In 1988 verkocht La Caja het natuurgebied voor 40 miljoen peseta’s (omgerekend ruim €242.000,=) en nu, 20 jaar later, verlangt Jaime Cortezo het 165-voudige (bijna 40 miljoen euro). Het Eilandbestuur van Gran Canaria wil een externe taxatie, om te besluiten, of men Europese fondsen wil gebruiken voor de aankoop van het gebied.
De Canarische zakenman Jaime Cortezo is van plan het grootste gedeelte van het natuurreservaat Güi-Güi te verkopen aan het Eilandbestuur van Gran Canaria voor een prijs die 165 keer hoger is, dan wat er in 1988 voor is betaald. Dat was, toen La Caja de Canarias het laatste stukje paradijs van het eiland verkocht aan Helmut Rahms van de Zwitserse onderneming Pellerine Ltd.
Een luchtfoto van het bergmassief in de gemeente La Aldea, dat plaats biedt aan kleine strandjes en baaitjes van Güi-Güi (wordt in fonetisch Spaans uitgesproken als het Nederlandse: ‘Wie-Wie’)
Het tot de verbeelding sprekende bergmassief in het Zuidwesten van Gran Canaria komt, 20 jaar later, opnieuw in beeld, met een nieuwe verkooptransactie. Bij de verkoop ervan, heeft de bankinstelling het eigendom van 20 miljoen m² beschermd natuurgebied destijds overgedragen voor 40 miljoen peseta’s, wat neerkomt op omgerekend ruim € 242.000,=.
Momenteel, heeft de zakenman in totaal 12 miljoen m² aan het Eilandbestuur aangeboden voor 40 miljoen euro (6,6 miljard peseta’s).
Binnen het Eilandbestuur heeft het Ministerie van Financiën, met aan het hoofd minister Luis Ibarra, interesse getoond, om eigenaar van Güi-Güi te worden. Men wil voor verwerving van dit kustgebied Europese fondsen aanwenden. Fondsen, waarover het Ministerie voor Milieuzaken beschikt tot aan het eind van dit regeringsmandaat. Diezelfde fondsen hebben het mogelijk gemaakt, om voor 16 miljoen euro het natuurreservaat van Juncalillo en Playa del Cabrón in het Zuiden van Gran Canaria te verwerven.
Luis Ibarra heeft, om te beginnen, een externe taxatie aangevraagd over de waarde van de terreinen die men wil verkopen en die de barranco-bedding omvatten en de uitmonding daarvan op de beide stranden: Güi-Güi grande en Güi-Güi chico. Vanuit de Regeringszetel vindt men de vraagprijs van de exploitatiemaatschappij exorbitant hoog en men schat deze veel lager in. Het is een feit, dat Luis Ibarra heeft laten weten, “dat de Regering voor een dergelijke vraagprijs, Güi-Güi niet in eigendom kan verwerven.”
De verkoop ervan heeft veel beroering veroorzaakt onder de Grancanarios die het natuurmonument, een van de laatste ongerepte, maagdelijke gebieden van het eiland, in handen van een buitenlandse onderneming zagen overgaan. Dit temeer, als men in ogenschouw neemt, dat La Caja een openbare bankinstelling is, met een grote vertegenwoordiging van eilandbestuurders in haar Raad van Bestuur en destijds werd voorgezeten door de toenmalige socialist Carmelo Artiles. En, dat deze bank het verkocht voor 2 peseta’s per m² (iets meer dan drie-tiende eurocent) aan een Zwitserse onderneming: Pellerine Ltd. Op zijn beurt kreeg de bizarre operatie zijn beslag en werd het natuurgebied een paar dagen later doorverkocht, waardoor het in handen kwam van een andere eigenaar die gevestigd is in het fiscale paradijs op het Britse Kanaaleiland Mann.
Verrassing
De publicatie van deze transactie, in eerste instantie in het dagblad La Provincia, was destijds een échte verrassing en men kon niet begrijpen, dat het Eilandbestuur het bergmassief van La Aldea niet had verworven. Dit temeer, daar het Eilandbestuur destijds over het gehele eiland de grootste koper was van terreinen met een waardevolle natuur.
Op dat moment begreep men ook niet, dat de Caja Insular de Ahorro de Canarias de terreinen, van het toen al tot beschermd natuurgebied verklaarde gebied, niet bij opbod geveild heeft. Men zou er aldus een betere prijs voor gekregen hebben, dan met de rechtstreekse verkoop aan een onbekende, private onderneming, met de naam: Pellerine Ltd.
De zaak werd onderwerp van algemeen belang toen het een nieuwe nederlaag bleek te zijn van Gran Canaria tegenover de toeristische speculatie, die op dat moment werd gemonopoliseerd door buitenlandse ondernemingen. Het herstel van Güi-Güi veranderde ook in een politieke kwestie vanwege de vreemde eigendomsoverdracht.
Het Autonome bestuur kwam tussenbeide door een officieel onderzoek in te stellen. Daarmee wilde men die maagdelijke terreinen, die voor het eerst vanwege milieudoeleinden publiekelijk bezet werden, herstellen; maar vormfouten verhinderden, dat deze onteigeningen, tot een goed einde gebracht werden.
De verkoop van het bergmassief in het Zuidwesten van Gran Canaria werd korte tijd later geformaliseerd door de goedkeuring van de eerste Ley de Espacios Naturales Protegidos de Canarias (Wet voor Beschermde Natuurgebieden van de Canarische Eilanden). Een wet, die dit gebied als natuurpark kwalificeerde. Deze eerste normering werd nadien geactualiseerd met de komst van de Staatsregelgeving voor wat betreft natuurbescherming, die tot stand kwam met de tweede Canarische Milieuwet van 1994, die het overgrote deel van Güi-Güi classificeerde als een natuurreservaat.´
Lees ook: http://www.hollandsenieuwe.com/rechtbank-la-aldea-is-eigenaar-van-het-gui-gui-natruurresrvaat_8033/










