Na een eeuwenlage traditie, zal San Cristóbal moeten vrezen, zijn status als visserswijk te verliezen. Steeds meer vissers verlaten deze wijk van Las Palmas de Gran Canaria, vanwege het grote aantal voorzieningen waaraan ze moeten voldoen.

“De visserswijk zal binnen 10 jaar verdwenen zijn.” Zo pessimistisch tonen de oudste vissers van San Cristóbal zich, zij hebben het beroep van hun vader en overgrootvaders geleerd en moeten dagelijks met steeds meer moeilijkheden uit de voeten kunnen, om naar zee te gaan.

Het visserswijkje San Cristóbal, dat rechts van de Paseó Maritimo ligt als men vanuit zuidelijke richting Las Palmas de Gran Canaria binnenkomt.

Tot voor drie decennia gingen zij naar het strand van La Laja, om er dagelijkse enkele tonnen vis te verkopen, maar nu bemoeilijkt de concurrentie van producten uit Marokko en Mauritanië de handel. Daarbij moet men dan nog eens een “restrictief” reglement optellen, “defecte” voorzieningen een “onbruikbare” pier.

 

Zij zijn van mening, dat men de consumenten bedriegt, door te garanderen, dat de vis uit deze landen voldoet aan de gezondheidsvoorwaarden. “Deze vis concurreert met de beste prijzen, maar niet wat gezondheidvoorwaarden betreft,” verzekert Aurelio Saavedra, voorzitter van de Cooperativa de Pescadores de San Cristóbal (Visserscoöperatie van San Cristobal. “Terwijl men jaren geleden van de vis leefde in deze wijk, zo wordt er nu overleefd,” zo merkt hij op.

Vanwege deze situatie vinden de buren het niet vreemd, dat gezinnen die generaties lang zich bezig hielden met de visvangst, het beroep gaan verlaten. Het is een bijzonder jaar, als er niet ten minste twee schepen aan de wal blijven. Momenteel zijn er minder dan 50 bootjes en werken er ongeveer 80 personen, onder wie reders, kapiteins en bemanning. Ze vangen jaarlijks 200 tot 370 ton, waarvan 60% naar Tenerife en la Palma gaat.

“Tijdens de jaren 60 bereikten we een vangst van wel 20 ton per dag en alles werd verkocht op de stranden met de muilezeldrijvers. Er kwamen mensen van overal, soms was er vis tekort voor zoveel personen die wensten te kopen,” geeft Cuco als commentaar.
Cuco is een van de  meest ervaren vissers van deze visserswijk. De handel was niet moeilijk, men verkocht voor 20 stuivers per schaal of zak. “De auto’s kwamen voorbij en namen het eten mee. De vis was voordelig en van goede kwaliteit,” zo herinnert hij zich.

Vanuit Hoya de La Plata kwamen de vrouwen afgedaald, om te helpen met de vis, die ze vervolgens op hun hoofden wegdroegen. Halverwege lag een van de drukst bezochte verkooppunten van de hele stad, totdat burgemeester Diego Villegas Betancor begin jaren 80 aantrad en de ambulante verkoop verbood.

Bijna drie decennia later is het een van de initiatieven van deze coöperatie, om -met hulp van het Departement Visserij van de Canarische Regering – terug de straat op te gaan en er vis te verkopen. Dit keer voor de dorpen van Gran Canaria die niet beschikken over viswinkels. De zeelieden grijpen alle kansen aan, opdat deze traditie niet uitsterft.

Maar met het verstrijken van de tijd, zijn er telkens minder vissers die de zee op gaan. “ Ze verlangen een jaarlijkse medische keuring van je, dat je drie verschillende cursussen volgt en duizenden euro’s uitgeeft in alarmsystemen. Sommigen hebben wel € 8.000,= onkosten moeten maken. “Hei is een vervolging,” is de mening van de voorzitter van de coöperatie, die klaagt, dat men “het offer” wat deze mannen decennia lang hebben moeten brengen, niet waardeert.

“De bootjes waren vroeger van slechtere kwaliteit, maar er gebeurde nooit iets. Wij zijn door de wol geverfd op zee, we konden al navigeren nog voordat we naar school gingen. Mijn opa zei me, dat hij nooit zijn de rug naar zee toe keerde en nooit alleen op reis zou gaan. En dat deed hij,” zo herinnert Cuco zich, die acht kinderen opvoedt van wie er enkele de familietraditie voortzetten. “We vetrekken bij het vallen van de avond en komen niet eerder terug dan ’s morgens vroeg om mijn kinderen eten te kunnen geven,” zo gaat hij verder. “Met al deze nieuwe eisen bereikt men niets, je moet 18 maanden wachten vooraleer ze je een vergunning geven om te kunnen gaan vissen terwijl de jongens hier een jarenlange ervaring hebben.”

“Ze kwamen hier spelen in de bootjes die op mijn terrein lagen,” herinnert Alfredo, een andere visser, zich.  “Op een avond, bij stormweer, steeg het water en moesten we de matrassen oppakken en in het parochiehuis gaan slapen,” zo herinnert hij zich.

De tijden zijn veranderd en momenteel is er een boulevard en een pier waar regelmatig personen naar toe komen die zich aanbieden om te werken, vooral de laatste maanden, ten gevolge van de financiële crisis. “Als men wat flexibeler was, zouden we ze werk kunnen verschaffen, want het ontbreekt aan mensen. Maar met deze voorwaarden kunnen we dit niet doen,” klaagt Luis, een van de andere vissers, die zich herrinnert, dat al het vorig jaar zeven maanden verloren gingen vanwege het slechte weer. Daarom vragen ze, dat men de minimum afmetingen voor vis zoals de longorón en de sardine verlaagt, iets wat op het Península (vasteland van Spanje) al het geval is.

“We leven al 200 jaar van de visserij. Voordat we die gevangen hadden, was die al verkocht en nu laat men ons niet vissen, omdat ze niet de juiste maat hebben,” zegt Cuco. “Het vissershandwerk is het enige  vak, dat nog is overgebleven in Las Palmas de Gran  Canaria en het oudste van de zeven eilanden, maar dit interesseert de politici niet. Het ontbreekt er maar aan, dat we doodgaan.”

  • Digg
  • Hyves
  • MySpace
  • StumbleUpon
  • Windows Live Favorites
  • Yahoo Bookmarks
  • LinkedIn
  • Hotmail
  • FriendFeed
  • Delicious
  • Facebook
  • Google Bookmarks
  • Reddit
  • Slashdot
  • Technorati Favorites
  • Twitter
  • Yahoo Mail
  • Share/Bookmark

Zoeken in andere artikelen met verwante onderwerpen:
, , , , , , .

No Comments »

Leave a Reply



--== dit artikel is uitgeprint vanaf www.hollandsenieuwe.com ==--
Grafische versie