De voormalige burgemeester van Santa Brígida, Carmelo Vega is door de Audiencia Provincial de Las Palmas (Kantonrechtbank van Las Palmas) veroordeeld tot het 7 jaar lang niet mogen uitoefenen van enig openbaar ambt. Dit, vanwege ambtsmisbruik bij het oproepen tot- en het houden van een gemeenteraadsvergadering op 2 december 2004.

vega.JPG

In het vonnis is Carmelo Vega ook veroordeeld tot het betalen van de proceskosten. Hij mag gedurende de in het vonnis genoemde periode geen enkel openbaar ambt uitvoeren, noch gekozen door de kiezers noch aangewezen door de politiek,
 
Het vonnis maakt melding van het feit, dat om 14:00 uur op 2 december 2004 vijf wethouders van de oppositie in de gemeenteraad van Santa Brígida, onder wie
Amalia Encarnación Bosch Benítez en Victoria Casas Pérez, een buitengewone raadsvergadering hebben aangevraagd, om te kunnen discussiëren over de handelwijze van de burgemeester en een ander raadslid, Antonio Díaz Hernández, betreffende bepaalde financiële zaken.

In de uitnodiging voor de vergadering vroegen zij de stemming op te willen nemen voor het ontslag van beiden.

Als burgemeester van de gemeente Santa Brígida, heeft Carmelo Vega een buitengewone raadsvergadering bijeengeroepen voor diezelfde dag om 16:00 uur in de vergaderzaal van het gemeentehuis.

Volgens de rechtbank is men ertoe overgegaan, om de wethouders van de oppositie uit te nodigen via de Policia Local, die de uitnodiging kon overhandigen aan drie van de wethouders die de aanvraag tot de buitengewone vergadering hadden ingediend. Maar het lukte niet, om deze uitnodiging bezorgd te krijgen bij Amalia Encarnación Bosch Benítez y a Victoria Casas Pérez. “Die waren niet thuis en ze waren ook niet via de telefoon te bereiken.”

Het vonnis refereert aan het motief waarom men de raadsvergadering zo urgent hield, dat was de reis naar Cuba die Antonio Díaz Hernández de volgende dag zou maken en die eveneens was opgeroepen voor het bijwonen van de vergadering.

Bij het begin van de vergadering, voordat men overging tot ratificatie van de urgentie, waren alle wethouders aanwezig behalve Amalia Encarnación Bosch Benítez en Victoria Casas Pérez, aan wie men de uitnodiging tot de vergadering niet had overhandigd. Toen heeft de burgemeester de aanwezigen in kennis gesteld van het feit, dat Díaz Hernández de volgende dag naar Cuba zou reizen en niet in Santa Brígida zou zijn.

“De gemeentesecretaris stelde de beschuldigde ervan in kennis, dat de buitengewone raadsvergadering geldig zou kunnen zijn.”  “Iets anders was de geldigheid van de uitnodiging daartoe, omdat er twee personen waren die de verplichte uitnodiging niet ontvangen hadden,” zo meldt het vonnis.

Ondanks dat, besloot Carmelo Vega door te gaan met de vergadering, waarin men met 12 stemmen vóór en drie tegen de urgentie goedkeurde en men de petitie voor het aftreden van de burgemeester afwees.
 
Ten gevolge van dit alles, “zagen de wethouders  Amalia Encarnación Bosch Benítez en Victoria Casas Pérez het zich onmogelijk gemaakt om te interveniëren in de raadvergadering die zij zelf, samen met andere wethouders, hadden aangevraagd.”

De rechters bevestigen in het vonnis, “dat de uitnodiging voor de raadsvergadering door de burgemeester is gedaan in de wetenschap, dat er geen enkele aanleiding was die de urgentie rechtvaardigde.  Dit is een duidelijke, twijfelachtige uitvoering van de macht.”

Deel deze informatie:
  • Digg
  • Sphinn
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Mixx
  • Google
  • E-mail this story to a friend!
  • Live
  • NuJIJ

Zoeken in andere artikelen met verwante onderwerpen:
, .

Leave a Reply


54 keer gelezen, 1 keer vandaag

Download de laatste versies van de Hollandse Nieuwe:


--== dit artikel is uitgeprint vanaf www.hollandsenieuwe.com ==--
Grafische versie