Terwijl de stuwmeren die eigendom zijn van het Eilandbestuur van Gran Canaria voor 50% gevuld zijn, komt bij de particuliere, zoals de drie stuwmeren van La Aldea, de bodem in zicht. Dit gezien het feit, dat Paralillo minder dan 20% van de beschikbare capaciteit bezit, Siberio 13% en Caideros de La Niña 15% bevat aan in 2007 opgeslagen water .
De neerslag die er in de loop van oktober 2008 was, vooral die van de laatste dagen, heeft de boeren in het middelhoge- en hooggebergte op Gran Canaria weer een beetje blij gemaakt. Maar allen zijn het er over eens, dat er een paar dulas (dula = elk van de stukken land die door eenzelfde kanaal worden bevloeid) gespaard hadden kunnen worden. Deze blijdschap ziet men afgeremd door het feit, dat praktisch alle stuwmeren op Gran Canaria, vooral die, welke privé eigendom zijn of die toebehoren aan waterschappen, op 15% van hun capaciteit staan.
Van de grote stuwmeren in de bergen komt de bodem in zicht. In het stuwmeer van Parralillo kan men de snelle afname van de watervoorraad zien aan de markering die het water op de rotswanden heeft achtergelaten.
Dit, terwijl de stuwmeren van het Eilandbestuur, zoals dat van Chira, of dat van Ayagaures, op 45 en 76% van hun capaciteit staan, laten de stuwmeren in de kom van La Aldea zorgwekkende cijfers zien. Gezien het feit, dat er ondertussen in Paralillo nog maar 900.000 m³ (20%) staat opgeslagen. In Siberio resteert nog 500.000 m³ (13%) en in Caideros de la Niña staat nog 30.000 m³ (15%) terwijl dit 2,5 miljoen kubieke meter kan bevatten.
Afgaande op barruntos (voorgevoelens) en cabañuelas (de eerste twaalf dagen van januari waarop - niet wetenschappelijk - de weersverwachtingen voor de rest van het jaar worden gebaseerd), zeggen de voortekenen, dat de komende winter rijkelijk aan regen zal zijn. Maar vast en zeker is, dat de neerslag die tijdens de afgelopen drie dagen gevallen is, met 35 liter per m², gemiddeld is geweest, vooral in de omgeving van Valleseco, Gáldar, Guía en San Mateo.
La Aldea bidt
Met haar drie grote stuwmeren op bijna leegstand en met het vierde, dat van Salto de Perro, in aanleg, waarmee Madrid uitkomt op een pakket voor watervoorziening op middellange- en lange termijn, kijken de bewoners van La Aldea naar de hemel. En ze bidden, opdat de droogte niet een van de vele plagen zal worden die hun cultures bedreigt.
Burgemeester Tomás Pérez, laat weten, “dat als het deze winter niet overvloedig regent, men verplicht afhankelijk zal zijn van de waterzuiveringsinstallatie, wat de prijs van water opdrijft voor een landbouw die van alle kanten opdonders heeft gekregen.”
De klacht van de bewoners van la Aldea vindt zijn weerklank op veel andere plaatsen in het eilandlandschap. Plaatsen, die ook niet verstoken kunnen blijven van water, gezien het feit, dat de stuwmeren, zoals dat van Cueva de La Niñas, 50.000 m³ herbergen, ofwel bijna niets.
Water, dat men verliest
Het stuwmeer van Candelaria, in La Vega de Acusa, heeft een capaciteit van 396.000 m³ en lijkt, normaal gesproken, vol te raken als het regent. De poreusheid van het stuwmeer zorgt ervoor, dat men het opgeslagen water verliest. Waardoor de plaatselijke Cooperativa Agrícola (Landbouwcoöperatie) en de Gemeente Artenara al sinds lang van het Eilandbestuur eisen, dat men overgaat tot het waterdicht maken van het bekken. De excuses van Demetrio Suarez overtuigen de bergbewoners niet, die aanvoeren, dat men in Acusa met water een half miljoen kilo aardappels per jaar oogst, een zaak die kan blijven bestaan met een stuwmeer, dat op orde is.










