Wat je altijd al over de avocado wilde weten maar nooit durfde te vragen….
![]() |
De avocado is een vrucht die tegenstanders en fanatieke aanhangers kent. Was de avocado tot voor 30 jaar nog een luxe-artikel, tegenwoordig wordt de vrucht wijdverbreid geconsumeerd.
De avocado is een redelijke grote, peervormige of ronde, tot 33 cm lange, groene, paarse tot zwarte vrucht. De schil van de vrucht is enigszins oneffen of bobbelig. Het zachte, romige, vruchtvlees is al naar gelang de rijpheid van de vrucht groen-geel tot geel van kleur en smaakt nootachtig.
![]() |
|
De avocado-variëteit ‘Fuerte’.
|
Middenin de vrucht bevindt zich een grote, houtachtige pit. De schil en pit zijn niet eetbaar. Bij rijpe vruchten ligt de pit los. Bij het schudden van de vrucht kan men deze pit heen en weer horen rollen.
Een avocado is rijp als de schil bij lichte druk meegeeft. Een avocado kan narijpen op kamertemperatuur, eventueel in een plastic zak met banaan of appel erbij om het rijpen te versnellen.
Een avocado moet op een koele plaats bewaard worden, het liefst niet in een koelkast omdat de avocado dan zwart verkleurd en er op deze plekken bederf ontstaat.
Avocado heeft ook belangrijke medische aanwendingen, en wordt gebruikt om diarree en hypertensie te genezen. Verder wordt avocado-olie gebruikt voor de behandeling van eczeem en droge huid. Gepureerde avocado zou ook goed zijn als haartonic en andere huidsmeersels. De allereerste Spaanse ontdekkingsreizigers merkten, dat het pure sap van gemalen avocadovruchten, als het werd blootgesteld aan de lucht, bruin kleurde en gebruikten dit sap als vervanger voor inkt. Documenten uit de 16de eeuw, die geschreven zijn met dit sap, zijn nog steeds goed leesbaar.
![]() |
Avocado’s worden altijd rauw gegeten, tegen verhitting is de vrucht, vanwege haar hoge tanninegehalte, niet bestand. Bij verhitting komt de tannine vrij; dit tast de structuur van het vruchtvlees aan en de smaak van het vruchtvlees wordt daardoor erg bitter. Ook vanwege dit hoge tanninegehalte oxideert het vruchtvlees snel en wordt het bruin bij contact met de buitenlucht. Het is daarom beter om de vruchten pas net voor gebruik aan te snijden. Door het vruchtvlees met citroensap te besprenkelen kan oxidatie tegengegaan worden.
Landen van herkomst zijn momenteel Spanje, Israel, Mexico, Kenya, Zuid Afrika en de Verenigde Staten en er is het hele jaar rond aanvoer van avocado’s.
De plant
De avocadoplant kan uitgroeien uit tot een 20 hoge boom, met een stam en zijtakken. De boom is altijd groen en draagt spiraalvormig ingeplante bladeren. Deze bladeren zijn zeer variabel van vorm, ovaal langwerpig tot rond en staan op korte bladsteeltjes. De boom wortelt zeer oppervlakkig; bijzonder is, dat de wortels zeer weinig wortelhaartjes hebben. Dit zijn kleine orgaantjes waarmee alle planten water opnemen. De avocadoboom is dus slecht in staat om water op te nemen en heeft een grote behoefte aan een regelmatige watertoevoer. Nochtans heeft hij een hekel aan stilstaand water rond de wortel. 24 uur kletsnat staan is al voldoende om het wortelstelsel te doen rotten. De plant verlangt dus een zeer goed doorlatende bodem. Een lage bodemtemperatuur is eveneens funest voor de plant.
Rassen en teelwijze
De avocadoboom is een lid van de laurierfamilie en het is de enige lauriersoort die eetbare vruchten voortbrengt.
![]() |
Oorspronkelijk worden er drie ecologische rassen van de avocadoboom onderscheiden. Elk ras heeft andere karakteristieken:
Het Mexicaanse ras, dat vruchten voortbrengt die paarsachtig van kleur zijn en in de herfst rijp zijn, is het meest koudebestendig. Dit ras lijkt nog het meest op de wilde voorouder en wordt op grotere hoogte in Mexico gevonden.
Het Guatemaltese ras, brengt vruchten voort met een ruwe schil die paars, zwart of groen van kleur kunnen zijn. Dit ras wordt meer zuidelijk, in Centraal-Amerika gevonden, is minder bestand tegen kou en de vruchten zijn in de zomer rijp.
Het West-Indische ras, heeft een grote behoefte aan warmte en produceert de grootste vruchten die een gladde, groene schil hebben en die wel tot een kilo in gewicht kunnen bereiken.
Alle rassen mengen zich snel en de meest geteelde vormen zijn hybriden tussen de verschillende rassen.
De variëteit ‘Fuerte’, is een kruising tussen het Mexicaanse en het Guatemalteekse ras en wordt tegenwoordig veel verbouwd. Van de wilde vorm wordt nog slechts de onderstam gebruikt. Hierop worden dan de veredelde rassen geënt.
De, wereldwijd gezien, populairste avocado-soort is momenteel de ‘Hass’. Dit is een hybride van Mexicaanse en Guatemalteekse soorten en deze maakt 75% van de wereldproductie uit. De vrucht is favoriet vanwege het formaat en de romige textuur.
Avocadobomen kunnen heel oud worden, en leveren wel 200 jaar lang goede oogsten op.
Zelf kweken
De grote pitten kunnen gebruikt worden om planten uit op te kweken. De pit moet goed gewassen worden en kan dan geplant worden, met de punt omhoog, in normale potgrond. Laat het overgrote deel van de pit boven de grond uitsteken. Geef een beetje water en dek de pot af met een lichtdoorlatende plastic zak. Plaats het geheel op een lichte, warme plaats, echter niet in de volle zon. Na verloop van tijd zal de pit opensplijten en komen de nieuwe blaadjes tevoorschijn. Pas na het vierde blaadje kan men de plastic bescherming weghalen. Laat de restanten van de pit rustig wegrotten. Wanneer ze te vroeg van de jonge plant weggehaald worden kan dit de plant beschadigen.
Soms laat men de pit ook wortel schieten door deze een tijd lang boven water te plaatsen (zoals bij het forceren van hyacintenbollen). Later worden de planten dan opgepot. De wortels die op deze manier ontstaan zijn echter niet altijd bestand tegen een ondergronds bestaan.
De plant moet steeds warm staan en heeft behoefte aan een hoge luchtvochtigheid, anders worden de bladranden bruin. Door regelmatig te snoeien en niet teveel te bemesten kun je jaren plezier beleven aan je Persea americana.
Geschiedenis
Gecultiveerde avocado’s komen aanvankelijk uit Zuid Mexico, Guatemala en uit het Noordelijke deel van Centraal-Amerika, waar de oorspronkelijke, wilde vorm ook nog steeds voorkomt. En ook al werden er reeds 750 jaar voor het begin van onze jaartelling door de Azteken ‘ahuacautals’ gegeten, wil de legende, dat de avocado in 1519 is ‘ontdekt’ door Hernando Cortes, de veroveraar van het Aztekenrijk.
In feite vond de ontdekking van de vrucht veel eerder plaats, want de avocado wordt al genoemd in de, in het Spaans geschreven: ‘Suma de Geografia’ van Martín Fernández de Encisco. Hij deed dit in het jaar, dat Cortes vanuit De Nieuwe Wereld was teruggekeerd naar Spanje.
Er mag echter aangenomen worden dat de Avocado in Centraal-Amerika vermoedelijk al 10.000 jaar geleden gegeten en ook gekweekt werd. Toen de Spanjaarden naar Centraal-Amerika kwamen, was de avocado dus al van Noord Mexico tot in Peru verbreid.
Het woord ‘Avocado’ vond zijn oorsprong in het Azteekse ‘ahuacatl’ wat ‘zaadballenboom’ betekent en staat voor de suggestieve vorm van de vrucht en hun gewoonte om paarsgewijze te groeien en is een verhaspeling van de Spaanse klanknabootsing ‘aguacate’.
In het verhaspelen van de naam ‘aguacate’ waren andere volkeren overigens nog veel fantasierijker. Zo kreeg de vrucht in de USA o.a de naam ‘alligator pear’ en ‘advocates pear’. Een andere naam is ‘boterpeer’, omdat het vruchtvlees als botervervanger gebruikt kan worden.
Het debat over de naamgeving van de avocado, of avocadopeer, krokodilpeer, aguacate of ahuacate duurde in de Verenigde Staten voort tot 1915, toen de Californische Avocado-vereniging de naam ‘avocado’ aannam en het achtervoegsel ‘peer’ liet vallen.
De plant werd al snel na de ontdekking van de Amerika in 1492 door de Spanjaarden naar Venezuela, de Caraïben, Chili, Madeira en de Canarische Eilanden gebracht. Een wijde verspreiding vond pas in de 19de eeuw plaats (Afrika, Madagaskar, Verenigde Staten, Maleisië en Philipijnen, Brasilië). De hardheid van de grote pit in het midden van de vrucht, zorgt ervoor, dat het een boom is die gemakkelijk geëxporteerd kan worden.
Sinds het begin van de 20ste eeuw worden avocado’s ook in het Middelandsezeegebied geteeld en sinds 1970 zelfs in Spanje.
Avocado’s worden echter vooral in de subtropische gebieden aan beide zijden van de Evenaar, tot aan de 43ste breedegraad, geteeld.
Pas na de tweede Wereldoorlog wordt avocado op grote schaal geëxporteerd. De exportmarkt beperkt zich hoofdzakelijk tot de Verenigde Staten van Amerika, de Europese landen en de meer verwesterde landen van oost-Azië. Onder de Europese landen is, met grote afstand, Frankrijk de grootste importeur (80.000 ton in 1994). Op de voet gevolgd door Groot Britannië (15.000 ton), plus Nederland en Duitsland (ieder ongeveer 10.000 ton). Waarbij opgemerkt moet worden, dat Duitsland zijn avocado’s nagenoeg allemaal uit Frankrijk inporteert. Deze landen vormen samen de grootste importmarkt voor avocado’s. De in Europa verkochte avocado’s zijn voornamelijk afkomstig uit Israel, Zuid-Afrika of Spanje.
Per hoofd van de bevolking lag het verbruik van avocado in 1992 in Frankrijk op 1,1 kg. per jaar. Daarna komt Denemarken met 0,5 kg, Groot Britannië (0,3 kg), de Benelux (0,2 kg) en Duitsland (0,15 kg).
Alle tegenwoordige kweekvormen van de avocado stammen van de beide wilde soorten Persea americana en Persea nubigena af.
Biologische kenmerken van Persea-soort:
De stam Persea behoort tot de familie van de Lauraceae (Laurierachtigen). Al naar gelang indeling, omvat deze familie 31 stammen met ongeveer 2.300 soorten. De Persea-stam bestaat uit 135 soorten (inklusief de Nachilus-stam) die van het Atlantische Noord-Amerika tot Chili en van de Indische Oceaan tot Japan verspreid zijn.
De twee belangrijkste soorten zijn P.americana (= P.gratissima) en P.nubigena. Deze twee soorten kunnen ieder op zich weer onderverdeeld worden in twee variëteiten:
- var.americana en var.drymifolia bij P.americana.
- var.nubigena en var.guatemalensis bij P.nubigena.
Meer informatie hierover kun je lezen onder het hoofdstuk kweken.
Andere soorten zijn P. borbonia (”Rode Laurier”, een sierplant), P.brenesii, P.caerulea, P.floccosa, P.gigantea, P.humilis (”Zijdelaurier”), P.japonica, P.leiogyna, P.lingue, P.longipes, P.melanocarpa, P. palustris, P.povedae, P.rigens, P.schiedeana, P.steyermarkii, P.thunbergii, P.veraguasensis, P.vesticula und P.viridis (= Machilus viridis).
Ook de vruchten van P.schiedeana kan men eten. Dit zijn de zogenaamde “Berg-avocado’s” ook wel bekend als: aguacate del monte, yas of coyou). Het hout van de avocadoboom is zacht en takken kunnen door de wind snel afbreken.
De bladeren zijn heel (niet gedeeld). Het jonge loof is heldergroen, later wordt het (op de gebruikelijke zonnige standplaatsen) glanzend, donkergroen.
De bladeren van de P.americana var.drymifolia en aanverwante soorten hebben, wanneer men ze wrijft, een lichte, anijsachtige geur.
De wortelvorming hangt sterk van de bodem en de bodemgesteldheid af.
De bloemopbouw en bestuivingsvoorwaarden:
De enkelvoudige bloesem van Perea is klein (5-8mm lang) en geel tot groen.Een enkele boom kan meer dan een miljoen bloesems hebben, waarvan slechts een zeer klein aantal vrucht draagt. De Perea draagt een typische laurier-bloesem: telkens zijn er drie kelkblaadjes en kroonblaadjes, die zeer sterk op elkaar lijken. Relatief gezien is de bestuiving erg ingewikkeld. Er zijn twee soorten bloesems, waarbij er per plant maar één aanwezig is. Men heeft de volgende kwalificaties vastgesteld:
Type A: De bloesems openen zich in de ochtend met Gynaeceum, zonder pollen te produceren. Tegen de middag sluiten de bloesems zich. De volgende dag openen ze zich weer in de namiddag en nu produceren de meeldraden pollen.
Type B: De bloesems openen zich de eerste keer in de namiddag. Het vruchtbeginsel is klaar om te ontvangen. ’s Avonds sluiten de bloesems zich. De volgende ochtend openen zij zich weer en stoten nu de pollen af.
Feitelijk heeft elke boom zijn eigen geslacht en bepaalt daardoor ook elke boom zijn eigen dagritme. Voor het telen van avocado’s betekent dit, dat men beide boomsoorten moet aanplanten, omdat er anders - theoretisch gesproken - geen bevruchting mogelijk is. De cyclus van beide soorten is echter niet altijd zo strikt als hier wordt aangegeven, omdat de luchttemperatuur van invloed is. De bloesems worden door insecten bestoven. Hoofdzakelijk zijn dit bijen, maar ook vliegen en wespen hebben een belangrijk aandeel in de bestuiving.
De vrucht:
De avocadovrucht is, botanisch gezien, een bes en niet, zoals men zo vaak leest, een steenvrucht.
Het verschil tussen een steenvrucht (zoals een perzik, kers of walnoot) en een bes, is, dat bij de eerste de vruchtwand die het zaad omhult, in een zachte buitenlaag en een keiharde binnenlaag ligt opgeslagen. Bij een bes is de gehele vruchtwand zacht, dat wil zeggen, het zaad ligt ‘naakt’ in het vruchtvlees. De pit van de avocado bestaat voornamelijk uit zaad, en niet ook nog eens uit delen van de vruchtwand. De bruine ‘huid’, die de pit omhult is de ‘zaadschaal’ (testa).
De vorm van de vrucht is, afhankelijk van de soort, ovaal tot peervormig of heeft een verlengde peervorm. De lengte varieert van 7 tot 20 cm. Het gewicht kan variëren van 50 tot 900 gram. Deze afmetingen gelden voor de gekweekte soorten van de P. americana en de P. nubigena.
De Epikarp, de ’schil’, kan in kleur varieren: groen, donkerrood, paars of zwart . Ook de dikte varieert van 1 mm tot ??, en maakt 9 tot 15 % van het gewicht uit.
Het vruchtvlees bestaat uit een mesokarp en een endokarp en maakt 63 tot 77% van het gewicht uit.
De pit kan rond, konisch of verlengd zijn en bestaat uit twee helften>; dit zijn de de beide kotyledonen (kienbladen), deze omsluiten het enbryo van de plant. De pit maakt 8 tot 24% van het gewicht uit.
De drie hoofdsoorten:
In grote lijnen onderscheidt men zoals gezegd in eerste instantie drie avocado-soorten, waaruit - door kruising - de individuele, gekweekte soorten zijn ontstaan:
De Mexicaanse soort (P.americana var. Drymif.):
Planten van deze soort hebben relatief kleine vruchten met een neutrale smaak en ze wegen meestal niet meer dan 250 gram. Ze kunnen tegen hoge temperaturen en grote droogte, maar ook tegen vorst (tot -6º C.). De vruchten kunnen bij lage temperaturen bewaard worden. De schil van is relatief dun en glad. Het oliegehalte van het vruchtvlees is hoog (> 15%). De pit is over het algemeen groot en ligt los in het vruchtvlees.
Uit commercieel oogpunt is deze soort echter niet interessant. Toch wordt de wortelstok veelvuldig voor het enten gebruikt, omdat deze niet zo gevoelig is voor de Phytophter cinnamonii (een voor de avocado-boom schadelijke zwam) is, als de wortelstok van andere avocado-soorten. De bladeren van deze soort ruiken licht naar anijs.
De Guatemaltese avocado (P.nubenga var. Guatemalensis): De planten van deze soort hebben grote bladeren, die aan beide zijde, regelmatig donkergroen van kleur zijn. De meer ronde vruchten zijn groter dan die van de mexikaanse soort. Ze hebben een dikke, harde gebobbelde schil. De hoofdzakelijk kleine pit zit vast in het vruchtvlees. Het oliegehalte is gemiddeld (10 tot 20%). De planten verdragen vorst (tot plm -4,5º C.). Van bloesem tot rijpe vrucht verstrijken 8 tot 10 maanden.
De Westindische avocado (P.americana var. Americana):
Deze soort is waarschijnlijk afkomstig uit het Noordelijke deel van Zuid-Amerika (Colombia). De planten hebben grote bladeren, die iets lichter groen zijn als de beide Guatelatese avocado’s, De vruchten zijn groot (440 tot 900 gram). De schil is dun, glad en doorschijnend. Ze wordt eerst groen en bij het rijpen van de vrucht wordt ze geel-groen tot roodachtig. Het vruchtvlees is waterig en heeft een laag oliegehalte (<10%). De vruchten zijn, in vergelijking met de beide andere soorten, het meest gevoelig voor lage temperaturen en kunnen daardoor slecht getransporteerd en bewaard worden, waardoor men ze slechts op de plaatselijke markt aanbiedt. Deze soort reageert sterk op vorst en droogte, daarentegen kan deze plant beter tegen zout. In tegenstelling tot de twee andere soorten die eerder een subtropisch klimaat verlangen, is de Westindische avocado een tropische plant. Van bloesem tot rijpe vrucht, vergt 7 tot 9 maanden.
Voor de wortelstok worden hoofdzakelijk gekweekte soorten van de Mexicaanse avocado gebruikt. De vruchtdragende delen zijn veelal Guatemaltese soorten of Guatemaltees-Mexicaanse hybridesoorten.
Ook op tropische breedtegraden worden Mexikaanse en Guatemaltese soorten geteelt, en wel op hoogten van 1.500 tot 2.500 meter en op 800 tot 1.800 meter hoogte.
De gekweekte soorten:
Er zijn bijna 200 soorten bekend. Uiteraard kunnen we die hier niet allemaal behandelen, veel soorten zijn niet zo heel erg bekend en zijn slechts plaatselijk van betekenis. De keuze die we hieronder maken is geheel willekeurig. De momenteel belangrijkste soorten zijn ‘Fuerte’ en ‘Hass’.
Fuerte heeft lange tijd de markt beheerst en de meeste avocado’s die men in supermarkten kocht, waren afkomstig van deze soort.
In de loop der jaren heeft de Hass-soort een groot marktaandeel veroverd. Ondertussen worden ook steeds vaker de soorten Pinkerton, Edranol, Reed en Ettinger aangeboden. Daar verschillende soorten uitsluitend vegetatief (door enten) vermeerderd worden, horen alle planten tot hetzelfde type avocado.
MEXICAANSE SOORTEN:
Er zijn ongeveer 40 Mexicaanse soorten bekend:
Duke (type A): De soort Duke is in meerdere afgeleiden (zoald Duke6, Duke 7) verkrijgbaar en onderscheidt zich door Mexicola (type A); Deze soort heeft kleine (110 - 200 gram) vruchten, een gladde, zwarte schil en een grote pit. Het vruchtvlees heeft een prima kwalitiet (oliegehalte 20-22%) Ook deze soort is goed koudebestendig. Anderse soorten zijn Gottfried en Topa Topa. Topa Topa word bij voorkeur samen met Fuerte als bestuivingsplant aangeplant GUATEMALTESE SOORTEN: Er zijn ongeveer 89 Guatemaltese soorten bekend. Hass (type A): De Hass-soort is zeer sterk en wordt momenteel in grote delen van Mexico, Californië, isreal en Spanje verbouwd. De vrucht is bijna groen en wordt bij het rijpen zwartachtig of bruinkleurig. Ze weegt 140 tot 350 gram. De schil is pokdalig. Het vruchtvlees heeft een hoge kwaliteit en een oliegehalte van 18 tot 23%. In de engste zin van het woord is Hass geen gekweekte soort. De eerste boom groeide omstreeks 1930 wild tussen de avocado














Weet iemand hoe ik deze avocado planten kan enten, want ik heb begrepen dat dat een manier is om mannetje en vrouwtje bij elkaar te brengen ?
als iemand dat weet wil ik het ook wel grraag weten want 2 bomen van twintig m ast niet echt bij mij thuis…