De nabestaandenverenigingen op de Eilanden hebben de meest gedocumenteerde zaken nu aangeklaagd bij het Openbaar Ministerie.
Stoffelijke resten van de vermoorden uit het Franco-regime, welke in 2006 werden opgegraven in het dennenbos van Fuencaliente, op het eiland La Palma.
De rol die de drie Canarische verenigingen voor Herstel van de Geschiedkundige Nagedachtenis hebben gespeeld, is, samen met de aanklachten van een tiental verenigingen op het Península (vastland van Spanje), vitaal geweest. Daardoor heeft rechter Baltazar Garzón informatie gevraagd aan de Canarische Regering, de Bisschoppenconferentie en de Gemeenten. Dit met het doel een lijst van sinds 17 juli 1936 – de dag van de Staatsgreep - gefusilleerden, vermisten en in massagraven ter aarde bestelden op te stellen.
Onder de bij het Audiencia Nacional (Openbaar Ministerie) gepresenteerde zaken, die de grootste juridische operatie in Spanje over de represailles van Franco hebben ontketend, zijn ten minste 200 Canario’s, van wie de verenigingen op de Eilanden beschikken over de meeste informatie.
Dit heeft Balbina Sosa, vicevoorzitter van de vereniging van Arucas, op vrijdag 5 september aan de pers laten weten. Zij houdt zich bezig met het naar Madrid brengen van de “meest onderzochte” zaken, zowel die van Grancanarische familiecollectieven, als die van La Palma en Tenerife. ”Er zijn honderden zaken meer, echter, die we tot nu toe hebben aangegeven bij het Openbaar Ministerie, zijn de meest bekende en betrouwbare. Maar we blijven werken, opdat het grootste deel van de verdwenen eilandbewoners die gezocht worden door hun familie op een lijst bijeen zijn gebracht.” Zo liet Balbina, dochter van Francisco Sosa, een van de door de dictatuur vermoorde activisten, weten. Zowel zij, evenals de vertegenwoordigers van de overige twee Canarische verenigingen juichen de beslissing van Garzón toe, in die zin, “dat dit een noodzakelijke impuls is in het complexe zoekproces, dat we hebben opgestart.”
Van het tweehonderdtal Canario’s die zijn aangebracht bij het Openbaar Ministerie, zijn er 58 aangedragen door de Asociación para la Recuperación de la Memoria Histórica de La Palma (Geschiedkundige Herinneringsvereniging van La Palma).La Palma is het eerst eiland van de Archipel, dat er in slaagde stoffelijke resten van vermisten op te graven, waardoor de identificatie processen begonnen. Vijf lichamen werden in 1994 ontdekt en nog eens acht tussen 2006 en 2007, allen in het Pinar de Fuencaliente. Aralda Rodríguez, woordvoerster van de vereniging op La Palma, bevestigde bovendien, dat er berichten blijven komen over nieuwe ontdekkingen van massagraven op plaatsen zoals Barranco Hondo (Puntallana), Las Tricias (Garafía) en diverse andere plaatsen in de gemeenten Fuencaliente, Mazo, Tazacorte en Los Llanos de Aridane. “Men gaat de angst verliezen, “zegt zij. Opmerkelijke genoeg, kent Aralda nog steeds niet de plaats waar haar vader en haar oom zich bevinden, die ook door de dictatuur zijn benadeeld.
Balbina Sosa en Aralda Rodríguez, evenals Mercedes Schwartz, representant van de laatstgenoemde vereniging, die van Tenerife, prijzen de beslissing van Garzón, om de zoekprocessen naar de vermisten te bespoedigen. En ook zijn beslissing, om het nu al in de Ley de la Memoria Histórica (Wet op het Historische Geheugen) staande, na te komen. Die wet verplicht alle overheidsinstanties opsporingswerkzaamheden van menselijke resten te verschaffen die zijn aangegeven. Voor Schwarz is de petitie van de rechter “heel belangrijk, opdat men eenvoudigweg te respecteren heeft wat de wet zegt.” “Wij willen alleen, dat men ons helpt de onzen te vinden, opdat men wete wat er men hen is gebeurd en dat we ze waardig kunnen begraven. We willen de wonden helen die velen van ons blijven houden.” Zo gaf de advocate aan van wie de opa, José Carlo Schwarz, republikeins burgemeester van Santa Cruz de Tenerife was. Die op 2 oktober 1936 in de Cañadas van de Teide werd gefusilleerd en die begraven is in een massagraf, dat nog steeds niet is gelokaliseerd.
‘De dochters van de herinnering’, zoals men deze Canarische vrouwen kent die de zoektocht naar de waarheid hebben ondernomen, laten duidelijk weten, dat zij zich niet beperken tot de vermisten op de Eilanden. Maar, dat ze zich ook richten op de eilandbewoners van wie de stoffelijke resten begraven liggen op het Península (vasteland van Spanje). Uit onderzoeken en getuigenissen weet men, dat er eilandbewoners zijn in de Valle de Los Caidos (Vallei van de Gevallenen) (Madrid), of in Motril (Granada), Net zoals er zo velen in zee zijn gegooid, of in de rivier de Taag. Alleen al op de Archipel becijfert men, dat er tussen de 3.000 en 3.500 vermisten zijn. De enige opgegraven resten zijn de 13 van Fuencaliente. De Vereniging van Arucas verwacht, dat men binnenkort zal beginnen met het opgraven van botresten die zich bevinden in vier putten in deze Grancanarische gemeente.
De Vereniging van Tenerife klaagt over hindernissen van de overheden
Mercedes Schwartz, van de ‘Asociación para la Recuperación de la Memoria Histórica de Tenerife’ (Vereniging voor het Herstel van het Geschiedkundige Geheugen van Tenerife) klaagde in verklaringen tegenover de pers “de ontelbare obstakels” aan welke ze is tegengekomen door toedoen van de overheden, op het moment, dat men de verblijfplaatsen van vermisten uit het Franco-tijdperk wil onderzoeken.
Schwarz herinnert eraan, dat de belangrijkste aflevering zich in juni 2008 voordeed. Toen de Socialisten (PSOE) tijdens een Parlementszitting niet konden rekenen op de stem van de Coalición Canaria (CC) en die van de Partido Popular (PP). Het ging, om het verkrijgen van een Wetsvoorstel, waarin men van de Autonome Regering eiste, een wetsvoorstel uit te werken. Een Wetsvoorstel voor het openen van graven en de opgraving van resten van mensen die op de Archipel verdwenen zijn tijdens de Guerra Civil (Burgeroorlog) en de dictatuur.
De voormalige socialistische senator betreurt het, dat de PP steeds opnieuw weer een ‘veto’ afgeeft voor elk initiatief in deze richting en ze gelooft, dat de negatieve houding van de CC zich richt naar het regeerakkoord met de conservatieven. “Op zijn best is het, dat ze angst hebben, dat men weet, dat personen die gelieerd zijn aan de conservatieven veel van doen hebben met de represailles uit de Franco-periode,” zo merkt zij op. Voor haar, “zijn er nog steeds mensen die bang zijn om te praten.” Voor het verkrijgen van gegeven over verblijfplaatsen van de vermisten, heeft de Vereniging een internetbladzijde geopend: www.memoriahistoricatfe.com.










