Ik kocht wat gerookte kipfilet, sneed deze in reepjes. Die bakte ik in een koekepan met wat champignons (oesterzwammen maken het herfstgevoel kompleet) en een in blokjes gesneden courgette. Vervolgens deed ik er wat diepvries spinazie doorheen en natuurlijk wat peper, zout, en knoflook.
Kastanjes pof je door het puntje eraf te snijden of er met een mesje een kruisje in te maken zodat ze makkelijk uit kunnen zetten, en je zet ze ongeveer een half uurtje op een laag vuur. Je laat ze regelmatig even heen en weer rollen zodat ze niet aan één kant verbranden. Ze zijn goed als het ‘vlees’ net als bij een uitje, wat glazig en zachter is.
Deze gepofte en gepelde kastanjes heb ik in de pan erbij gedaan en toen een flinke scheut room er doorheen geroerd. Ik zette de boel op een laag vuurtje, en in een andere koekepan bakte ik de flensjes (gewoon dunnere pannekoekjes met genoeg ei en wat zout en peper) en deed deze op voorverwarmde borden. Het mengsel met de kip en de kastanjes deed ik op één kant van de flensjes en dunne plakjes camembert op de andere kant. Ik klapte de flensjes dicht en ik serveerde dit gerecht met wat rijst en salade. (Of als je toch al aan het poffen bent, kun je er ook een gepofte aardappel met wat kruidenboter bij doen).
De salade houdt de zomer erin en de kastanje kondigt de herfst aan.









