en daar alleen al staan er achttien.’

Misschien heeft hij niet verder gekeken dan de tuin van zijn moeder. Want voorbij de Costa Adeje met zijn Disney-achtige upmarket resorts, stuit ik op een - nu nog - schattig vissersdorpje. La Caleta heeft niet veel om het lijf: een baai met vissershuisjes en een handjevol terrassen waar de dag vanzelf voorbij glijdt terwijl de golven tegen de lavarotsen gutsen. Mijn hart jubelt en huilt tegelijk: in het achterland tel ik vier hijskranen.

De betonpolitie noteert: Playa de Las Americas - verloren zaak; Los Cristianos - minder erg dan Las Americas; Costa Adeje - hoog Disney-gehalte; La Caleta - leuk vissersplaatsje (hoe lang nog?).

Dag 2: Lekker windje
Ik word gewekt door gekwetter. De luiken protesteren piepend wanneer ik ze open gooi. Ruisende palmen en een zachte ochtendzon die de dampige heuvels wakker kust. Ben ik nog steeds op Tenerife?

Jawel. Lang leve het even vruchtbare als rustieke binnenland. Daar vind je landelijke hotels zoals deze. Hotel El Nogal is een 18de eeuws familiehuis onder de rook van de Teide, de vulkaan van Tenerife - waarover later meer. Karaktervol ingericht en voorzien van zwembad, spa en restaurant. Als je wilt, sta je hier vandaan binnen een half uur op het strand. Maar die luxe is een betoninspecteur niet gegund. Dus stap ik gewapend met een blocnote en camera in de auto. Een omweg, dat mag wel. Ik stop in Vilaflor, een bergdorp in snoeptinten omringd door vruchtbare terrassen. Beneden kronkelt de weg richting zee, langs pijnbomen en kleine vulkanen. Geen spoortje beton te zien.

Vooruit, de plicht roept. El Médano staat bovenaan mijn lijstje. De plaats met de mooiste natuurstranden van het eiland., heb ik gelezen. Ik draai bocht na bocht, laat het slaperige Granadilla de Abona links liggen en koers recht op de kust af. De uitkomst is een op het eerste oog weinig bijzonder plaatsje waar een stevige wind staat. En niet alleen vandaag, hoor ik op het plaatselijke toeristenkantoortje.’Vrijwel het hele jaar staat hier de passaat. Alleen in september en oktober is het rustiger.’ De golven van El Médano zijn dan ook geliefd bij alle soorten surfers. Leuk om naar te kijken en gezellig als entourage, tezamen met de Spaanse families die komen voor de mooie stranden. Daarmee gunt de betonpolitie El Médano het voordeel van de twijfel.

Mijn volgende missie is de Costa del Silencio. Eens kijken hoe silencio het daar is. De rustige kust is vast een bedenksel van sluwe marketingjongens. Saai en sfeerloos, oordeelt de Betonpolitie en bovendien is rust een relatief begrip. Zo leeft Golfo del Sur op het ritme van heipalen, teerwagens en vliegtuigen die bijna óp de golfbaan landen - een van de weinige voorzieningen die wél af zijn. En dat Las Galletas niet druk bezocht wordt, mag geen wonder heten. De vergane glorie bladdert van de huizen af.

De betonpolitie noteert: El Médano - leuk maar windscherm mee; Golfo del Sur - alleen voor vliegtuigspotters en golfers, geen strand; Las Galletas - vergane glorie tussen de Belgen.

Dag 3: Liefde op het eerste gezicht
In Los Gigantes vernauw ik mijn ogen tot spleetjes en probeer me voor te stellen hoe het er hier dertig jaar geleden uitzag. Tevergeefs. Ik zie alleen maar grote, witte lego-blokken ingeklemd tussen gigantisch steile, zwarte rotsen. En alsof dat nog niet genoeg is, wordt er naarstig verder gebouwd. Net als in Puerto de Santiago waar ik de achttien hijskranen indachtig maar meteen doorheen sjees. Jammer voor het aardige lavastrand. De noordkust dan maar. Die trekt minder toeristen, omdat het er koel is en er regelmatig een bui valt. Boosdoener is de Teide die de wolken tegenhoudt op weg naar het Zuiden. Niet de ideale zonbestemming dus. Maar wel een speciale route. Al draaiend aan het stuur verbaas ik me over manshoge varens en bananenplantages. Alleen de afscheidingsblokken langs de weg zijn van beton.

Overigens geen overbodige luxe, want vanaf El Tanque zigzagt de weg in een moordtempo naar de kust beneden, Daar spuwt de Atlantische Oceaan zijn ruwe golven over de zwarte lavarotsen. Garachico heeft dan ook geen strand, wel uitgehakte zwembassins in diezelfde zwarte rotsen. Verder: een klokkentoren, rode pannendaken, witte huizen, het fort aan de kade. Van Garachico móet je wel houden. Zelfs als het bewolkt is.

In hotels zoals San Roque en La Quinta Roja, beide palacios in die typisch Canarische stijl, zou ik maar wat graag de nacht doorbrengen, kijkend naar de sterrenhemel vanaf de patio. In de restaurants geen pork chops op het menu, maar Canarische kost als konijn, salmorejo en papas arrugadas con mojo: aardappeltjes die in zeewater worden gekookt en daardoor een zoutschilletjes krijgen, die je doopt in een pittige saus. Ja, in Garachico proef je nog het echte Canaria.

De betonpolitie noteert: Puerto de Santiago - hijskranen ziekte; Los Gigantes - trappen en nog meer trappen, en wat een viezig, zwart strandje; Garachico - voor altijd in het hart gesloten.

Dag 3: Het mooiste voor het laatst
Vandaag geen wolkje te bekennen aan de noordkust, Het kwik stijgt gestaag naar 27 graden, terwijl een zwierige tweebaansweg me maar Puerto de la Cruz leidt, de plek waar het allemaal begon. Al in de jaren twintig vertoefde de Britse upperclass in de badplaats van het Noorden. Niet wetend, dat zij daarmee het pad baanden voor het massatoerisme naar de Canarische Eilanden. De schade valt reuze mee. Puerto de La Cruz is druk maar leuk. De hotels zijn zwaar seventies, maar niet sjofel. Het strand is heet, vanwege het zwarte zand, maar uitnodigend, In de stad zoeken toeristen, duiven en inwoners een plekje op de terrassen of onder de kastanjebomen op het grote, vierkante Plaza del Charco. Daarachter, in de straatjes bij het Musea Arqueológico, barst het van de gezellige huiskamerrestaurants. Ik wil wel geloven, dat Puerto de la Cruz het hoogste percentage herhalingsbezoekers ter wereld heeft.

De couleur locale van de noordkust laat zich niet door wolken bedekken. De historie in de smalle klinkerstraatjes van La Orotava, de schwung van de studentenstad La Laguna en de super-Spaanse minimetropool Santa Cruz de Tenerife. Laatste verrassing: op amper tien minuten rijden van de hoofdstad tref ik het mooiste strand van Tenerife aan. Playa Las Teresitas is lang, breed, zacht met palmbomen. Het bijbehorende dorpje, San Andrés, ligt in alle eenvoud tegen de heuvel genesteld. Hier geen beton noch hijskranen of hotels. Hoe zit dat, vraag ik in een bar. ‘We willen hier geen hotels,’ zegt de barman. ‘Dit is het strand van de Tinerfeños de toeristen hebben de zuidkust.’

De betonpolitie noteert: Puerto de la Cruz - leuke mix van zee & stad; La Orotava - de mooiste Canarische huizen van het eiland; La Laguna - gezellige studentenstad; Santa Cruz de Tenerife - groots en Spaans met een echte El Corte Inglés; Playa de Las Teresitas - mooiste strand van Tenerife.

DE BETONPOLITIE RAADT AAN
Weinig badplaatsen op Tenerife doorstaan de kritiek van de betonpolitie. Ga je voor sfeer, kies dan voor het groene binnenland of de noordkust; met een huurauto ben je zó op het strand, De zuidkust is zonniger, maar bijna dicht gemetseld met hotels. Dit zijn de leukste kustplaatsen op Tenerife:


Garachico: mooi, schattig, lief, authentiek. Gelukkig heeft Garachico geen strand, anders was dat nu misschien wel anders geweest, Wandelschoenen mee, voor als het weer betrekt.
La Caleta: het klassieke vissersdorpje, dat (nog) gespaard is gebleven door het massatoerisme. Geen strand, wel sfeer en lekker vis eten.
El Médano: niet mooi, wel relaxt en authentiek door een gezellige mix van Spaanse families en ‘coole’ surfboys.
Puerto de la Cruz: een echte Spaanse strandstad. Handige uitvalsbasis voor de noordkant van het eiland. Kans op bewolking boven het zwarte strand.

DE BETONPOLITIE RAADT AF
Playa de las Americas: afvoerputje van Tenerife. Kom je hier onverhoeds terecht, houd dan je blik strak op de zee gericht. De rest wil je niet eens zien.
Los Gigantes: the sky is the limit denken ze in Los Gigantes, dus bouwen ze steeds hoger, het strand wordt er in elk geval niet schoner op.
Las Galletas/Costa Silencio: triest en stil. Las Galletas is alleen goed om er een moord te beramen; Costa del Silencio oogt iets aangenamer -als slapen je hobby is.
Golfo del Sur: chique golfhotels tussen bouwputten. Strand noch noemenswaardige voorzieningen, Vligverkeer scheert over je hoofd.
Ook afgekeurd: Playa Paraiso, Playa San Juan, Puerto de Santiago, Mesa del mar, Bajamar, Punta del Hidalgo en Poris de Abona.

DE BETONPOLITIE IS GEMATIGD POSITIEF OVER
Los Cristianos: toeristische familiebadplaats met oorspronkelijke kern en verzorgd strand (Playa de las Vistas).
Costa Adeje: grote, verzorgde ressort met hoog Disney-gehalte, mooi aangelegd strand (Playa del Duque).

5x DOEN, ZIEN BELEVEN
1. Teide
Een rit met kabelbaantje naar de (bijna) top van de vulkaan - de Teide is met 3717 meter een van de hoogste ter wereld - biedt uitzicht over de hele Canarische Archipel. Als je tenminste een heldere dag treft. Te voet kan ook, maar alleen met een vergunning. Elders in het nationale park del Teide kun je onbekommerd door het maanlandschap wandelen; er zijn elf gemarkeerde wandelingen uitgezet.
2. Wandelen in Anaga
Behalve voor een dosis (winter)zon is Tenerife vooral geschikt om te wandelen. Maar ga dan niet naar de populaire barrancos als Masca en Adeje waar zich dagelijks een stoet dagjesmensen door de kloof baant. Hét wandelparadijs van Tenerife is het ruige, vulkanische Anagagebergte in het Noordoosten, Zeldzame bloemen, onvergetelijke panorama’s en vergeten dorpen zijn je deel.
3. Walvissen spotten
Voor de westkust van Tenerife komen meer dan twintig soorten walvissen én dolfijnen voor, zoals de griend en de tuimelaar. Boten in alle soorten en maten vertrekken vanuit Playa de las Americas (walvissen) en Los Gigantes (dolfijnen). De langere boottochten (ca. 5 uur) doen beide gebieden aan. Prijs ca. € 30,= p.p. voor een boottocht van drie uur. Info bij de kantoortjes in de havens van Los Cristianos, Playa de las Americas en Los Gigantes.
4. Piramides van Güimar
Eeuwenlang werd gedacht, dat het gewone landbouwterrassen waren. De trappiramides van Güimar vertonen echter opvallende overeenkomsten met de structuren in Egypte en Zuid-Amerika. In het bijbehorende museum worden de verbanden weerlegd.
5. Loro Parque
Het papegaaienpark met meer dan driehonderd soorten bracht deze exotische dierentuin even buiten Puerto de la Cruz international roem. De entree is fors (€ 29,=), maar de shows met dolfijnen, zeeleeuwen en natuurlijk papegaaien zijn het waard. Krokodillen, pinguïns, apen en haaien maken de dag compleet.

Deel deze informatie:
  • Digg
  • Sphinn
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Mixx
  • Google
  • E-mail this story to a friend!
  • Live
  • NuJIJ

Zoeken in andere artikelen met verwante onderwerpen:
, , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , .

Leave a Reply


53 keer gelezen, 1 keer vandaag

Download de laatste versies van de Hollandse Nieuwe:


--== dit artikel is uitgeprint vanaf www.hollandsenieuwe.com ==--
Grafische versie