De fysieke aanwezigheid van Rodríguez Franco imponeert net zoveel als de verrassing, om te zien hoe deze handen, groot en grof, een muziekinstrument als de timple het licht doet zien. Zo klein, zo schel en zo Canarisch. Zij die er een bezitten van zijn hand, bewaren deze met de grootste zorg. Het werk levert geen droog brood meer op, daarom sluit hij de werkplaats en vraagt om hulp.
Hij zegt, dat het vroeger, in zijn tijd, beter was en, dat die tijd bovendien niet meer terugkomt. Al jarenlang, vraagt de Commissie van Cultuur van de Canarische Regering, telkens als de overheid een speciaal cadeau nodig heeft, Francisco Reyes er een te maken. Bijvoorbeeld als de regering wenst, dat het Spaanse koningspaar en andere autoriteiten als aandenken aan hun bezoek aan de Canarische Eilanden de beste timple meenemen. Dat was toen ze naar Telde gingen, waar de artiest zijn werkplaats heeft en, men hem daartoe een opdracht verleende.
![]()
Francisco Rodríguez Franco enkele dagen gelegen in zijn nu bouwvallige werkplaats.
In de loop van de jaren verbreidde zijn roem en aanzien zich net zo snel als het (zand)stof in de lucht van de Calima (Oostenwind, afkomstig uit de Sahara). Generaties muzikanten van toen en nu vragen hem de beste timple te maken. Ze willen de meest ontwikkelde, een met de beste hoge tonen, die met het kortste achtervlak, die met het duidelijkste ontwerp, de klankkast met het grootste gat, enz. Kortom, eigenschappen die Franco heeft aangepast aan de individuele wensen en smaak van elke artiest.
Maar dat is verleden tijd, de huidige tijd is hard voor Franco en ingewikkeld door de haast van de samenleving, omdat de muzikant het handwerk waarmee deze luitmaker snaarinstrumenten bouwt, polijst en bespeelt, niet meer waardeert.
Hiervan kan men niet leven, reden waarom de man, na tientallen persoonlijke en professionele tegenslagen, besloten heeft om de stap die zich vroeger of later toch zou aandienen, te zetten; zijn werkplaats te sluiten en, in ruil voor economische hulp, deze ter beschikking te stellen van het Eilandbestuur van Gran Canaria . Want van amper €300,= per maand kan men niet rondkomen. “Ik kan er niet eens voldoende van eten, dat mag duidelijk zijn.”
“Laten we zeggen, dat ik in de ellende zit, omdat ik leef zoals ik leef. Zo is het nu eenmaal. Het is droevig, dat een persoon die zoveel werkt, die de beste timples en gitaren gemaakt heeft, nu de hand moet ophouden om te bedelen. Het is een schande, verdorie!
De timple is een vijf-snarig, Canarisch tokkelinstrument.
Als museum
Als je hem vraagt wat zijn atelier bevat en waartoe het zou kunnen dienen, telt hij het gereedschap, mallen, maquettes, plankjes, schaven en ontwerpen waarmee hij gedurende meer dan 50 jaar betaalbare instrumenten gemaakt heeft. “Ik ben bereid om het Eilandbestuur te helpen, zodat jongens kennis kunnen opdoen, en leren hoe men een timple maakt; maar in ruil daarvoor vraag ik een uitkering, want ik heb niets.”
De instrumenten die Franco recentelijk gebouwd heeft, kan hij zelfs niet in zijn atelier verkopen, want ook hier speelt de tussenpersoon zijn rol. Een winkel in Las Palmas de Gran Canaria koopt ze voor € 300,= per stuk, maar verkoopt ze voor 1.200 tot 1.300 euro: “Maar ik klaag niet, integendeel. Ik ben dankbaar, want als dit niet zo was, zouden ze me zeggen, dat ze niet van mij zijn.”
Een boek, dat in 1987 is uitgegeven door het Eilandbestuur van Gran Canaria, spreekt ook over het werk van Rodríguez Franco: “ Heel zijn vaardigheid en techniek is legendarisch in een nieuw ontworpen instrument. Het is uitgevoerd volgens de traditionele manier van houtbewerken met mallen en gereedschap. We spreken over een contratimple met de afmetigen 57×18x6 centimeter van Duitse spar, mahoniehout, zilver en ivoor.”
Zo geeft de tekst van het boek ook aan, dat Franco er in 1990 toe over ging, zijn idee voor een nieuwe timple te realiseren; die werd gemaakt van palissander, ebbenhout, sinaasappelhout, spar en mahonie. Magnifieke werkstukken die niemand nu nog maakt en die onbetaalbaar zijn.
Zoals zoveel andere luitmakers heeft Rodriguez Franco, een man met een indrukwekkend postuur; weelderig, wit haar en grote handen, geen idee van muziek. Alles is intuïtie. Goed, hij mag dan geen noot kunnen spelen, zelfs niet op de beste timple, of op de beste gitaar, maar hij is wél in staat om ze bouwen: “Want ik herken het geluid. Zoals het klinkt, op welke manier, wat eraan ontbreekt, waar ik het een of ander moet aanpassen. Dat wel.”
Hij vertelt, dat hij als kind al bezig was in de wereld van muzikale kunstnijverheid, want toen hij 20 was, “bewerkte hij al hout”, dat wil zeggen. “ik maakte dozen voor bananen die men exporteerde naar Duitsland. Dat was mij een baan, het was gemakkelijk, maar op een dag, toen ik nog een jongetje was, leerde ik José Alemán kennen, een meneer die de beste gitaar- en timple-bouwer van het eiland was.
De man moet gezien hebben hoe ik met het hout omging, want hij zei me: “Ik wil, dat je me helpt om timples te maken…” “Ik?” “Ja, je zult het snel leren.” En hij had gelijk. De eerste die Rodríguez maakte, werd verkocht voor 140 peseta’s (omgerekend: €3,17) en was besteld door Toyoto Millares, “de beste” zei hij. Relikwieën die door de vooruitgang zijn verzwolgen.










drie jaren woonde ik op Tenerife en ik heb altijd genoten van de timple muziek die in Puerto de la Cruz gespeeld werd in Elarado door Manolo ? jammer dat deze kunstenaar van zo wenig geld moet leven, overal wordt subsidie aan gegeven ….. helaas, misschien club oprichten : vrienden van de timple ……
suerte amigos