Paddestoelragout
‘t Is winter op Gran Canaria. En een lekker gerecht vind ik dan altijd een pittige, kruidige paddestoelragout. Ik maak em zo: ik doe echte boter en een flinke scheut olijfolie in de pan. Ik snij een aantal tenen knoflook fijn en doe ze erbij. Dan snij ik champignons in schijfjes, oesterzwammen in stukjes en als ik andere paddestoelen kan vinden, dan doe ik die er ook bij. Alles in de pan en lekker bakken maar. Paprikasnippers erbij, een fijngesneden ui en een heel fijngesneden aubergine. Bakken maar! Eventueel wat olie erbij doen, de champignons en aubergine zuigen het flink op. Als de boel lekker aan het bakken is, dan strooi ik er flink wat bloem overheen. Goed roeren, en dan beetje bij beetje water erbij gieten. (Er zijn mensen, die gebruiken droge witte wijn, en alhoewel ik me kan voorstellen dat dat lekker is, giet ik het liever in mezelf als ik toch al een fles open maak.) Goed roeren, zodat er geen klonten bloem in blijven zitten! Eventueel kun je er nog wat crême fraiche bij doen, maar voor mij hoeft dat niet echt. Ik doe er wel wat bouillonblokken bij, veel peterselie, wat rozemarijn, paprikapoeder en wat tijm. Ik breng de boel op smaak met zout en (veel) peper en voeg dan nog een keer wat fijngesneden knoflook toe. En dan is het een kwestie van laten pruttelen totdat de aubergine is ‘gesmolten’ in de ragout.
Heerlijk op een pasteitje met wat rijst en broccoli bijvoorbeeld!
