De Gemeente Santa María de Guía in het Noorden van Gran Canaria wil de zogenoemde Villa Melpomené veranderen in een museum over de Franse componist Camille Saint Saëns.
|
De Villa Melpomoné in Santa María de Guía, met Gáldar op de achtergrond.
|
Villa Melpomené is een herenhuis, dat oprijst aan de kust als men de gemeente binnen rijdt, in het gebied van Albercon de la Virgen. Het huis was destijds eigendom van Juan Ledeveze y Redonnet, een op Gran Canaria gevestigde Franse zakenman en vriend van de componist.
|
De Villa Melpomoné.
|
Het was deze vriendschap die Saint Saéns naar Santa María de Guía bracht en waar hij enige tijd woonde.
Volgens officiële kronieken werkte Saint Saëns in de Villa Melpomené aan zijn opera “Déjanire” (1919-1920), die zijn première beleefde in Barcelona.
|
De Villa Melpomoné.
|
Tijdens zijn verblijf in Guía raakte de componist bevriend met Manuel Rodríguez Ojeda, eigenaar van een naburig pand, met wie hij lange gesprekken voerde terwijl ze gofio nuttigden die met verse koeienmelk was aangelengd. Deze verse melk was afkomstig van een naburige boerderij.
Ook verhalen deze kronieken van een tweede verblijf in het leven van Saint Saëns, dat plaatsvond in 1900, ter gelegenheid van de ingebruikname van het grote orgel in de parochiekerk van Santa María de Guía, dat sinds jaren geleden is gerestaureerd. De componist was uitgenodigd om het uit Turijn geïmporteerde orgel te bespelen. Hij interpreteerde o.a. het ‘Te Deum’, tijdens een historisch concert.
Santa María de Guía is er trots op om enige tijd gastvrijheid verleend te hebben aan de beroemde componist en daarom wil de gemeenteraad het verblijf van Sain Saëns officieel herdenken met een museaal project in de gemeente.
Dit heeft Fernando Bañolas, de burgemeester van Santa María de Guía, laten weten. De burgemeester heeft zich enige tijd geleden tot de Canarische Regering gewend, met de wens van de Gemeenteraad, dat het huis aangeworven zal worden door een Institución Pública (Overheidsinstantie) om het project Casa Museo (Woonhuismuseum) gestalte te geven, maar tot op dit moment, heeft men geen stappen in deze richting ondernomen.
![]() |
|
Camille Saint Saëns (1835-1921).
|
BIOGRAFIE: Camille Saint-Saëns
Charles Camille Saint-Saëns werd op 9 oktober 1835 te Parijs geboren en hij stierf op 16 december 1921 in Algiers.
Zijn vader stierf toen Camille nog zeer jong was. Daarna zorgden zijn moeder - die schilderde - en zijn tante - die aan muziek deed - voor zijn opvoeding. Toen hij acht jaar was, speelde hij al voortreffelijk piano en op zijn elfde jaar gaf hij een concert. Hij werd een zeer geziene componist en organist.
Naast componeren, hield Camille Saint Saëns zich ook bezig met archeologie, dichtkunst en astronomie. Hij heeft in Frankrijk de symfonische muziek nieuw leven ingeblazen. Voordien genoot alleen opera veel aandacht.
Saint-Saëns was leerling van Stamaty (piano) en - vanaf 1848 aan het Parijse conservatorium - van Benoist (orgel) en Halévy (compositie).
Al in 1846 trad hij in Parijs als concertpianist op en in 1853 voltooide hij zijn eerste symfonie, die nog in hetzelfde jaar werd uitgevoerd (de beide volgende, in f resp. D, trok hij later terug).
Van 1853 tot 1857 was hij organist van de kerk St-Merry te Parijs, aansluitend tot 1877 van de Madeleine aldaar, van 1861 tot 1865 tevens pianoleraar (o.a. van Fauré en Messager) aan de École Niedermeyer, eveneens te Parijs.
Hij was in 1871 medeoprichter van de Société nationale de Musique (waarvan o.a. Lalo, César Franck, Bizet en Massenet lid waren) ter bevordering van uitvoering van eigentijdse Franse muziek.
Na 1877 wijdde hij zich vnl. aan het componeren; daarnaast maakte hij talrijke concertreizen als pianist, organist en dirigent van eigen werk.
Saint-Saëns was een verdienstelijk schrijver en verdedigde in zijn artikelen over muziek, o.a. voor het tijdschrift Voltaire, de Franse School en toonde zich een fervent tegenstander van Wagner en het impressionisme.
Zijn werken hadden aanvankelijk in Duitsland, waar Liszt zich ervoor inzette, meer succes dan in Frankrijk: in 1865 en in 1869 was Saint-Saëns in Leipzig solist bij de premières van zijn eerste resp. derde pianoconcert en in 1877 ging, dankzij Liszt, in Weimar de première van zijn opera Samson et Dalila (de Franse première vond pas in 1890 plaats). Later veranderde deze tendens: m.n. Saint-Saëns’ kamermuziek en opera’s zijn buiten Frankrijk weinig uitgevoerd.
In 1887 componeerde hij ‘Het Carnaval der dieren’. Ook componeerde hij het bekende werk: ‘Danse macabre’ (De dodendans op het kerkhof).
WERK:
Opera:
Le Timbre d’Argent (1864)
Samson et Dalila (1867-1868, herzien tussen 1874 en 1877)
La Princesse jaune (1872)
Etienne Marcel (1877-1878)
Henri VIII (1881 - 1882)
Proserpine (1886, herzien in 1889)
Ascanio (1887-1888)
Phryné (1892)
Frédégonde (1894 - 1895)
Les Barbares (1900 - 1901)
Hélène (1903)
L’Ancêtre (1905)
Déjanire (1919 - 1920)
Orkestwerken
Symfonie nr 1 in Es groot (1853)
Symfonie nr 2 in a klein (1859)
Symfonie nr 3 in c klein (1886)
Le rouet d’Omphale, symfonisch gedicht (1871 - 1872)
Phaëton, symfonisch gedicht (1873)
Danse macabre, symfonisch gedicht (1874)
La Jeunesse d’Hercule (1877)
Marche Héroïque (1871)
Suite Algérienne (1880)
Une Nuit à Lisbonne (1880)
Jota Aragonesa (1880)
Ouverture de fête (1910)
Concerten:
Concert voor piano nr 1 in D groot (1858)
Concert voor piano nr 2 in g klein (1868)
Concert voor piano nr 3 in Es groot (1869)
Concert voor piano nr 4 in c klein (1875)
Concert voor piano nr 5 in F groot (1869)
Concert voor viool nr 1 in A groot (1859)
Concert voor viool nr 2 in C groot (1858)
Concert voor viool nr 3 in b klein (1880)
Concert voor cello nr 1 in a klein (1872)
Concert voor cello nr 2 (1902)
Introduction et Rondo Capriccioso voor viool en orkest (1863)
Romance voor viool en orkest (1874)
Morceau de concert voor viool en orkest (1880)
Caprice Andalou voor viool en orkest (1904)
Allegro appassionato voor piano en orkest (1884)
Rapsodie d’Auvergne voor piano en orkest (1884)
Afrique, fantasie voor piano en orkest (1891)
Tarantella voor fluit, klarinet en orkest (1857)
Romance voor fluit of viool en orkest (1871)
Odelette voor fluit en orkest (1920)
Romance voor hoorn (of cello) en orkest (1874)
Carnaval des Animaux
Kamermuziek:
Pianotrio nr 1 in F groot (1863)
Pianokwintet (1865)
Sonate voor cello en piano nr 1 (1872)
Pianokwartet (1875)
Septet, voor piano, strijkers en trompet (1881)
Sonate voor viool en piano in d klein (1885)
Wedding-Cake, voor piano en strijkers (1886)
Havanaise, voor viool en piano (of orkest) (1887)
Pianotrio nr 2 in e klein (1892)
Sonate voor viool en piano in es klein (1896)
Strijkkwartet nr 1 (1899)
Sonate voor cello en piano nr 2 (1905)
Cavatine voor trombone en piano (1915)
Elegie nr 1 voor viool en piano (1915)
Strijkkwartet nr 2 (1918)
Elegie nr 2 voor viool en piano (1920)
Sonate voor hobo en piano (1921)
Sonate voor klarinet en piano (1921)
Sonate voor fagot en piano (1921)
Klaviermuziek:
Zes Bagatelles voor piano (1855)
Bénédiction nuptiale, voor orgel (1859)
Variaties op een Thema van Beethoven, voor piano vierhandig (1874)
Zes Etudes voor piano (1877)
Caprice Arabe, voor piano vierhandig (1884)
Polonaise, voor piano vierhandig (1886)
Drie Preludes en Fuga’s, voor orgel (1894)
Marche réligieuse, voor orgel (1897)
Caprice héroïque, voor piano vierhandig (1898)
Zes Etudes voor piano (1899)
Zes Fuga’s (1920)
Drie Fantaisies, voor orgel (1857 - 1895 - 1919)
Koormuziek:
Calme des nuits
Les fleurs et les arbres
Ave Verum










