Gambas ‘on the Rocks’
Je wilt natuur, cultuur en de Canarische keuken proeven. Maar lang autorijden of bus zitten liever niet. Dan hebben wij het ideale recept. Je hebt er wel een huurauto voor nodig maar de rest is makkelijk en zeer de moeite waard.
Zo ongeveer ter hoogte van het vliegveld liggen de gemeentes Aguïmes en Ingenio. Deze twee gemeentes worden gesplitst door een prachtige groene vallei, el Barranco de (de kloof van) Guayadeque. Vanuit Playa del Inglés ben je er in een dik half uur à drie kwartier en je waant je in een compleet andere wereld. De vallei is sprookjesachtig mooi met haar steile rotswanden en het groen, want hier stroomt water. In de maand februari staan bovendien de amandelbomen in bloei. Uit het kleine mini-beekje kun je drinken, welliswaar ijskoud bronwater. Een relaxte mooie excursie naar dit gedeelte van het eiland doe je als volgt:
Vanuit het Zuiden rijd je richting Las Palmas over de snelweg, en neemt afslag 26 (Vecindario). Vandaaruit naar Cruz de Arinaga waar je linksaf slaat richting Aguïmes. Je volgt de hoofdweg door Aguïmes en vlak voordat je het stadje uitrijdt staat linksaf het weggetje naar ‘Guayadeque’ aangegeven. Dat kleine weggetje volg je en dan rij je de vallei van Guayadeque in. Stop bij het museum, Museo de Guayadeque (in het begin van de vallei aan je linkerkant) als je van alles wilt weten over archeologische vondsten, de endemische flora en fauna en de geschiedenis en ‘architectuur’ van de vallei. Het museum is open van dinsdag tot en met zaterdag van 9.00 tot 17.00 en op zondag van 10.00 tot 18.00. Entree voor niet residenten is 2.50, voor residenten 2.00 en kinderen mogen voor 1 euro naar binnen. Je wordt door middel van informatiepanelen gemakkelijk door het museum geleid. De informatie is in het spaans, duits en het engels, dus daar weet iedereen wel een draai aan te geven. Kinderen zullen zich niet vervelen want het gaat hier niet alleen om saaie vitrines met oeroude stukjes aardewerk, er zijn ook leuke maquettes van hoe de guanches in hun grotten woonden. En alles is opgekleurd met mooi beeldmateriaal.
Nadat je je goed hebt verdiept in de achtergronden rijd je verder de vallei in. In de wanden zie je vele grotten en de paar woningen die je tegenkomt zitten ook meerendeels verstopt in de berg. Je kunt gerust ergens langs de weg parkeren om de benen te strekken of om te picknicken. Houd er wel rekening mee dat het hier fris kan zijn want er zit een stijging in de vallei die gaat tot 1000 meter. Daarbij komt nog eens dat de hoge rotswanden vrij snel in de middag de zon wegnemen. Toch heeft die frisse berglucht ook wel iets. Vooral in de ‘winter’ zorgen het gesteente en de endemische planten, zoals het Canarische lavendel voor die speciale Canarische eilanden-geur.
Als je niet je eigen broodjes hebt meegenomen is het een echte aanrader om in één van de grotrestaurants te gaan eten. Over het algemeen serveren ze typische Canarische gerechten zoals papas arugadas (zoute aardappeltjes in de schil, met mojo saus) pepertjes (pimientos de padrón) salades, inktvisringen en garnaaltjes in knoflookolie tot een gegrilde biefstuk. Wij kozen voor het restaurant Tagoror, helemaal boven aan de top. Het eten is er erg goed en het lijkt wel een labyrint van grotten en gangen waar je je kunt laten verrassen door de hoeveelheid ‘kamers’. Binnen is het knus en krijg je dat grotbewoner-gevoel maar je kunt natuurlijk ook buiten op het terras gaan zitten en genieten van het uitzicht. Je zou voordat je gaat lunchen nog een stukje kunnen lopen. Er gaat een klein rondwandelingetje om het restaurant heen en er is een langere wandeling de barranco uit naar omhoog. Daar bevindt zich een krater. Maar zo gezegd; deze excursie houden wij het relaxed.
In dit restaurant is ook een klein souvenierwinkeltje met aardewerk en de beroemde Canarische mojo in verschillende kleuren en smaken. Je kunt er nu voor kiezen een toetje te nemen in het restaurant of jezelf te trakteren op een bezoekje aan Aguïmes, en daar bij het dorpsplein een kopje koffie te nemen. Dat maakt dat het uitje wel heel erg ‘af’. Aguïmes is een mooi dorp waar je lekker doorheen kunt slenteren en hier en daar een origineel beeld tegenkomt. De huizen en straten zijn goed onderhouden, de Canarische stijl is in ere gehouden en er hangt een rustig sfeertje. Je zult zien dat je aan het eind van de dag voldaan weer in je auto stapt en afhankelijk van je verdere wensen en tempo ben je binnen een dik half uur weer terug in Playa del Inglés.