Archief voor april, 2008

Charlie’z and Friends

0

Charlie’z and Friends is zeker één van de best gedecoreerde bars in Puerto Rico. Het ligt vlakbij het strand van Puerto Rico.

De professionele en vriendelijke bediening serveert geweldige cocktails en allerlei soorten (internationale) drankjes. Belgisch bier (en lekkere broodjes) kunnen natuurlijk niet ontbreken in deze mooie bar in Belgische handen.

Charlie’z and Friends
C/ Olimpico Doreste y Molina 52
35130 Puerto Rico (Mogán)
Las Palmas, Spain
Tel. 0034 928 561 270
E-mail: info@charliezpuertorico.com
Website: www.charliezpuertorico.com


Foto’s:

Charlie’z and Friends

Charlie’z and Friends

Charlie’z and Friends

Charlie’z and Friends


Op de Puerto Rico kaart:
Puerto Rico [deltazoom=-1;]

 

Las Palmas de Gran Canaria Tour

0

Sinds begin maart kun je op een wel hele relaxte manier de ‘hoogtepunten’ van Las Palmas de Gran Canaria ontdekken: in een dubbeldekkerbus met open dak. Of beter gezegd: zonder dak.

Eén van de drie open-dak bussenHet bedrijf dat de drie opvallende knalrode bussen heeft rijden door de stad heet ‘City Sightseeing’. In meer dan tachtig steden worden mensen naar de mooiste plekjes gebracht met deze bussen. Dertig jaar geleden reed de eerste bus al door Sevilla, in ‘98 werd het bedrijf flink groter door een fusie, en van 4 steden in 2000, zijn het er meer dan 80 nu. Las Palmas is de eerste Canarische stad die met de dakloze dubbeldekkers te ontdekken is.

Gabinete Literario (Plaza del Cairasco)Het succes? De tickets zijn niet goedkoop, maar je krijgt er heel wat voor terug. Bij het instappen krijg je een koptelefoon. Tijdens de rit van zo’n anderhalf uur kun je kiezen uit acht talen, waaronder Engels, Duits en Frans. De buschauffeur laat via een verder geautomatiseerd systeem weten waar de bus zich bevindt en in de geselecteerd taal word je duidelijk uitgelegd waar je naar kijkt, wat de historische gebeurtenissen waren van die plek en waartoe hij nu dient. Je kunt uitstappen bij alle elf haltes, en weer opstappen wanneer jij wilt, binnen 24 uur sinds het stempelen van je ticket. (Of binnen 48 uur, als je een 48 uur ticket heb gekocht.) Er rijdt ongeveer elk half uur een bus, dus na het bezoeken van een bezienswaardigheid pak je gewoon de rode bus naar de volgende. Uitzicht over Las Palmas de Gran CanariaWat veel mensen dan ook doen is eerst een volledig rondje maken zonder uit te stappen. Dan krijg je een goed idee wat er zoal te zien is, en dan tijdens het tweede rondje uitstappen bij de plekken die je nieuwsgierigheid geprikkeld hebben.

Officieel begint de bus in het San Telmo park (waar de bussen vanuit het zuiden aankomen in Las Palmas) maar je kunt opstappen waar je wil. Tickets koop je bij de bus zelf, of bij de verkoopdames bij de haltes. In Las Palmas zijn er ook hotels die tickets verkopen.

De kathedraal Santa Ana in VeguetaMet de bouw van Las Palmas is ruim 500 jaar geleden aangevangen. Het historische deel, Vegueta, daar past de bus, vanwege de erg smalle straatjes en vele voetgangerzones helaas niet in. Dus stopt hij op een paar meter van de kathedraal. Én op het Plaza de Cairasco en bij het Pérez Gáldos theater. Eigenlijk is dit het meest interessante deel van de stad, vooral voor dagtripmensen. Je loopt van hieruit zo het historische gedeelte in waar al heel wat voetgangerszones zijn gerealiseerd. Je steekt de weg over en loopt Triana binnen, de bekendste winkelstraat/zone van de stad. En als je het gezien hebt, pak je de bus die zijn route vervolgt naar San Telmo en het Parque de Santa Catalina. Dit plein is het toeristische centrum van de stad. Een mooi, ruim plein met terrasjes, en een wandeling van slechts enkele minuten brengt je naar het prachtige ‘Las Canteras’ strand.

Winkelcentrum “El Muelle”Andere stops zijn: Paseo de la Cornisa. Hier vandaan heb je een prachtig uitzicht over de stad. El Corte Inglés, het bekendste warenhuis van Spanje. El Pueblo Canario (het Canarische dorp). Prachtig stukje architectuur, ontworpen door Nestor, wiens werken je er in het naar hem genoemde museum ook vindt. Dat alles, bij de prachtige tuinen van het Santa Catalina vijf sterrenhotel en het Doramas park. Dan stopt hij nog bij de Santa Catalina pier, waar de cruiseschepen aanmeren en bij het winkelcentrum ‘El Muelle’ dat een prestigieuze Europese prijs in de wacht heeft gesleept voor het ontwerp. Ook stopt de bus nog in La Isleta, waar vandaan je zo het noordelijkste deel van het Las Canteras-strand oploopt.

De jachthaven van Las PalmasEen normaal (24-uurs) ticket kost voor volwassenen €15, en €7 voor kinderen. Een 48-uurs ticket kost €19 en €9 voor kinderen. En zoals reeds gezegd; je kunt op de route zo vaak op- en afstappen als je maar. Zo vanaf 9:30 rijdt de eerste bus, ongeveer tot het donker is. Vraag bij de buschauffeur naar de details. O ja, residenten van de stad Las Palmas de Gran Canaria betalen maar €4,-. Zij moeten wel kunnen aantonen dat ze woonachtig zijn in de stad.

Folklore in het ‘Pueblo Canario’ (Canarische dorp)Het busbedrijf ‘Global’ heeft aandelen in de City Sightseeing Tour van Las Palmas, dus binnenkort zullen er combinatietickets gekocht kunnen worden, bijvoorbeeld reeds in de bus naar Las Palmas vanuit het Zuiden. Tot die tijd, neem je lekker de bus naar Las Palmas en bij aankomst op San Telmo, stap je over op de knalrode bus die (buiten) langsrijdt.


Meer foto’s van Las Palmas: op onze Las Palmas fotogalerij.

 

Santa Lucía de Tirajana

0

We nemen je mee terug in de tijd, naar 1483. De oorspronkelijke bewoners van Gran Canaria verdedigen al jarenlang hun eiland, Gran Canaria.
Wat zij overigens niet zo noemen… De ‘lage’ gedeeltes van Gran Canaria zijn al in handen van de Spanjaarden, en Gáldar, één van de laatste stevige bolwerken tegen de Spanjaarden is ook in handen van de veroveraars gevallen. De enige plek waar nog gevochten wordt is een rots, ‘het fort van Ansite’.

Het fort van Ansite “La Fortaleza de Ansite”

Op deze grote rots, vlakbij het huidige Santa Lucía, wonen de Aborigenes in uitgehakte grotwoningen, begraven ze hun doden in speciale grotten en bewaken ze hun voedsel in zogenaamde graanschuren. Alle vertrekken zijn verbonden, en door de rots heen is ooit een tunnel gehakt. Dit stevige fort is niet makkelijk te veroveren. Maar jarenlang ten strijde trekken heeft de rotsbewoners flink uitgeput en de voedselvoorraden zijn ook al tijden op. Voor de Spanjaarden is deze vestiging het laatste loodje voordat ze Gran Canaria officieel veroverd kunnen verklaren. Museum La Fortaleza in Santa LucíaDaarbij komt, dat de troepen net ververst en versterkt zijn, met verse manschappen uit La Gomera en uit het vasteland. Bentejuí, de gevechtsleider op de rots, komt oorspronkelijk uit Gáldar. Maar al in 1482 vertrok hij samen met de prinses Guayarmina Semidán (uit Gáldar) naar deze rots om vanuit hier het verzet tegen de veroveraars te leiden. Hij is net dertig geworden.

Tenesor Semidán, een inmiddels in Spanje gedoopte Canarische leider die probeerde te onderhandelen namens de veroveraars, en broer van de op Ansite vechtende prinses, komt op 29 april 1483 naar de rots om Bentejuí en prinses Semidán ervan te overtuigen dat doorgaan met het verzet geen zin meer heeft en dat er alleen maar meer bloed zal vloeien. Het lukt hem ze te overtuigen. De prinses daalt met haar broer af van de rots en geeft zichzelf en de nog resterende bevolking over aan de veroveraars en het Christendom.

Santa Lucía de TirajanaBentejuí, en de ‘Faycán de Telde’ (Canarische ‘priester’ uit Telde, die diens koning bijstond en adviseerde) besluiten dat ze hun leven willen eindigen zoals ze het zijn begonnen: in vrijheid. Al schreeuwende “Atis Tirma” springen ze van de hoge rots af hun niet-lang-op-zich-laten-wachtende einde tegemoet in de barranco (stijle kloof) “Atis Tirma”. De kloof is genoemd naar deze laatste woorden, schijnbaar is het tijdens deze onrustige tijden een komen en gaan van springers op deze plek. “Atis Tirma” betekent trouwens “Lang leve de heilige berg” in de taal van de oorspronkelijke bewoners.

Terug naar 2008
Het museum La FortalezaTot zo’n vijf jaar geleden werd deze gebeurtenis jaarlijk op 29 april ‘gevierd’, met een mis in de religieuze bijeenkomstengrot van de rots zelf. Bij het stenen altaar werd een mis opgedragen aan hen die vielen tijdens de gevechten rond de rots, aan alle gevallenen tijdens de veroveringen van Gran Canaria en de Canarische eilanden en in het bijzonder aan de Faycán de Telde en Bentejuí. Dat is niet meer zo, maar als je op 29 april de plek bezoekt, zul je vast niet de enige zijn.

Het fort van Ansite “La Fortaleza de Ansite” bestaat nog en is nog te bezoeken en is dat zeker ook waard. Inmiddels is het bergspringen minder populair, niet zo geheel onlogisch want het is natuurlijk nooit een sport ‘met toekomst’ geweest, maar ook de natuur hier is prachtig. Omgeving Santa LucíaMaar mooie natuur vult de maag niet, en het nabijgelegen Santa Lucía de Tirajana is een aanrader. Niet dat hier nou heel veel te doen is, maar het prachtige langgerekte witte bergdorpje met zijn kerkje dat uit de verte vanwege zijn koepel aan een moskee doet denken is een mooie stopplaats voor tochten door de bergen.

En dan hebben we nog het archeologisch museum “La Fortaleza”. Dit bijzondere gebouw (kasteel in wording) stelt een indrukwekkende privéverzameling tentoon. De collectie heeft vele voorwerpen uit de Canarische geschiedenis, van Romeinse kruiken tot mummies, stenen afgodsbeelden die het Museo Canario maar dolgraag in hun collectie zou hebben, tot schilderijen en (nep)wapens, gemaakt van blikjes. Ook vind je er, vlakbij de ingang, een typisch Canarische slaapkamer uit de 17e eeuw. De voorkant van het museumEntree is maar 2 euro, dus daar hoef je het niet voor te laten. En heel praktisch: aan de achterkant van het museum zit een leuk, rustiek restaurant ‘Hao’. De prijzen zijn vrij laag en hier kun je echt typisch Canarisch eten. Ook kun je hier de plaatselijke likeur ‘mejunje’ proberen, een mix van honing, rum en citroen. (Ook best te drinken zonder de griep te hebben.) Drink niet teveel, je moet nog terug over de bergweggetjes.

Restaurant ‘Hao’, achter het museum


Je komt in Santa Lucía via Vecindario, Fataga of eventueel via Mogán. En een bezoekje past goed in een ‘rondje binnenlanden’. Het is veruit het aangenaamst om zelf met een huurautootje op pad te gaan want met de bus ben je nogal eens lang bezig en word je misschien meer heen en weer geslingerd dan je lief is.

 


Museum La Fortaleza

Meer foto’s op onze fotogalerij van het museum.

 

Wie zijn… de Soulsisters, Dunia Trujillo Gonzalez & Jenene Hollenbach

0

Dunia en Genene vormen samen het duo “Soul Sisters”. Met hun show trekken ze nagenoeg elke avond naar een ander hotel op Gran Canaria, waar ze de mensen zo’n drie kwartier lang vermaken met hun zangkunsten maar ook zeker met de andere elementen van hun show. “Interactief” zegt Dunia, dat is zo’n show vergeleken met het “gewone” liedjes zingen in een hotel – iets wat ze jarenlang heeft gedaan voordat ze met de show begon.

Dunia & Genene

Los van genieten van dit soort entertainment, willen we natuurlijk weten hoe het leven er uitziet van deze artiesten. We nemen Dunia en Genene als voorbeeld. Genene en Dunia wilden allebei iets nieuws. Ze kenden elkaar via het werk, en Genene belde Dunia op. “Zin in een nieuwe show?” Ze haalden een ‘producer’ erbij, die zorgde voor kostuums, de choreografie en de muziek. Na ruim vier maanden repeteren werd de show beoordeeld door de agent, Andres Martinez. “Werken met een agent is niet echt noodzakelijk, maar wel bij grotere hotels. Stel je bent een avond ziek of zo, dan regelt de agent een andere show voor die avond bijvoorbeeld. Dat is als je alles zelf regelt, nog wel eens moeilijk voor elkaar te krijgen” aldus Dunia. En toen kon het echte werk beginnen. Vier á vijf keer in de week een optreden van zo’n 45 minuten tot een uur. “Een luxe-leventje?”.
“Nou, bij dat optreden hoort anders ook het gesleep met de apparatuur voor geluid. Maar okay, het kan natuurlijk erger.”

The Soul SistersMotown en Soul is wat de dames ten gehore brengen, en dat doen ze goed! “Donna Summer, Tina Tuner, the Pointer Sisters, the Jackson 5 en Etta James worden allemaal vertolkt op het podium, en als het publiek reageert is het altijd leuk, ook al is het elke dag dezelfde show” aldus Dunia. “Nou vind ik dit soort muziek ook wel erg leuk, er zit veel energie in dus dat maakt het allemaal lekker levendig.”

Dunia & GeneneDe dames hoeven er niet nog echt bij te werken, maar om toch een hypotheek en dergelijke te kunnen lospeuteren bij een bank heeft Dunia nog drie jaar overdag bij een makelaarskantoor gewerkt. “Nu stop ik die tijd in het opknappen van mijn eigen huis.” Genene: “Ik heb een kind van twee en ben alleenstaande moeder, dus veel tijd overdag hebben is dan heel handig.” Genene is vanuit Zuid Afrika gecast, ze zat daar in een band die ooit wat hits heeft gehad. “Maar roem vergaat snel”, aldus Genene, en het leven op Gran Canaria bevalt haar goed. “Ja, ik mis thuis wel af en toe, maar ik kan er nooit op deze manier mijn geld verdienen en de onveilige situatie in de steden is erg onaantrekkelijk als je eenmaal Gran Canaria gewend bent. Ik blijf dus voorlopig nog wel.” Genene is een serieuze Christen, en houdt ook van gospelsongs. Ook schrijft ze zelf muziek, en ooit wil ze daar nog wel iets mee gaan doen.

Dunia werkte ooit twee jaar in Wenen in een buffet-restaurant. Ze wilde Duits leren en eens wat van de wereld buiten Gran Canaria zien. Ze heeft er lang over gedaan om haar familie te overtuigen “Ja maar meisje, wat moet je daar nou, hier is toch alles?” maar is erg blij dat ze toch is gegaan. Ondanks dat is Gran Canaria echt haar ‘thuis’, en ook al wil ze nog veel gaan reizen in haar leven, ze vermoedt wel hier te blijven wonen. “Ik voel me hier toch het beste, het meeste thuis bij dit klimaat en bij mijn mensen…”


Mocht je de Soul Sisters willen boeken voor een eigen feest of iets dergelijks, neem dan contact op met Dunia: 637 979880

 

Steef’s Ballen

0

Zo rijd je door Playa del Inglés en eigenlijk heb je, cultureel heel onverantwoord, gewoon zin in lekkere Nederlandse patat. Maar ja, je bent op zoek naar een nieuw slachtoffer voor de nieuwe ‘Koken met Joke’. Dus het moet wel een lekkere combinatie zijn. Met ander woorden, je moet jezelf snel overtuigen voordat rede toeslaat. “Nou hoppakee, een typisch Nederlands gerecht mag ook best wel eens, het is tenslotte een Nederlandstalig tijdschriffie, of niet dan? Ja toch? Nou dan!” En met bijna piepende remmen zet je je trouwe volvo stil voor de Holland Corner. “Een wijs besluit, Joke” praat ik mezelf in. En dan zie ik Stephanie. Toch ga ik door met mijn besluit en ik bestel snel een wijntje. “Stephanie, wat is jouw grootste geheime recept?” “Dat ga ik toch niet in de Hollandse Nieuwe verklappen?” zegt ze ad rem. Dat snap ik dan weer wel, ik heb zelf ook van die momenten dat ik liever niets verklap aan niemand, en vooral niet aan iemand met grotere borsten dan ik. Maar goed, dat is dan weer een persoonlijke tik en heeft hier eigenlijk niet zo veel mee te maken. Maar zo zijn vrouwen nou eenmaal. Wij schakelen wat sneller dan de andere helft van de bevolking. Enfin, terug naar ons verhaal, zo verklap ik bijvoorbeeld ook niet graag mijn postcode aan de kassajuffrouw van de Mediamarkt. En vandaar dus lieve mensen, dat we dit keer alles over Stephanies geweldige gehakballetjes in tomatensaus te weten komen:

Stephanie in de Holland Corner

Gehaktballetjes in tomatensaus

Lekker rundvlees in een keukenmachine tot gehakt maken. Dan meng je zout, peterselie, knoflook, een ietsie olijfolie en ei, en dat voeg je bij het gehakt. Beetje bij beetje meng je paneermeel er doorheen, totdat de massa vrij droog genoeg is om er balletjes van te maken. De grootte van de balletjes zit zo tussen een grote knikker en een golfbal in. Zeg maar, de grootte van een mensenoog. (En voor mensen, die daar geen oog voor hebben, dat zit zo zeg maar tussen de grootte van een grote knikker en een golfbal in.)

In een pannetje bak je paprika, ui en tomaten (ontveld en zonder pitjes) in wat olijfolie. Je doet er een bouillonblokje bij. Als het prutje gaar is doe je er wat water bij om er een mooi sausje van te maken.

Dan bak je die balletjes, in een flinke laag olie. Ze moeten zeg maar net ondergedompeld zijn. Als ze lekker bruin zijn stop je ze in de tomatensaus. En dan niet zo dat het ballen in de soep worden, maar gewoon dat je ballen heb met wat saus. Bij de Holland Corner, waar je de originelen kunt proberen, serveren ze er meestal aardappelpuree of gekookte aardappels bij en wat sla of groenten.

En o wat hapt dat lekker weg. Maar voor mij geen aardappelpuree! Hier met die patatten! En de rest. Gelukkig kosten taxi’s weinig op Gran Canaria!


Contactgegevens:

Holland Corner
Edificio Iguazu
Avenida de Tirajana
Playa del Inglés
tel. +34 630 807439
web: www.hollandcorner.com

(open van 12:00 tot 23:00)

Op de kaart:
holland_corner.kml

 

Las Palmas de Gran Canaria

1

Soms is het wat bewolkt in het Zuiden en dat is dan een uitgelezen gelegenheid om een bezoek te brengen aan de hoofdstad van Gran Canaria: Las Palmas. Trouwens ook als de zon schijnt is het leuk om eens naar het Noorden te gaan! Je ziet weer eens wat anders dan toeristen en Las Palmas is natuurlijk echt een grote Spaanse stad waar gewerkt en geleefd wordt, en dat merk je.

Ik raad je aan om bus 30 te nemen, die rijdt direct door naar het noorden, zonder in allerlei kleine plaatsjes te stoppen. Opstappen met een zekere zitplaats doe je bij het busstation bij hotel en Centro Comercial ‘Tropical’. Ga achter de chauffeur zitten i.v.m. de zon. Je moet uitstappen bij San Telmo, dat is het ondergrondse busstation in Las Palmas.

San TelmoWanneer je boven de grond komt zie je een groot plein, je bent dan op het Parque de San Telmo. Op dit plein is een muziektent en zijn diverse kiosken. Bij één ervan (het minitoeristenbureautje zeg maar) kun je gratis informatie krijgen over Las Palmas, waaronder plattegronden. Hier ligt overigens ook de Hollandse Nieuwe! Bij een andere kiosk serveren ze allerlei kleine hapjes en drankjes, waaronder een lekkere cappuccino.

Calle Mayor de TrianaDirect aan dit plein grenst één van de bekendste winkelstraten van Las Palmas, de ‘Calle Mayor de Triana’. Deze winkelstraat is uitgevoerd als voetgangersgebied en heeft vele interessante winkels, echter niet altijd goedkoop. Voor parfum, tabak, leer en drank ben je in het Zuiden voordeliger uit. Let trouwens ook op de winkeltijden: ’s middags van één tot drie (of vier) uur houdt men siësta. In het midden van de winkelstraat zijn onder een glazen plaat nog de restanten van de rails en een wissel van een tram, die hier eens reed te zien.

Mercado (Markt)Loop je nog wat verder, dan kom je bij de markt uit. Denk nu niet aan kramen, maar aan kleine shoppies in een groot marktgebouw. Hier worden veel verse voedingswaren verkocht als vlees, vis, groenten en fruit. Je ziet hier ook allerlei soorten vis en groenten die in Nederland en Vlaanderen niet verkocht worden. Het kan er dan wel eens wat minder fris ruiken!

Vanaf San Telmo zie je de kathedraal, de Santa Ana, al liggen. Wanneer je daar in de buurt bent zie je eerst het Casa de Colón. Dit is een huis, nu een museum, dat ooit aan de Spaanse gouverneur heeft toebehoord en waar Christoffel Columbus de nacht heeft doorgebracht voordat hij zijn ontdekkingstocht naar Amerika begon.

Casa de Colón (Huis van Columbus)Het is heel interessant om dit museum te bezoeken. De entree is zelfs gratis. Op de binnenplaats word je verwelkomd door twee prachtige Ara’s, papegaaien, die daar al sinds mensenheugenis rondlopen. Zo vreemd is dat niet, want deze vogels kunnen wel 100 jaar worden. Praten doen deze ara’s echter niet. In het museum van Columbus is heel veel te zien over de historie van de Canarische Eilanden. Er lopen ook regelmatig schoolklassen rond die hier een excursie maken en zo meer over hun eigen geschiedenis te weten komen.

De volgende keer vertel ik nog wat uitgebreider over het museum, de kathedraal Santa Ana en de stad Las Palmas.

Kijk tot die tijd eens naar de Internetsite die ik over Gran Canaria heb gemaakt op:

http://home.planet.nl/~gerard.bosman

 

Lolita en Herman (en andere beesten)

0

Direct nabij de Haven van Puerto de La Luz in Las Palmas, ligt het Parque Santa Catalina (het Sint Catharinapark). Dit grote park is omgeven door het VVV-kantoor, een speeltuintje voor kinderen en de twee Elder-gebouwen – de voormalige kolenopslagplaatsen van de Elder-Dempster Company – tegenwoordig zijn hier het Museo de Ciencia (Wetenschaps-museum) en het multifunctionele Elder-centrum in gevestigd. Niet alleen speelt zich hier, vooral ’s avonds, de dagelijkse pantoffelparade af van en voor de Canarios, maar ook de grote evenementen zoals het Carnaval, concerten en andere culturele festijnen. Op de banken en de tafeltjes speelt de lokale bevolking domino, terwijl bezoekers genieten van de terrassen en de nabijgelegen winkels.

Lolita Pluma

In een van de hoeken staat het beeld van ‘Lolita Pluma’, misschien wel de meest populaire figuur in de stad, een excentrieke, beminnelijke, oudere vrouw. Ze was ongetwijfeld de “Muze van de wijk”, die elke dag gezien kon worden in het park. Ook veel Nederlandse toeristen, die tot eind jaren 80 van de vorige eeuw Las Palmas bezocht hebben, kunnen zich Lolita Pluma, ofwel Gilda, nog wel herinneren. Lolita was en is voor altijd een begrip. Lolita droeg te veel make-up, haar lippen zwaar gestift en wenkbrauwen veel te zwaar aangezet. Ze wisselde haar verrassend uitbundig, felgekleurde outfit meerdere keren per dag, haar kleding en haardracht was voorzien van bonte strikken en ze werd altijd vergezeld door haar katten. Zij kocht openlijk pakjes sigaretten bij de kiosk in het park en verkocht deze per stuk aan de terrasbezoekers. Zij gedroeg zich uiterst excentriek en kreeg van een auteur de eretitel “de eerste échte hippie van het eiland“. Lolita had haar eigen exemplarische manier van leven en was met niemand te vergelijken. Ze verwende de dieren en Lolita liet de mensen zien hoe je ook anders kon leven, iets wat iedereen wist te waarderen.

Herman en Lolita Pluma

Herman, van ‘de Schakel’ en tevens een bekend/berucht figuur op de markt van San Fernando (woensdag en zaterdag) kwam ooit, héél lang geleden naar Gran Canaria. Hij was zo’n 27 en genoot van een welverdiende vakantie in Las Palmas alvorens hij enkele maanden later de eerste Nederlandse bar op Gran Canaria zou openen; “Las Rosas” in Las Palmas. Hij ging graag met vrouwelijk schoon op de (toen nog zwart-wit – ja zó lang geleden) foto en stuurde de foto’s triomfantelijk op naar zijn moeder. Uit twee, hem aanbiddende Françaises kon hij niet kiezen, schreef hij zijn moeder, en de keer erop stuurde hij de hier afgebeelde foto van hem en Lolita Pluma, met op de achterkant: “En deze schoonheid (van 62 jaar) is het uiteindelijk geworden moeder!”

Rood Petje

0

Ben je wel eens zo nijdig, verdrietig, boos, verontwaardigd of onredelijk dat je daar met de beste wil van de wereld niet meer door eigen toedoen uitkomt? Dat je van binnen al lang op wil houden met lullig doen of ruzie maken (om niks), maar dat het niet lukt? Dat je denkt: houd me dan vast! Knuffel me dood, dan houd ik vanzelf op… En maar niet snapt dat die ander dat gewoon niet in de gaten heeft… (prei in je derde oog zeker?)

Nee? Mooi. Maar misschien herken je je partner of kind in dit verhaal. Doe er je voordeel mee. Vooral niet zo’n goede praters hebben er soms last van. Van die types die naar binnen keren en nog liever doodgaan in plaats van hun mond op zo’n moment open te trekken. Over onzinnige dingen gaan lopen zeiken terwijl het eigenlijk om veel belangrijkere (harts)zaken gaat. Vaker in de slachtofferrol vervallen dan de rest van de wereld en niet in de gaten hebben dat als je met één vinger naar een ander wijst, er drie jouw kant op wijzen… (ik lees voor uit eigen, historisch werk)

Rood Petje kan helpen. Of elk ander woord dat je samen afspreekt.
Ik vond ‘Rood Petje’ uit toen mijn, destijds zevenjarige, zoon ‘aanvallen’ van ongeremde boosheid en verontwaardiging had die meer leken op een tachtigjarige oorlog dan een Blitzkrieg. Waar ik bovendien zo nu en dan ‘ingetrokken’ werd omdat zijn afweermechanismen mijn eigen, nog niet ontmantelde bommen en granaten deed ontploffen. En ik dus gezellig mee ging doen…
Dat mondde dan uiteindelijk uit in een ijzingwekkende status quo: hij huilend op zijn kamer – extra hard zodat ik het wel móest horen- en ik onmachtig, star en boos beneden in de keuken. Wat je zegt een ordinaire machtstrijd waar niemand blij of beter van werd. Na afloop (als ik het niet meer kon aanhoren en hem snikkend in mijn armen nam) zei hij dat hij wel eerder op had wíllen houden, maar dat het steeds niet lukte… 

En die onmacht herkende ik. Zoals ik wel meer in hem herkende. Want niemand houdt je een meer genadeloze spiegel voor dan je eigen kinderen, van niemand kun je meer leren dan van hen. Op die momenten liet hij me hardhandig zien dat ik toch echt een ietsepietsie op mijn eigen koppige, starre vader leek. En was ik niet in therapie geweest om dat te voorkomen??  Au!

Daar moest wat aan gebeuren. ‘Rood Petje’ werd aan de kapstok gehangen. Virtueel dan. We spraken af dat iedereen die niet meer uit zijn eigen, starre gevangenis kwam heel hard ‘Rood Petje’ zou roepen. Ieder ander zou dan ‘alles’ los laten en meteen, zonder morren of ja-maar, de ander dan liefdevol omarmen en doodknuffelen. Het hielp. En het was heerlijk. Inmiddels hangt het petje al jaren ongebruikt aan de virtuele kapstok. We laten het hangen, voor het geval dat…

Naar boven