Ben je wel eens zo nijdig, verdrietig, boos, verontwaardigd of onredelijk dat je daar met de beste wil van de wereld niet meer door eigen toedoen uitkomt? Dat je van binnen al lang op wil houden met lullig doen of ruzie maken (om niks), maar dat het niet lukt? Dat je denkt: houd me dan vast! Knuffel me dood, dan houd ik vanzelf op… En maar niet snapt dat die ander dat gewoon niet in de gaten heeft… (prei in je derde oog zeker?)

Nee? Mooi. Maar misschien herken je je partner of kind in dit verhaal. Doe er je voordeel mee. Vooral niet zo’n goede praters hebben er soms last van. Van die types die naar binnen keren en nog liever doodgaan in plaats van hun mond op zo’n moment open te trekken. Over onzinnige dingen gaan lopen zeiken terwijl het eigenlijk om veel belangrijkere (harts)zaken gaat. Vaker in de slachtofferrol vervallen dan de rest van de wereld en niet in de gaten hebben dat als je met één vinger naar een ander wijst, er drie jouw kant op wijzen… (ik lees voor uit eigen, historisch werk)

Rood Petje kan helpen. Of elk ander woord dat je samen afspreekt.
Ik vond ‘Rood Petje’ uit toen mijn, destijds zevenjarige, zoon ‘aanvallen’ van ongeremde boosheid en verontwaardiging had die meer leken op een tachtigjarige oorlog dan een Blitzkrieg. Waar ik bovendien zo nu en dan ‘ingetrokken’ werd omdat zijn afweermechanismen mijn eigen, nog niet ontmantelde bommen en granaten deed ontploffen. En ik dus gezellig mee ging doen…
Dat mondde dan uiteindelijk uit in een ijzingwekkende status quo: hij huilend op zijn kamer – extra hard zodat ik het wel móest horen- en ik onmachtig, star en boos beneden in de keuken. Wat je zegt een ordinaire machtstrijd waar niemand blij of beter van werd. Na afloop (als ik het niet meer kon aanhoren en hem snikkend in mijn armen nam) zei hij dat hij wel eerder op had wíllen houden, maar dat het steeds niet lukte… 

En die onmacht herkende ik. Zoals ik wel meer in hem herkende. Want niemand houdt je een meer genadeloze spiegel voor dan je eigen kinderen, van niemand kun je meer leren dan van hen. Op die momenten liet hij me hardhandig zien dat ik toch echt een ietsepietsie op mijn eigen koppige, starre vader leek. En was ik niet in therapie geweest om dat te voorkomen??  Au!

Daar moest wat aan gebeuren. ‘Rood Petje’ werd aan de kapstok gehangen. Virtueel dan. We spraken af dat iedereen die niet meer uit zijn eigen, starre gevangenis kwam heel hard ‘Rood Petje’ zou roepen. Ieder ander zou dan ‘alles’ los laten en meteen, zonder morren of ja-maar, de ander dan liefdevol omarmen en doodknuffelen. Het hielp. En het was heerlijk. Inmiddels hangt het petje al jaren ongebruikt aan de virtuele kapstok. We laten het hangen, voor het geval dat…

Deel deze informatie:
  • Digg
  • Sphinn
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Mixx
  • Google
  • E-mail this story to a friend!
  • Live
  • NuJIJ

Zoeken in andere artikelen met verwante onderwerpen:
, , , , , , , , , , , , , , , , , .

Leave a Reply


110 keer gelezen, 1 keer vandaag

Download de laatste versies van de Hollandse Nieuwe:


--== dit artikel is uitgeprint vanaf www.hollandsenieuwe.com ==--
Grafische versie