De rechtbank heeft de Gemeente Las Palmas de Gran Canaria veroordeeld, een perceel toe te kennen in de stadswijk La Minilla voor de bouw van een mezquita (moskee). De omruiling van eigendom in de Calle Viriato is het resultaat van een voorlopig akkoord, dat in 2001 werd bereikt, maar, dat nooit is nagekomen door de gemeente.
De Gemeente Las Palmas de Gran Canaria zal de overeenkomst die op 26 april 2001 werd bereikt met de Liga de la Comunidad Islámica (het Verbond van de Moslimgemeenschap) moeten realiseren. Dit is de zin van die overeenkomst, waarin staat, dat de Gemeente een terrein in La Minilla zal toekennen, in ruil voor het eigendom, dat de religieuze gemeenschap bezit in de Calle Viriato. De verwezenlijking van de overeenkomst, waartoe de gerechtelijke uitspraak in hoger beroep nu verplicht, zal het voor de islamgemeenschap mogelijk maken, de lang gekoesterde wens een moskee onder de beste voorwaarden te hebben in de hoofdstad van Gran Canaria, te verwezenlijken.
Het grondstuk in La Minilla, dat de Gemeente zal moeten toekennen.
Passiviteit
Het vonnis erkent de passiviteit van de Gemeente, die in zeven jaar nooit is overgegaan het in april 2001 met de Islamgemeenschap bereikte akkoord na te komen.
“Het gemeentebestuur heeft deze houding proberen te rechtvaardigen,” zo legt rechter Olimpia del Rosario Valenzuela uit, “door wijziging op 9 maart 2005 van de bestemming van het perceel, zoals is opgenomen door de PGOU . PGOU is de afkorting die staat voor: Plan General de Ordenación Urbana (Gemeentelijke Plan voor Ruimtelijke Ordening), dat is goedgekeurd door de COTMAC. COTMAC is de afkorting die staat voor: Comisión de Ordenación del Territorio y medio Ambiente de Canarias (Commissie voor Ruimtelijke Ordening en Milieu van de Canarische Eilanden), die ressorteert onder de autonome Regering. Waardoor de huidige bestemming van het perceel “Espacio libre” (“Vrije ruimte”) is, in plaats van er een religieuze bestemming aan te geven.
“De rechter begrijpt, dat deze verandering geen belemmering kan zijn, nu men de passiviteit erkent. Wat er had moeten gebeuren, was het akkoord wijzigen. Ten overstaan van een overtuigende houding van de eiser, erkent de rechtbank het akkoord en men zal over moeten gaan tot toewijzing van het grondstuk.” Aldus een korte samenvatting van het vonnis.










