Het project is ontworpen en de aanleg ervan wordt geleid door de architect Luis Correa. De aanleg van de ‘Jardines del Sur’ (Tuinen van het Zuiden) op Gran Canaria, met bijna 6 miljoen euro geheel gefinancierd door het Ministerie van Toerisme van de Canarische Regering, zal binnenkort voltooid zijn. Er is dan een, voor het publiek toegankelijke, groenzone gecreëerd, ter grootte van 30 voetbalvelden.

Deskundigen beschouwen deze tuinaleg als de belangrijlkste van de Canarische Eilanden, niet alleen vanwege het aangeplante oppervlak, maar ook onder de voorwaarden waarmee men de ontelbare moeilijkheden die zich tijdens de aanleg voordeden, heeft overwonnen. ‘Jardines del Sur ‘, het project, dat tot doel heeft braakliggende, desolate gebieden in het toeristengebied van Maspalomas nieuw leven in te blazen, moet, na twee jaar ononderbroken werken, volgens planning voor de zomer van 2008 klaar zijn.
Het initiatief, dat volledig is gefinancierd door het Ministerie van Toerisme van de Canarische Regering. is tot stand gekomen door een ontwerpstudie voor het terrein, heraanplant en de aanleg vaneen natuurlijk grasveld. Waardoor er een recreatiegebied is ontstaan van 310.000 m² op terreinen waar, in sommige gevallen, vuilnisbelten lagen.
Het belangrijkste doel van het project was echter, om licht en openheid te creëren in gebieden waar niemand kwam en waar ook geen vuil werd verwijderd. De meest sprekende voorbeelden zijn de terreinen die achter het Parque Acuatico liggen, waar nu groene taluds en een meer liggen. Zo ook de zijkanten van de hoofdweg GC-500, die van een puinhoop veranderd zijn in een groen tapijt, zoals men dit op een golfbaan aantreft. En ook diverse gedeelten van San Agustín, die hun waarde als ‘langs de belangrijkste hotels in het gebied gelegen groengebieden’ hebben teruggekregen.
De verantwoordelijke voor het project, de architect Luis Correa, verzekerde, dat het werk een enorme inspanning was met een indrukwekkende begroting. “Maar, dat het niet gemakkelijk was, om hen, die het moesten financieren, te overtuigen van de haalbaarheid van deze groenvoorzieningen.”









