Jaarlijks wordt er aan de toeristencomplexen op de Archipel voor ruim 1,7 miljard euro verkocht.

2008-05-04_img_2008-04-27_23_39_21_energia.jpg

Een gedeelte van het industriegebied in Arinaga (Gran Canaria).

Industrie en toerisme gaan hand in hand op de Canarische Eilanden. Bewijs daarvan is, dat toeristencomplexen 20% ( 1,7 miljard euro ) van de locale industrie afneemt. Een niet onaanzienlijke hoeveelheid, maar men wil dit in de komende jaren vergroten.

Ondanks ‘dit belang’ wil men de afzetmarkt vergroten, zo legt de vice-voorzitter van de Asociación de Industriales de Canarias (Asinca), Pedro Ortega, uit. Daartoe heeft de vereniging van industriëlen de eerste stappen gezet, op weg naar samenwerking met het Ministerie van Industrie van de Canarische Regering. Men zoekt overeenkomsten die de industriële deelname activeren als primaire motor van de regio.

Het idee is afkomstig van de Balearen, waar men  in de afgelopen jaren een belangrijke opleving van de industrie zag, dankzij de door de Regering van deze Archipel gepromote overeenkomsten tussen de industrie en de toeristische sector.

Het aanbod van de Canarische Industie is op een groot terrein belangrijk en strekt zich vooral uit over de diverse voedingsproducten. Op de Canarische Eilanden produceert men nu allerhande voedingsproducten en dranken (belangrijk voor de horeca) zoals: oliën, aperitieven, brood- en banketproducten, marmelades, koekjes, koffie, worsten en andere vleesproducten, meel en veevoeder. En verder chocolade- en andere pasta’s; melk- en yoghurtproducten. Ook produceert de Canarische industrie traditionele producten zoals mojo’s, kazen, wijnen, rum en gofio (maïsmeel). Het zijn allemaal producten die de consument al jarenlang gebruikt.

Deze waaier van producten berust niet op toeval, maar op Canarische industriële ondernemingen die al ruim een eeuw in bedrijf zijn. “De Canarische samenleving kent vraag naar vele merken, waardoor de toeristische sector de gelegenheid zou moeten kunnen krijgen om beter kennis te kunnen maken met onze producten,” zo beweert Ortega.

De niet-voedingsindustrie verdient een apart hoofdstuk, waarbij het dan gaat om sectoren zoals tabak, grafische kunst, waterbehandeling en energieproductie, papier en karton, cement en beton, textiel, zeep en cosmetische producten, hout, metaal, kunststof, verf, glas of het hergebruik van afvalproducten.

Deel deze informatie:
  • Digg
  • Sphinn
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Mixx
  • Google
  • E-mail this story to a friend!
  • Live
  • NuJIJ

Zoeken in andere artikelen met verwante onderwerpen:
, , .

Leave a Reply


55 keer gelezen, 1 keer vandaag

Download de laatste versies van de Hollandse Nieuwe:


--== dit artikel is uitgeprint vanaf www.hollandsenieuwe.com ==--
Grafische versie