Ria
(0 reacties, 9 berichten)
Deze gebruiker deelt geen profiel gegevens
Startpagina: http://www.tekstnuitleg.nl
Berichten van Ria
Inschattingsfoutje…
0Meestal kun je maar beter wegblijven van alles wat besmettelijk is. Bijna alles dan, want ik weet ook wel dat er niets zo lekker besmettelijk is als de slappe lach. Misschien is aanstekelijk een beter woord, hoewel dat ook al zo ziekelijk klinkt. Ik houd het in elk geval niet droog als er iemand voor me in zijn broek staat te piesen van het lachen. Zo zag ik op televisie eens een man die een volle zaal lachtherapie gaf. Belachelijk, dacht ik, maar ik kon het toch niet nalaten om te blijven kijken. Meer dan verbazing kwam er in eerste instantie niet over al die neplachende types. Welke idioot gaat er nou in zo’n zaal zitten? Mijn scepsis verdween toen de hele zaal na een minuut of tien schaterde van het lachen, en ik dus ook.
Aan die man moest ik denken toen ik laatst in de rij stond bij de bank. Voor mij stonden zo’n stuk of zes wachtende mensen, achter mij nog eens vier. Allemaal even chagrijnig vanwege de drukte. Nou stond ik ook niet echt te juichen van gelukzaligheid. Ik had precies een half uur tot mijn volgende afspraak én geen euro in de parkeermeter gegooid. Dat was een inschattingsfoutje.
Bij de bank zat de vaart er in elk geval niet in en dat terwijl ik alleen maar even een nieuw internetbankierencodeerding wilde halen omdat de mijne vorige week de geest gaf. Ik voelde me een beetje depri worden van al die neutelige types en het vooruitzicht op een parkeerbon. Op dat moment herinnerde ik me dat een glimlach net zo besmettelijk is als de slappe lach. Ik schonk de dame achter de balie een van mijn allerliefste en oprechte glimlachen toen ik eenmaal aan de beurt was. Haar gezichtspieren twijfelden een paar seconden omdat ze de laatste paar uur gewend waren aan een ander soort plooi. Er was echter geen houden meer aan. Een dikke, haast opgeluchte, glimlach brak door.
Binnen twee minuten stond ik buiten met mijn nieuwe decoder; nog steeds glimlachend over het effect. De oude dame die me buiten tegemoet kwam glimlachte terug. Zelfs de wenkbrauwen van een norse zakenmeneer schoten omhoog waarna er een twinkel in zijn oog verscheen en een glimlach om zijn mond. Wat kan het leven simpel zijn.
Soms heb je niet eens in de gaten dat je met een chagrijnige blik en afhangende mondhoeken de wereld inkijkt. Het schijnt dat je daarvoor toch zo’n 13 gezichtspieren actief voor aan het werk moet zetten. Voor een simpele lach slechts vier. Bij de parkeerwacht die net een bon onder mijn ruitenwisser schoof toen ik aan kwam rennen waren ze waarschijnlijk onlangs gebotoxed…
Rood Petje
0Ben je wel eens zo nijdig, verdrietig, boos, verontwaardigd of onredelijk dat je daar met de beste wil van de wereld niet meer door eigen toedoen uitkomt? Dat je van binnen al lang op wil houden met lullig doen of ruzie maken (om niks), maar dat het niet lukt? Dat je denkt: houd me dan vast! Knuffel me dood, dan houd ik vanzelf op… En maar niet snapt dat die ander dat gewoon niet in de gaten heeft… (prei in je derde oog zeker?)
Nee? Mooi. Maar misschien herken je je partner of kind in dit verhaal. Doe er je voordeel mee. Vooral niet zo’n goede praters hebben er soms last van. Van die types die naar binnen keren en nog liever doodgaan in plaats van hun mond op zo’n moment open te trekken. Over onzinnige dingen gaan lopen zeiken terwijl het eigenlijk om veel belangrijkere (harts)zaken gaat. Vaker in de slachtofferrol vervallen dan de rest van de wereld en niet in de gaten hebben dat als je met één vinger naar een ander wijst, er drie jouw kant op wijzen… (ik lees voor uit eigen, historisch werk)
Rood Petje kan helpen. Of elk ander woord dat je samen afspreekt.
Ik vond ‘Rood Petje’ uit toen mijn, destijds zevenjarige, zoon ‘aanvallen’ van ongeremde boosheid en verontwaardiging had die meer leken op een tachtigjarige oorlog dan een Blitzkrieg. Waar ik bovendien zo nu en dan ‘ingetrokken’ werd omdat zijn afweermechanismen mijn eigen, nog niet ontmantelde bommen en granaten deed ontploffen. En ik dus gezellig mee ging doen…
Dat mondde dan uiteindelijk uit in een ijzingwekkende status quo: hij huilend op zijn kamer – extra hard zodat ik het wel móest horen- en ik onmachtig, star en boos beneden in de keuken. Wat je zegt een ordinaire machtstrijd waar niemand blij of beter van werd. Na afloop (als ik het niet meer kon aanhoren en hem snikkend in mijn armen nam) zei hij dat hij wel eerder op had wíllen houden, maar dat het steeds niet lukte…
En die onmacht herkende ik. Zoals ik wel meer in hem herkende. Want niemand houdt je een meer genadeloze spiegel voor dan je eigen kinderen, van niemand kun je meer leren dan van hen. Op die momenten liet hij me hardhandig zien dat ik toch echt een ietsepietsie op mijn eigen koppige, starre vader leek. En was ik niet in therapie geweest om dat te voorkomen?? Au!
Daar moest wat aan gebeuren. ‘Rood Petje’ werd aan de kapstok gehangen. Virtueel dan. We spraken af dat iedereen die niet meer uit zijn eigen, starre gevangenis kwam heel hard ‘Rood Petje’ zou roepen. Ieder ander zou dan ‘alles’ los laten en meteen, zonder morren of ja-maar, de ander dan liefdevol omarmen en doodknuffelen. Het hielp. En het was heerlijk. Inmiddels hangt het petje al jaren ongebruikt aan de virtuele kapstok. We laten het hangen, voor het geval dat…
Hete naalden
0X. wil stoppen met roken. Na pleisters, kauwgoms en koude kalkoenen waagt hij een nieuwe poging door een afspraak te maken met een acupuncturist. Geestelijk totaal voorbereid komt hij bij de praktijk aan. Rookt vlak voor de deur zijn ‘laatste’ sigaret, haalt diep adem en stapt, vol goede moed om te stoppen, naar binnen. Met een enigszins verkrampte maag neemt hij plaats in de wachtkamer. Een echte held was hij nooit en het uitzicht op al die naalden stemt hem niet bepaald vrolijk.

Na een paar minuten zwiert de deur van de behandelkamer open en verschijnt er een mooie, jonge dame in de deuropening. ‘Hmm…’, denkt X, ‘dat maakt de zaak een stuk draaglijker.’ Hij volgt de dame en gaat vooraleerst op een stoel tegenover haar zitten. Ze spreken kort over het doel van zijn bezoek en zij legt uit wat ze gaat doen. Zijn angst voor de naalden verdwijnt al snel naar de achtergrond als hij denkt te voelen dat ze vanaf de eerste seconden met hem zit te flirten. X, niet bepaald ongevoelig voor vrouwelijk schoon, is erg blij met deze afleiding. Hij kleedt zich uit tot op zijn boxershort en gaat vervolgens op de behandeltafel liggen. Tijdens het aanbrengen van de naalden raakt de vrouw hem net iets meer aan dan per se nodig. Of verbeeldt hij zich dat? Na een kwartier ligt X., doodstil, op de behandeltafel met naalden in oren, gezicht, handen en voeten.
Doodstil omdat hij als de dood is dat er iets misgaat met die scherpe rotdingen. X. weet dat hij zo een half uur moet blijven liggen en verwacht dat de acupuncturiste met een nieuwe patiënt richting tweede behandelkamer zal gaan. Er zitten per slot van rekening nog twee mensen te wachten. Op dat moment zet de vrouw haar voet op de elektrische bediening van de tafel en laat die naar beneden zakken. Haar handen gaan in een vloeiende beweging door naar zijn boxershort en betasten zijn jonge heer. Die ligt, tot dat moment, ademloos en bewegingloos te wachten tot het gevaar geweken is, maar schrikt plots overeind.
Wat dan volgt is een scène uit een spannend boek. X., volledig gevangen in de naalden, kan geen kant op en moet het zich allemaal laten welgevallen. (o. sneu) Dat hij dat ook niet al te erg vindt, verraad de uitdrukking op zijn gezicht terwijl hij het verhaal vertelt. Ik zal verder niet op de details van het moment ingaan, die kun je er zelf wel bij verzinnen. En waarschijnlijk was de werkelijkheid nóg spannender. Ik was vooral benieuwd hoe het verder ging. En of hij nog een herhalingsconsult afsprak…
X. bleek totaal verbouwereerd. Niet dat hij niets gewend was, want dat was allesbehalve het geval. Maar de dame in kwestie was hem iets te voortvarend. Ze belde hem meteen de volgende avond op met woeste uitnodigingen en hete fantasieën. ‘O, wauw’, zeg ik. ‘De droom van iedere man!’. ‘Welnee, zegt X. terwijl hij een sigaret opsteekt. ‘Dáár zit ik niet op te wachten. ‘Ik kijk hem ongelovig aan. ‘Ik voel me net opgejaagd wild. Want ehh…ík ben de jager!!’ (Mannen? Ik zal ze wel nooit begrijpen)
Lekkere ‘foute’ mannen
0
Waarom vallen vrouwen toch op ‘foute’ mannen? (vraagt een brave man zich in mijn aanwezigheid hardop af) Daar moet ik even over nadenken. Even. Niet lang, want mijn herinneringen schieten als vuurpijlen in een donkere nacht naar boven. Mijn hartje gaat er sneller van kloppen. Het antwoord is: de meeste ‘foute’ mannen zijn spannend en lekker… (of spannend lekker)
Meer wetenschappelijk: ‘foute’ mannen zijn excellente flirters. Daarmee tonen ze kracht en zelfvertrouwen en daaruit concluderen wij vrouwen (onbewust?) dat de man goede genen heeft en deze ook wil verspreiden. Tenminste, dat zeggen onderzoekers van de Universiteit in Bristol.
Vrouwen willen dus mannen met goede genen. Dat levert een gezond nageslacht op. Een verlangen dat er van lang geleden nog altijd in zit en er blijkbaar nog niet uitgefilterd is. Want ook al is de tijd van holbewoners en gevaar al lang voorbij, die aantrekkingskracht blijft…
De ultieme man is een trouwe man die onvoorwaardelijk van je houdt, gevoelig is, krachtig, vol met zelfvertrouwen én in het bezit van goede genen.
Maar vrouwen geloven in sprookjes. De ultieme man bestaat niet, maar dat willen ze niet weten. Als zo’n ‘foute’ man ze in de klauwen krijgt, worden ze ineens Oost-Indisch doof, maar vóóral overmoedig. ZIJ zullen die man wel temmen en veranderen in bovenstaand sprookje. Dat wordt janken. En dan nog blijven ze zijn gedrag vergoelijken en verklaren. In plaats van hem een schop onder zijn hol geven en op zoek te gaan naar een echte teddybeer, doen ze hun uiterste best op hem te begrijpen. (terwijl hij dat waarschijnlijk zelf niet eens doet). De ‘ja maars’, zijn niet van de lucht als vrienden héél voorzichtig proberen te informeren of ze niet eens achter hun oren moeten krabben. Als ze uitgejankt zijn luisteren ze al te graag weer naar zijn nieuwe mooie woorden en beloften. Een blik en een stralende glimlach (al dan niet vergezeld door een bos rode rozen) en vooral een stevige goedmaakvrijpartij, zijn genoeg om weer voor onbepaalde tijd weg te smelten.
Zijn al die vrouwen masochistisch ingesteld of zit er meer achter? Zijn ze op zoek naar het evenbeeld van hun vader, (die er waarschijnlijk ook nooit voor ze was) of is er gewoon ook een categorie vrouwen die kickt op ‘foute’, spannende mannen? Vrouwen die behoefte hebben aan echt mannelijke energie omdat door de emancipatie het verschil tussen man en vrouw steeds kleiner wordt? Vrouwen met een verlangen terug in de tijd (zo’n miljoen jaar) waarin een man een vrouw nog aan de haren zijn hol in sleepte? (moet er wel een zacht velletje voor het haardvuur liggen) Hmm, de gedachte alleen al. Oh nee, ik heb een teddybeer…
Nederlandse regelgekte
0In Nederland zijn ze helemaal gek geworden. Als je al niet doodgegooid wordt met nieuws over slurptax en kilometerheffing, word je wel ziek – als rokende automobilist – van de nieuwe anti-rook regels waar we ons het komend jaar aan moeten houden. En het kan nog gekker. Laatst stelde Stivoro (een stichting van overactieve niet-rokers) voor om een rookverbod in de auto in te stellen als er kinderen meerijden.
In de wandelgangen hoorde ik trouwens al fluisteren dat Stivoro binnenkort voorstelt om de kastjes van de kilometerheffing ook uit te rusten met een rook- én kinderstemmetjesmelder. Bij overtreding wordt dan per satelliet een melding doorgegeven aan het hoofdkantoor, waarna die als de sodeju een Stivorist in de buurt alarmeert. Die springt dan op zijn fiets (want anders loopt die rekeningrijdenrekening op het einde van de maand wel heel erg op) om de brute overtreder uit zijn auto te sleuren en tot de orde te roepen.
Ik zie het al helemaal voor me. Piet moet zijn oudste zoon naar het voetbal brengen want zijn vrouw Truus heeft een afspraak bij de kapper. Daarom moet Piet zijn jongste kind van acht maanden ook meenemen, want die kan moeilijk mee onder de droogkap. Truus moet eerder weg dan Piet en dus moet Piet de voetbalkleding van zijn zoon bij elkaar zoeken en ook nog eens alle spullen voor de baby.
De tijd dringt. Net voordat hij de deur uit wil lopen poept de baby zijn hele luier vol en zet het op een krijsen. Piet bedenkt ook ineens dat hij het kind vergeten is een fles te geven. Piet rent vijf minuten later uiteindelijk met een verschoonde baby, zijn zoon in voetbaltenue én een in de magnetron opgewarmde fles de deur uit richting zijn 4×4 V12.
Hij plant zijn jongste in de Maxi Cosy in de riemen op de achterbank en zijn andere zoon er naast. Stopt de fles in de mond van de baby, die onmiddellijk begint te brullen omdat de inhoud nog te warm is. ‘Páháp. We komen te láahaat!’, roept het voetballertje zeurderig. Piet haalt diep adem, rukt de fles uit de handen van de baby en start de auto.
Totaal in de stress grijpt hij in zijn binnenzak naar een sigaret. Vier straten verder springt er ineens een man van een fiets en hoppa voor de auto van Piet. Die trapt als een gek op de rem (gelukkig zaten de kinderen goed vast in de riemen). De motor slaat af. De man van de fiets komt zwaaiend met een bonnenboekje en opgestoken vinger naar het bestuurdersportier gelopen. Piet neemt nog een flinke hijs om bij de komen van de commotie. Voetbalzoontje jammert, de baby begint nog harder te krijsen want honger. Voetballertje realiseert zich dat ze te laat komen en stampt tegen het kilometerkastje met rook- en kinderstemmetjesmelder. Ergens gaat er een alarm af en springen 25, tot aan de tanden bewapende ME’ers in een busje. (Met in hun kielzog cameralui van Hart van Nederland) Piet krijgt een rode waas voor zijn ogen en wordt op slag een BN’er…
Wens jezelf een gelukkig nieuwjaar!
0Zo. Van wie of wat laat jij je geluk het komende jaar afhangen? En wat moet er allemaal eerst in- en op orde zijn om eindelijk die beslissing te nemen? Nee, niet lullen, mij maak je niks wijs. In 2007 is het niet gelukt. En nou hoop je opnieuw dat iets of iemand in 2008 de voorwaarden voor je ultieme verlangen schept. Wanneer word jij nou eindelijk eens wakker?
Ja, maar… Ik hoor het je al zeggen. Niks maar. Er bestaat geen maar. Jíj bent die maar. Lekker gemakkelijk om je te verschuilen achter je vent, je vrouw, je hypotheek, je kinderen, je gemakzucht of je lafheid. Het enige dat je hoeft te doen is je angst in moed omzetten. Simpel. Daar heb je geen jarenlange therapie voor nodig. Het enige dat je ontbreekt is actie.
Geef jezelf maar eens één goede reden waarom je dit jaar je doel niet bereikte. Het is je zeker gewoon niet gegund. Dat is ‘t. Al eens bedacht dat je het vooral jezelf moet gunnen? Nee? Dan blijf jij toch lekker tot je tachtigste zitten wachten! Misschien dat je dan straks op je sterfbed denkt: ‘had ik maar.’ (En als hadden er is, is hebben gedaan, zei mijn oma altijd. En gelijk had ze.)
Er was een tijd dat ik ook zo dacht. Dat ik pisnijdig was, op alles en op iedereen. Mijn leven was kut, ik had geen rooie cent, geen baan, geen huis. Alleen nog maar nijd voor de man die mijn leven had verkloot. Ik weet nog dat ik bij de rechtbank zat en er uit zag om door een ringetje te halen. Opgedoft, perfect opgemaakt, net (van mijn allerlaatste geld) naar de kapper geweest. Zelfs mijn nagels waren gevijld. Ik was zo strijdbaar als een indiaan op oorlogspad. Hij kreeg míj niet klein. Ik zag hem al op zijn knieën zakken en me smeken hem te vergeven. Ik hoorde hem stamelen dat hij nu pas zag hoe fantastisch ik was en dat zijn nieuwe vriendin daar niet bij in de schaduw kon staan. Dat hij stom, stom, stom was geweest.
Maar hij was hard als een spijker en gunde alleen zijn advocaat een blik waardig. Mijn leven was voorbij. En ik werd verteerd door de gedachte dat híj álles had. Een huis, een goede baan, een nieuwe vriendin, geluk. En ik bleef maar zwelgen en wachten. En er gebeurde niks. Totdat iemand me op een goede dag vroeg waarop.
Dus vandaag vraag ik jou: wat wil je nou en waar wacht je op? Moet ik je eerst over je bol aaien, vertellen dat je fantastisch bent? Dat je het kunt? Geloof je echt dat ik (of iemand anders) jouw bodemloze put vol kan storten? No way. Je hebt het komende jaar 365 dagen om dat zelf te doen en te bewijzen dat het anders kan. Wens jezelf een gelukkig nieuwjaar!
Herfstoverpeinzing
0Ik ben het product van mijn verleden.
Van mijn opvoeding bijvoorbeeld. Zo probeer ik al jaren van allerlei door mijn
ouders aangeleerde overtuigingen van me af te schudden. Een paar onschuldige voorbeelden: als je in de winter (of herfst) op blote voeten loopt, krijg je blaasontsteking (in dezelfde lijn als: jas dicht anders word je verkouden. copyright: mijn moeder). Dat (wat?) moet je aan mannen overlaten (copyright mijn vader).
Je kunt je misschien voorstellen dat Ria soms ontzettend druk in gesprek is met …Ria. Wat vind je hier nou zelf van?
Heb je dat zo geleerd of zelf bedacht en bevoeld? Het zijn effectieve gesprekken om te zorgen dat ik mijn lessen leer en niet te veel – in negatieve zin – op mijn ouders te ga lijken. Ik word er wel doodmoe van.
‘Ik wil mezelf zijn, maar ik weet niet hoe’, zei een vriend van me deze week terwijl hij mij hoopvol aankeek. ‘Da’s mooi’, zei ik. Me ondertussen realiserend dat ik mezelf met grote regelmaat verloochen. Omdat het sneu is, te moeilijk, ik bang ben, niet zelf nadenk of gewoon geen zin heb in gedoe.
Wie ben ik…? Een goede vraag verdient een goed antwoord. Ik ben vandaag waarschijnlijk (voor een deel) een ander mens dan gisteren en wie weet wie ik morgen ben. Als er vandaag iets nieuws of bijzonders gebeurt waarbij ik geconfronteerd word met mezelf, kan het goed zijn dat er een onverwacht stukje Ria naar bovenkomt en ik verbaast sta van mezelf. Op die vraag is dus eigenlijk geen vast omlijnd antwoord te geven. Ik ben. Dat is het.
Zo nam ik me jaren geleden ook voor om op te houden met anderen belangrijker te vinden dan mezelf. (‘Ja’ zeggen terwijl je ‘nee’ bedoelt.) Ik doe het minder dan eerst, maar nog steeds te vaak. Daarvoor heb ik het zinnetje: ‘wat wil Ria nou eigenlijk zelf’, uitgevonden. En als ik plotseling door een vraag overvallen word, dan roep ik (als ik helder van geest ben): ‘daar moet ik even over nadenken’.
Gisteren riep ik ineens ‘Nee, daar heb ik geen zin in’, tegen een werkloze vriendin die vroeg of ik zin had om mee te gaan naar een beurs voor baanlozen. Ik zag haar teleurstelling, maar beet mijn tong af om er niet meteen achteraan te zeggen: ‘maar als jij dat graag wilt…’
Op zo’n moment weet ik het ineens.
Jezelf zijn is zeggen wat je vindt of voelt, ongeacht wie er voor je staat. Je niet laten leiden door zijn/haar reactie of tegen
laten houden door jouw gedachten over wat zijn/haar reactie zal zijn. Wat ik denk en voel is goed. Punt.
Er zijn dus momenten dat ik huil als ik moet huilen, lach als ik wil lachen, slaap als ik moe ben en niks óf iets doe omdat ik er zin in heb. Op die andere momenten doe ik een ander gewoon een plezier. Denk ik.
(Kan iemand hier de zon aanzetten? In Nederland is het herfst)
Ik ga op vakantie en neem mee…
0In ieder geval geen tent. Nooit meer. De laatste keer dat ik in Frankrijk van de camping regende hield ik me plechtig voor nooit meer te gaan kamperen. En een vrouw een vrouw, een woord een woord.
Wat was dat afzien zeg. Windkracht –tig en regen van links naar rechts en weer terug. En niet één dag.. Nee, dagen lang. Tussen de buien door kon je net (heel hard) richting wc rennen en met een beetje geluk je rol toiletpapier droog houden. Wat een armoei.
Dat is niet erg als je alleen met je geliefde in een droge tent ligt te cocoonen. Dat is het toppunt van romantiek. Kan het zijn tenminste. Stukken minder is het als je met twee kleine kinderen en een vriendin in een aanbiedingstent van een Duitse Grootgrutter zit die binnen twee dagen op naden én ritsen begint te lekken.
Een miniramp. Dat was het. Het begon al met het inpakken van de auto. Vriendin D. vond dat we zelf moesten koken en kwam aanzetten met haar halve huisraad. Oh. en dit moest ook nog mee, en dit en dat. Alles stond klaar in een hoek van de huiskamer. ‘Heb je een vrachtwagen gehuurd?’, was mijn eerste – retorische vraag aan D. die ook nog met allerlei kekke schoenen kwam aanzetten omdat je maar nooit wist welke charmante Fransman er naast je op de camping zou staan. Je begrijpt dat we uiteindelijk niet verder kwamen dan een paar rubberlaarzen, die niet bepaald libidoverhogend werkte op die paar aanwezige vurige Fransozen.
Enfin, de stapel bagage in de hoek werd steeds groter. Van onthechting was totaal geen sprake. De ochtend van vertrek waren we al een uurtje of wat bezig met stouwen toen D.
tevreden het laatste tasje in de auto propte. ‘Waar is het aanhangwagentje?’, vroeg ik. ‘Of binden we de
kinderen op het bagagerek?’
Uiteindelijk lieten we de dikke truien en regenpakken maar thuis. In het deel van Frankrijk waar wij naar toe gingen scheen de zon toch. Het gaskacheltje (want je wist maar nooit) en nog meer overbodige luxe, belandde terug op zolder. Nog voor Parijs stortte het met bakken uit de hemel.
Om een lang verhaal kort te maken:
D’s tent lekte de eerste nacht al door. Rond vier uur in de ochtend bezorgde ze me een hartverzakking door als een dief in de nacht met al haar natte zooi onze tent binnen te stormen. De slaapcabine bleek wat klein voor twee volwassenen en twee kinderen waardoor die zover uitstond dat hij de buitentent raakte. Later die nacht struikelde ik, op weg naar de auto, in de modderpoel voor de tent over D’s kekke schoentjes. Die was ze in haar haast verloren…
Ik houd van jou!….
1Men neme één pak witte rijst. Dat klinkt als een recept, maar nee, het is een experiment. Pak die rijst maar uit de keukenkast!
Je kookt de rijst. Giet hem af en laat hem afkoelen. Verdeel de rijst over twee schone potten met (luchtdichte) deksel. Op de ene pot plak je een etiket met daarop positieve woorden. Bijvoorbeeld: ‘Dag allermooiste en leukste rijst van de wereld. Je bent geweldig! Ik houd van je. Bedankt!’ Op de andere pot een etiket met: ‘Vieze, vuile, gore, stinkende rijst. Je bent lelijk. Ik haat je!’
Zet de potten naast elkaar op een lichte plaats, maar niet direct in het zonlicht. Spreek de potten iedere dag een paar keer even – apart én met hart en ziel – toe met de tekst van het etiket. Na één tot drie weken zie je een duidelijk verschil tussen beide potten. In de ‘positieve’ pot is de rijst nog wit, in de ‘negatieve’ pot zal hij beschimmeld zijn.
Wat is hier nou de grap van? Frank Bruining en Karel Emck, oprichters van toverrijst.nl lazen ooit over het experiment van Dr. Masuro Emoto. Deze Japanse onderzoeker vroeg zich af of zuiver water een zuiver kristal vormt en vervuild water een minder mooi kristal. In zijn boekje: ‘Water weet het antwoord’, vertelt hij over het vervolg van het onderzoek waarin hij de ingevroren watermonsters blootstelde aan negatieve of positieve woorden, gedachten, emoties en verschillende soorten muziek. Water dat muziek van beroemde componisten te ‘horen’ krijgt, laat prachtige kristallen zien. Bij het ‘beluisteren’ van Heavy Metal muziek breekt de structuur van het waterkristal in stukken.
Ga eens even zitten en realiseer je wat de impact van deze ontdekking is. Voor de aarde bijvoorbeeld. Want water is de bron van al het leven op aarde. Milieuproblemen en watervervuiling zijn een bedreiging voor alle levende wezens. Zeventig procent van onze aarde is bedekt met water. Rijst bestaat ook voor zeventig procent uit water. Net als jij en ik.
En als water andere, lelijke kristallen maakt en rijst beschimmelt als je er tegen scheldt… wat doen negatieve woorden en gedachten dan met ons en met onze aarde?
Niet overtuigd? Ga dan die rijst koken. En als je bang bent dat de rest van de wereld je voor gek verklaart: niemand hoeft te weten dat jij tegen een pot rijst staat te praten! Zet die ene pot voor mijn part een koptelefoon op met Heavy metal en die andere met Bach. En stel nou dat het klopt wat ik schrijf. Beloof je jezelf, mij en je partner, kinderen, vrienden, familie en de rest van de wereld dan om voortaan op je woorden (en grapjes) te passen?