De fortificatie van Mata, in de hoofdstad van Gran Canaria, heeft bijna het aanzicht teruggekregen die het fort had in de achttiende eeuw. Dit, na de archeologische opgravingen die twee jaar geleden de resten van de ‘cubelo’ (verdedigingstoren) blootlegden, die in 1599 vernietigd werd door de Nederlandse vice-admiraal Van der Does (op Canarias betiteld als: ‘piraat’).
De archeologische ingreep heeft een deel van de architectonische toevoegingen, die men in de loop van de 20ste eeuw aan de fortificatie heeft uitgevoerd om het pand tot kazerne om te vormen, ongedaan gemaakt. Ook de kantelen uit de vorige eeuw, die aan het fort het uiterlijk van een kasteel gaven, zijn verwijderd.
Het militaire gebouw wordt momenteel onderworpen aan een serie restauratiewerkzaamheden en veranderingen die het moeten omvormen tot een stadsmuseum. Het gaat om de derde fase van het project, waarvan de eerste werkzaamheden zijn begonnen aan het eind van 2006 en waarvan wordt verwacht. dat deze in de zomer van 2008 klaar zijn.
Julio Cuenca, directeur van deze archeologische ingreep, legt uit, dat men momenteel restauratiewerkzaamheden aan het uitvoeren is aan de beuken van de kazerne die gebouwd zijn in de 20ste eeuw en waarvan de palissades verwijderd zijn om licht te brengen naar de verdedegingstoren en om het bolwerk, dat het fort omgaf in de 17de eeuw, naar voren te brengen. De beuken, zo legde hij uit, zullen onderdeel uitmaken van de museumruimte en daar zal verklaard worden wat er in het museum gebeurde gedurende de vorige eeuw, waarin het bouwwerk veranderde in een kazerne.
Gelijktijdig voert men de bouw van de administratiekantoren van het museum uit, die kunnen rekenen op een lift, om de toegang tot het museum te vergemakkelijken voor mindervalide personen. Men heeft nu de aangrenzende constructies afgebroken die zich aan het meest zuidelijke gedeelte van het kasteel bevinden en die daar oorspronkelijk geen onderdeel van uitmaakten. Dit gedeelte is bestemd als vrije ruimte rondom het museum.
De niet overdekte verdedigingstoren, genaamd het ‘San Francisco-torentje’, zal worden gerestaureerd; een ingreep die men, volgens Cuenca, aan het bestuderen is.
HET CENTRALE DEEL
De verdedigingstoren, die de stad verdedigde tegen de aanval van Van der Does in 1599, zal een van de “fundamentele gedeelten” zijn van het museum. Want naar Cuerda zich herinnert, is dit een van de weinige wangedrochten die overgebleven zijn van wat eens het verdedigingssysteem van de stad was in de 16de eeuw.
“Het gaat om een fundamenteel historisch element en het is, samen met het Castillo de La Luz en de Torreón de San Pedro Martír op La Isleta en het Castillo de San Francisco, het enige wat overgebleven is van het verdedigingssysteem uit die periode.” Men denkt, dat de verdedigingstoren verdwenen is na de aanval van Van der Does, die het in een zo slechte staat achterliet, dat de autoriteiten besloten hebben om een andere fortificatie te bouwen.
De eerste resten van de wanstaltige verdedigingstoren, die half vervallen was en die werd omringd door de palissade die men erboven bouwde, werd tijdens de eerste fase van de archeologische opgraving ontdekt.
Toen men deze fase voltooide, zo voegt Cuenca toe, moest er vervolgens ingegrepen worden om het Punta de Diamante te herstellen, dat zich bevindt op het bovenste gedeelte van de berghelling achter de Mata-fortificatie. Uitgerekend daar, waar later de krottenwijklvan San Lázaro ontstond.
De afbraak van de krotten maakte het mogelijk, dat de resten van dit verdedigingswerk aan het licht kwamen op de plaats waar de oude noordelijke stadsmuur uitkwam. Bij de opgraving heeft men diverse meters van de oude stadsmuur, van het torentje van Mata tot aan het Punta de Diamante, kunnen herstellen.
In deze vierde fase zal men ook overgaan tot de restauratie van de Cuevas del Proveco (de Voorraadgrotten), die in de berghelling liggen. Ook neemt men de restauratie ter hand van het restant van de stadsmuur die nog over is dicht bij het Punta de Diamante.
De onderarchitect die het ingrijpende project begeleidt, Ricardo Montesdeoca, gaf aan, dat de opgraving en de restauratie uiterst zorgvuldig worden uitgevoerd, om de oude fortificatie niet te beschadigen. Deze derde fase heeft een budget van 3 miljoen euro.













