Column
Vakantieherinneringen 12: Gran Canaria vanuit de lucht.
Gerards vakantieherinneringen (12)
Gran Canaria vanuit de lucht.
Sinds enkele jaren is er de mogelijkheid om het mooie eiland Gran Canaria vanuit de lucht te bekijken. Vanaf het kleine vliegveld ‘El Berriel’ vliegt Blue Canarias helicopters je, indien gewenst, over het hele eiland. Maar je kunt ook korte vluchtjes nemen. Het is wel een dure grap: 10 minuten San Agustin en Playa del Inglès kost 65 euro; 30 minuten het hele zuiden kost 165 euro.
Op bovenstaande foto, die genomen is vanuit de heli, zie je de ‘kop’ van het eiland Gran Canaria, La Isleta, met daar aanvast de rest van de hoofdstad Las Palmas. Het bekende, oude strand ‘Las Canteras’ is rechts prima te zien. Minder bekend is het strand van Playa de las Alcaravaneras. Het is links, achter de Isleta. Vanaf hier heb je zicht op de haven met zijn vele vrachtschepen; een levendig gezicht. Las Palmas is Spanjes grootste doorvoerhaven. Probeer de naam van het strand eens uit te spreken!
Het zuiden is natuurlijk het meest bekend en het meest gevraagd. Daarom een foto van de ‘Dunas’ en de rest van het zuiden, genomen terwijl we vanuit het noorden kwamen aanvliegen. Goed te zien zijn vooraan het strand van San Agustin met daarachter aansluitend rechts de bebouwing van Playa del Inglès, de grootste nederzetting in het zuiden. Verder zie je achteraan links op de foto het beschermde natuurgebied de ‘Dunas’.
Van het nieuwe Playa de Amadores heb ik twee luchtfotootjes: één toen het strand werd aangelegd en één toen het strand net klaar was. De foto’s zijn wel vanuit verschillende richtingen genomen, maar toch is de typische vorm die het nieuwe strand heeft goed te herkennen –óók op de foto van Playa de Amadores in aanleg.
Dit nieuwe strand is prima de bereiken via een wandelpad dat aangelegd is langs de bergen. Je loopt vlak boven de zee en hier en daar zijn trapjes naar beneden gemaakt, zodat je echt vlak boven de zee komt. Dit wandelpad vind ik een kleine attractie op zich. Je loopt in een kwartier van Puerto Rico naar Playa de Amadores.
De volgende keer: ‘Aanbevolen te bezoeken.’
Gerard Bosman.
Kijk ook eens op mijn Internetsite over Gran Canaria: http://home.planet.nl/~gerbos
Vakantieherinneringen 11: Las Palmas.
Gerards vakantieherinneringen (11)
Het noorden en Las Palmas.
Sinds de jaren ’70 zijn de zonzoekende toeristen naar het zuiden van Gran Canaria gestroomd. Immers: In het zuiden is het (nog) droger en zonniger dan in het noorden en is volop plaats voor het bouwen van nieuwe accommodaties.
Een beetje jammer is dat wel, want het noorden, de hoofdstad Las Palmas en stadjes als Agaete en Stanta Maria de Guia (ofwel kortweg Guia) zijn zeker de moeite waard om te bezoeken en om te verblijven. Vanuit Agaete vertrekt dagelijks een veerboot naar Tenerife. In het rustige Guia kun je privé heel mooie appartementen huren bij de Vlaamse familie Buyens.
Kom je voor de eerste keer in Las Palmas, dan moet je wel wat verder kijken dan je neus lang is. Anders denk je: Alleen maar een vuile, hete Spaanse stad. Maar als je wat rondkijkt, dan zie je dat de hoofdstad van Gran Canaria heel mooie dingen heeft, zoals: de prachtige parken, als het Parc Dorames, waar het oudste hotel van Canaria staat: hotel Santa Catalina. Verder zien we het beroemde strand van Las Canteras, met het mooie concertgebouw Alfredo Kraus.
Tegenover het concertgebouw vind je het grote, overdekte winkelcentrum Las Arenas, met vele luxe winkels die prijzen hanteren die veelal zo’n 15 procent lager zijn dan in Nederland of Vlaanderen. Dit komt doordat de BTW op Gran Canaria heel erg laag is. Ook de ‘Bijenkorf’ van Las Palmas is het bezoeken waard: ‘El Corte Inglès’ heet dit topwarenhuis.
Per ‘dubbeldekker zonder dak’ van de firma Guaguas Municipales kun je een rondrit maken door de stad; opstappen kan het best op de Plaza de Santa Catalina.
In de hoofdstad van het katholieke Canaria vinden we natuurlijk ook een kathedraal: de ‘Catedral de Las Palmas’ aan de ‘Plaza de Santa Ana’. Aan dit plein staat ook de Casas Consistoriales, te bezoeken op gezette tijden. Aan het begin van het plein staan enkele beelden van grote honden, Canarios, waarnaar de Canarische eilanden vernoemd zijn. Niet naar de gele vogeltjes dus! Achter de kathedraal staat de ‘Casa de Colòn’, een museum over de Spaanse ontdekkingsreiziger Christoffel Columbus die via de Canarische Eilanden naar Amerika zeilde.
Je ziet, er valt genoeg te zien en te beleven in de hoofdstad. Nog wat praktische tips: Op zondag is er markt in San Mateo, Arucas en Las Palmas. Maar wees er vroeg bij, want om twee uur ’s middags zijn de markten al weer afgelopen. Neem vanuit het zuiden bus 30, de Directo, anders ga je door vele gehuchten (en overal wordt gestopt) en duurt de reis 3x zo lang.
De volgende keer: Canaria vanuit de lucht.
Gerard Bosman.
Kijk ook eens op mijn Internetsite over Gran Canaria: http://home.planet.nl/~gerbos
Even een rijbewijs omwisselen
14
Op 21 juni verliep mijn Nederlandse rijbewijs. Volgens verschillende websites zou het omwisselen ‘een fluitje van een cent’ zijn. Dus ik op 14 juni naar Trafico, in Las Palmas. Met al de spulletjes die ik nodig zou hebben.
En dat ging inderdaad erg snel, ik haalde een nummertje, was meteen aan de beurt, leverde mijn spullen in, en kreeg te horen dat ze even bevestiging vanuit Nederland nodig hadden dat mijn rijbewijs echt is. “En dat gaat meestal erg snel, een week of zo” zei de loketdame overtuigend. “Een faxje, en klaar is kees. We bellen je zodra het binnen is.”
Vorige week (ruim anderhalve maand verder dus) werd ik inderdaad gebeld. Het was binnen. Dus ik vandaag naar Las Palmas. Ik wist dat er in de buurt van Trafico een centrumpje zit waar je een medisch certificaat kunt halen, want die heb je nodig als je je rijbewijs moet verlengen. Dus ik vraag aan de vriendelijk uitziende beveiligingsman die bij Trafico voor de deur staat waar zoiets zit, en hij wijst om de hoek. Ik sta met hem, zie ik dan, onder een enorm reclamebord, pal op het Trafico-gebouw voor de gezochte dienst.
“Tien minuutjes, simpel testje, en je bent klaar” lees ik op verschillende websites. En eigenlijk is dat nog overdreven, want ik denk dat de testjes in twee lokaaltjes bij twee testdames in totaal zeven minuten hebben geduurd. Daar heb ik wel van 11:42 tot 13:58 voor moeten wachten. Wachten. En wachten.
De testdames, waren niet erg gemotiveerd en liepen het liefst tussen elke testkandidaat hun hokje uit, om zogenaamd iets te gaan doen. Maar dat ‘iets’, was in de meeste gevallen erg vaag. Dat wisten ze zelf ook, maar dat maakte ze helemaal niets uit. Ze keken niemand aan als ze door de ‘wachtzaal’ liepen, en meden zo onze verontwaardigde en smekende blikken. Het mocht allemaal niet baten.
Maar goed, de testjes dus: je ziet twee vertikale balkjes op een schermpje, met zwarte streepjes erin. Die balken gaan dan langzaam dansen, en jij moet met zwarte hendeltjes proberen die zwarte streepjes in die witte balken te houden. Ik begin natuurlijk te jammeren dat ik nooit videogames doe, dus dat ik bij voorbaat al een handicap heb. Het ding bliebt aan alle kanten (als één van die zwarte strepies een wand van de steeds wulpser dansende balkjes doorboort) en ik maar sturen. Ik voel me net een test chimpansee, inclusief electroden op mijn hoofd.
Uiteindelijk heb ik twee procent fout (klonk als 200), en tot dertig ga je door voor je rijbewijs, zo stelt de testdame me gerust.
Dan wordt er gevraagd of je een ‘gebruikelijke drinker’ bent, of je wel een drugs gebruikt, of er ziektes in de familie zitten, of je wel es zomaar moe wordt waarop heel veel mensen natuurlijk liegen, of, er rijden een hele hoop mensen die ik alleen al ken, al jaren zonder rijbewijs. Want iedereen wordt toch wel eens zomaar moe?
Kortom: een gouden business zo’n centrumpje, want het slaat echt nergens op. Zo’n grapje kost namelijk wel 47 euro. Natuurlijk moet je nog even lettertjes lezen met je ogen afgeplakt (bij mij was het C, N en W voor de spiekers) en een gehoortestje doen. Je hoort echt keihard een biep in je linker en rechteroor, en als je dan op de knop drukt, ga je door voor de koelkast voor je rijbewijs.
Om 13:58 ren ik met mijn zojuist verworven medische goedkeuring (maar drie kwartier voor hoeven wachten, dat uitprinten en de stempel) de trap af en bij Trafico naar binnen voor mijn rijbewijs (die sluiten namelijk om 14:00). Alles is inderdaad in orde, ik krijg een voorlopig kaartje om de politie zoet te houden en binnen drie maanden krijg ik mijn rijbewijs al opgestuurd, gewoon, per post. “Komt helemaal vanzelf goed”, zo verzekert mij de aardige loketdame. En dat is dan ook (bijna) altijd zo.
Hoe ik vrijwilliger werd bij de Perrera Municipal de Mogán
4Mijn naam is Eva, een jonge dertiger, en ik ben sinds kort een trotse vrijwilligster bij de Perrera Municipal de Mogán.
Ik ben een tiental jaar geleden op Gran Canaria terechtgekomen vanuit België en heb altijd in het hotelwezen gewerkt. Dit is op zich leuk werk maar ik miste toch een iets in mijn leven, een goed doel. Tot ik een tijdje geleden Oliver (Een “Canario” die er alles aan doet om het leven van de honden in de kennel draagelijker te maken) leerde kennen en hij mij met zijn verhalen over “zijn honden van de Perrera” steeds nieuwsgieriger maakte en me ook steeds meer deed meeleven met honden die zijn achtergelaten, aan de kant gezet en vaak verschrikkelijke dingen hebben meegemaakt.
Het kwam steeds dichter bij mijn huid en alhoewel ik eigenlijk vroeger bang was voor honden, kon ik mijn nieuwsgierigheid niet langer bedwingen! Ik moest en zou die “harige vriendjes” van hem leren kennen.
Zo gezegd, zo gedaan en op een dag reed ik de berg van Motor Grande in Puerto Rico op om dit toch wel heel bijzondere plekje van dichtbij te leren kennen.
Daar werd ik hartelijk verwelkomd door Sylvia, een Nederlandse vrijwilligster die samen met Oliver de kern vormt van de vrijwilligers en waarvoor niets te veel is. Die eerste kennismaking met de honden was aangrijpend en het was vooral ook onmogelijk om er onbewogen onder te blijven. Welke angst ik dan ook mag hebben, verdween als sneeuw voor de zon.
Ik was verkocht! Ik moest en zou hier vanaf nu ook mijn steentje bijdragen want als je het enthousiasme van de andere vrijwilligers ziet en vooral ook de manier waarop ze met de honden omgaan… Fantastisch!
Het is echt een heel apart plekje waar deze dieren die al zoveel geleden hebben even op adem kunnen komen en voorbereid worden op een nieuwe start.
Want het is toch de bedoeling dat ze zo snel mogelijk een nieuwe thuis vinden, zowel in Gran Canaria als ook in Nederland, waar er dankzij Sylvia een geode samenwerking is tussen HUVO (http://www.huvohondenopvang.nl/)
“Wat doen jullie dan zoal?”
Dat is eigenlijk heel simpel: In principe gaat het er vooral om dat ze buiten komen daar dit enkel gebeurt wanneer er vrijwilligers zijn dus worden ze door jong en oud uitgelaten en laten we ze even lekker ravotten.
Maar evengoed wordt er ontvlooid, gepoetst, promotie gemaakt voor de honden zodat ze snel geadopteerd worden, etc… Het is een onbegonnen werk om alles op te noemen maar samengevat… we doen allen wat gedaan moet worden en we doen dat graag!
Het is belangrijk te vermelden dat de Perrera Municipal de Mogán (op facebook te vinden onder “Perrera Municipal de Mogan” en op Hyves onder perreragrancanaria.hyves.nl), zoals het woord al zegt een gemeentelijke hondenkennel is en wij dus niet met bankrekeningen voor donaties enzovoort werken. Wij zijn vrijwilligers die uit vrije wil proberen om het leven van deze honden een beetje “aangenamer” te maken tot zij bij een nieuw baasje aan een nieuwe fase kunnen beginnen.
Wat heel apart is en zeker noemenswaardig is dat we op een gemiddelde vrijwilligersdag met een stuk of 5 nationaliteiten samen”werken” (Spaans, Nederlands, Engels, Fins, Belgisch … om er een paar op te noemen) en dat ook de honden afkomstig zijn van gezinnen met verschillende etnische achtergronden… En niet te vergeten ook hun toekomst niet alleen op Gran Canaria ligt!
Zo zie je maar weer dat je overal “goede” en “slechte” baasjes hebt!
Moest je zin hebben om een hondje te adopteren of simpelweg enkele uurtjes per week te helpen, kan je ons via de pagina van de Perrera Municipal de Mogán op facebook of via de Hyves zonder problemen bereiken.
En nu de zomer eraankomt, zal geen enkele hulp overbodig zijn…
Als afsluiter drukken alle vrijwilligers erop aan dat Adopteren iets is wat je met verstand moet doen maar vooral ook met je hart.
_____
Dit artikel is geschreven door Eva JS, en zij heeft ook de foto’s verzorgd. Bedankt Eva!
_____
Vakantieherinneringen 9: De stranden van Meloneras tot Puerto de Mogán.
Gerards vakantieherinneringen (9)
De stranden van Meloneras tot Puerto de Mogán.
De vorige keer schreef ik over de stranden in het noorden en oosten van het eiland, deze keer over de nieuwste: van Costa de Meloneras tot Puerto de Mogàn.
Costa de Meloneras ligt ten westen van de vuurtoren (El Faro), en is pas enkele jaren oud. Achter de vuurtoren zijn enkele zeer grote en luxe accommodaties (vnl. hotels) verrezen, en daar hoort een mooi, nieuw strand, boulevard en winkelcentrum bij. Op de eerste foto zie je de boulevard ten hoogte van Grand Hotel Costa de Meloneras, met de vuurtoren op de achtergrond. Verder is er shopping center Varadero gebouwd. Op Cuba vindt je Varadero ook, maar dat is een heel eind verderop! Varadero is architectonisch heel leuk in elkaar gezet: de bovenverdiepingen zijn geen stiefkindjes geworden. Ga er maar eens kijken.
Gaan we verder naar het oosten, vinden we eerst Arguineguin (spreek uit: Arkienekien). Hier vind je o.a. de enige Nederlandstalige duikschool, Dive Academy Gran Canaria. Als je door Arguineguin komt, let dan eens op de bijzondere fontein op de rotonde: Een walvisstaart.
Ga je verder langs de kust dan kom je op het allerzuidelijkste puntje van Gran Canaria: Puerto Rico. Langs de steile berghellingen is dit dal tot helemaal bovenaan volgebouwd. En dat is hoog hoor! Verdere expansie van dit gebied is er direct naast: in het volgende dal is Playa de Amadores gerealiseerd. Een prachtig nieuw strand, vanuit Puerto Rico te bereiken via een leuk wandelpad (met vele mooie uitzichtpunten) langs de kust. Let op: op de foto zijn de appartementen tegen de berghellingen nog in aanbouw!
Nog een stukje verder is in een barranco (een door een riviertje uitgeslepen geul naar de kust toe) Playa de Taurito gebouwd. Ook hier is luxe niet geschuwd. De hotels zijn prachtig, maar veel te beleven is er niet. Echt iets voor gezinnen met kleine kinderen.
Tot slot het schitterende Puerto de Mogàn. Een in zee gebouwde nieuwe woonwijk, met prachtige jachthaven, tegen het oude dorp, dat op de kust (berghelling) gebouwd is. Het strand van Puerto de Mogàn is heel mooi geworden en pas vijf jaar geleden klaargekomen. Puerto de Mogàn wordt ook wel het Venetië van Gran Canaria genoemd en is zeer de moeite waard om eens te bezoeken. Met een gele onderzeeër kun je hier zelfs een tochtje onder water maken!
De volgende keer: Het prachtige, herrezen Palmitos Park.
Gerard Bosman.
Kijk ook eens op mijn Internetsite over Gran Canaria: http://home.planet.nl/~gerbos
Goedkoop naar Spanje
Elk jaar weer kiezen meer mensen er voor, het reisbureau links te laten liggen en zelf hun reis naar het buitenland te regelen. Vaak ben je dan ook veel voordeliger uit. Vooral nu ‘low cost’ vliegmaatschappijen zoals Ryanair tickets naar Gran Canaria veel voordeliger aanbieden dan ze ooit geweest zijn. Op het internet nog even zelf accommodatie regelen en je hebt al snel honderden euro’s uitgespaard.
Er is al veel aanbod op het internet als je een hotel, appartement of bungalow zoekt in zeg, Playa del Inglés, maar ik liep voor de Hollandse Nieuwe een dagje mee met de Vlaming Kris Buyens, die al negen jaar lang samen met zijn Canarische vrouw Susana appartementen verhuurt op Gran Canaria. Het begon met twee appartementen in de tuin van hun huis in Santa María de Guía, in het noorden van Gran Canaria, maar al snel kwamen de eerste appartementen in het zuiden van het eiland, in Playa del Inglés.
Kris houdt van duidelijkheid. Zijn klanten weten precies waar ze aan toe zijn. Op zijn site, www.goedkoopnaarspanje.com staan de appartementen die hij verhuurt, met foto’s en een eenvoudige beschrijving. Als mensen geïnteresseerd zijn krijgen ze een e-mail met dezelfde informatie en de voorwaarden. Kris wil, naar gelang de duur van de huurperiode een aanbetaling die nooit hoger is dan €150,- vooraf, en dan ligt de reservering vast. Je kunt al bij Kris terecht voor €35 per dag, per appartement. Dus kom kom je met zijn tweeën, dan is dat €17,5 per persoon.
Op een zaterdag in januari stap ik bij Kris en Susana in de auto in Guía. Ik deel de achterbank met nog wat dozen broodroosters en koffiezetapparaten, en de achterkant van de bestelauto zit vol met onder andere een inklapmeubel, een grote televisie en schoonmaakspullen.
We rijden linea recta naar Playa del Inglés waar Susana meteen begint te poetsen in een leeg apartement. Het wordt klaargemaakt voor de gasten die zodadelijk op het vliegveld worden opgehaald. Kris verhuist een overwinteraar van het ene apartement naar een ander in een gebouw dat iets verderop ligt in dezelfde straat, “Als ze daar om vragen en het kan, dan doe ik dat toch gewoon?” en brengt wat van het witgoed naar nog een ander appartement. Dan rijden we naar het vliegveld, waar we een gezellig stel vijftigers uit Zwolle ophalen. Ze komen al jaren naar Gran Canaria ‘s winters, steeds een beetje langer, en nu voor het eerst met Kris.
Kris babbelt vrolijk over Gran Canaria op weg naar Playa del Inglés en als we bij het brandschone appartement aankomen dan weet het stel alweer een stuk meer over Gran Canaria en haar bewoners. Het appartement wordt getoond, terwijl de gasten nog de Nederlandse kleren aanhebben. Ik zie ze zwetend naar het zwembad gluren terwijl Kris nog uitlegt hoe het volume van de televisie via de afstandbediening omhoog en omlaag kan, met de plus en de min namelijk.
Susana is inmiddels het aangrenzende appartement aan het ‘kuisen’, en als de nieuwe huurders eenmaal met rust gelaten worden, springt Kris weer in zijn auto en rijdt naar de andere kant van de stad om een appartement klaar te maken voor bezoekers die hij vanavond nog gaat ophalen op het vliegveld. Alles wordt gecheckt; doen alle lampjes het, hangen de schilderijen recht, staat de koelkast aan, ligt er ergens nog stof, is al het bestek en servies aanwezig, etc etc. Kris houdt duidelijk niet van half werk. “Nee, en de mensen die hier vakantie komen vieren die krijgen bij mij meer dan bij de meeste anderen, meestal is er een wasmachine, vooral bij hen die wat langer blijven, er is Nederlandse televisie en dan een hoop kanalen, niet alleen BVN, een fatsoenlijk koffiezetapparaat, magnetron, degelijke set pannen en borden zo, niet alleen drie platte borden en drie soepborden en een lullig steelpannetje.” Hij zet nog even de bloemetjes goed op tafel en trekt de deur dicht. Klaar voor de gasten.
Susana wordt opgepikt, en we stappen in de auto richting het Noorden. Bij El Goro wordt op het industrieterrein de vaste pitstop gemaakt: in een typisch Canarisch werk-restaurant wordt er een heerlijk Canarisch menuutje weggewerkt. Heerlijk knofloopdampend vervolgen we onze weg naar het Noordwesten, naar Guía waar vele uren eerder de reis begon op die zaterdag. Ik stap uit, bedank ze voor de gezellige dag en blik in hun leven. En dan rijden Susana en Kris verder door naar huis, waar ze hun achtjarig zoontje verder gaan ‘opkweken’.
Nog twee foto’s:
Vakantieherinneringen 8: De stranden (Playa’s) vergeleken.
Gerards vakantieherinneringen (8)
De stranden (Playa’s) vergeleken.
Op Gran Canaria vindt je de gróótste keuze aan stranden en ook de móóiste beaches. Van heel breed tot smal, van zeer langzaam in zee aflopend tot bijna steil omlaag gaand. In de noord-westhoek zijn de stranden kleiner, rustiger van publiek en onstuimiger van golfslag; paradijsjes voor zeilers en –vooral- windsurfers.
Bij de hoofdstad Las Palmas heb je de bekende stranden Playa de las Alcaravaneras en Las Canteras. Op de eerste (lucht)foto zie je de kop van Gran Canaria met het strand van Las Canteras rechts; playa de las Alcaravaneras ligt wat zuidelijker aan de oostkust. Van Playa de las Canteras is ook een foto gemaakt.
Ga je langs de oostkust naar het zuiden, dan kom je na de luchthaven ‘Gando’ eerst de stranden van San Agustin tegen: Playa de las Burras en Playa de San Agustin. Deze zijn breed genoeg voor alle bekende strandgenoegens en ook nog eens een heleboel leuke sporten, als bananaboat rijden, surfen, kajakken en parasailing.
Je kunt over de paseo langs de kust verder lopen naar Playa del Inglès, het meest bekende en grootste strand. Zie de panoramische foto vanaf de paseo genomen. Heel langzaam loopt dit strand af in de zee. Het is bovendien lang en heel breed, vooral voorbij de boulevard. Die boulevard is heel aantrekkelijk, met een grote keuze aan terrasjes, barretjes, eethuisjes, allerlei boetiekjes en voor de liefhebber de automatenhallen. Er is geen weg tussen de boulevard en de zee, zoals bij zoveel stranden in het vaste land van Spanje, Torremolinos bijvoorbeeld.
Na de boulevard gaat het strand verder en begint ook het natuurgebied de Dunas, waar je je in de Sahara waant (foto 3). Even later begint de zona naturista oftewel het naaktstrand, ook wel FKK (freie körper kultur) genoemd. Overigens lopen/zitten hier evenveel mensen met als zonder textiel aan het verbrande lijf.
Na de ‘bocht’ in het strand, waar je van lopen naar het zuiden overgaat in westelijke richting, naar Maspalomas en Playa de Meloneras, kom je voorbij het homostrand. Vooral rond paviljoen nummer 7 bevinden zich vele liefhebbers van de herenliefde, die in de achterliggende duinen ook bedreven wordt.
Nog iets verder kom je bij de vuurtoren, el Faro, het oudste gebouw van het zuiden van Canaria. Na de vuurtoren strekt zich het fonkelnieuwe Playa de Meloneras uit, met de kolossale (dure) hotels, bestemd voor de verwende (Duitse) gast. De winkels hier zijn prachtig en luxe, de prijzen zijn er natuurlijk naar.
De volgende keer: De stranden van Meloneras tot Puerto de Mogán.
Gerard Bosman.
Kijk ook eens op mijn Internetsite over Gran Canaria: http://home.planet.nl/~gerbos
Vakantieherinneringen 7: De winkelcentra
Gerards vakantieherinneringen (7)
De winkelcentra (Centros Comerciales).
Op Gran Canaria zijn uitgaansgebieden winkelcentra en winkelcentra uitgaansgebieden. Het loopt in elkaar over zoals wij dat in Nederland en Vlaanderen niet kennen. Winkelen is eigenlijk op Gran Canaria evenveel fun als uitgaan.
In Las Palmas heb je de ‘oude’ winkelstraten als rond het bekende ‘El Corte Inglès’ (te vergelijken met de Bijenkorf of (in Londen) Harrods: een groot, luxe warenhuis. Daarnaast heb je Las Arenas, een zeer modern en licht (overdekt) centrum met verdiepingen. Deze centra zijn vooral op winkelen gericht.
In Vecendario vindt je Atlántico, een kolossaal centrum waar zelfs ook bioscoopzalen in zitten. Hier wordt uitgaan en inkopen weer gecombineerd. De moeite waard als het weer eens tegen zit. In San Fernando, de ‘Spaanse’ wijk boven Playa del Inglès, kun je tegen ‘lokale’ prijzen groenten en fruit etc. kopen.
Maar het duidelijkst te zien dat shoppen ‘fun’ is, zie je in de centra in de toeristenplaatsen, met name Playa de Inglès. Hier heb je de Kasbah, het oudste centrum, met bars, restaurants, supermarkten, automatenhallen en elektronicazaakjes vrolijk door elkaar gemixt.
En elk centrum heeft z’n eigen sfeer en trekt z’n eigen publiek aan. Zo vindt je in Cita veel Duitsers, in Aguila Roja Ieren, in Gran Chaparral heel veel Nederlanders en het meest bekend: in de Yumbo veel homo’s en lesbiennes.
Elke ‘bevolkingsgroep’ brengt zo z’n eigen sfeer mee: de IRA is in Aguila Roja aanwezig en veel Duitse ‘tanz und stimmung’ in de Cita, dat overigens qua winkelaanbod het grootste centrum is. De gay-sfeer in de Yumbo is het meest zichtbaar en kleurrijk. De oppervlakte van de Yumbo is weer het omvangrijkst.
Overigens zou Canaria niet Spaans zijn als niet alles heel gemoedelijk door elkaar zou lopen; je vindt ook gay zaken buiten de Yumbo en Duitse bars zijn in elk centrum te vinden. En iedereen is welkom in elke zaak, want gastvrijheid heeft men hier wel geleerd!
In de ‘Gran Chaparral’ zijn heel veel Hollandse zaken, met ‘Broodje Amsterdam’ en het ‘Heineken café’ als meest bekende. Vergeet trouwens de snackbar tegenover het Heneken café niet: Ton Walraven runt hier het Heineken eet-café, met de lekkerste Hollandse snacks. Ik heb persoonlijk nergens zo’n lekkere bal gehakt gegeten! Naast de Hollandse zaken in Gran Chaparral kan ik aanbevelen ‘De vliegende Hollander’ (in de Metro) en in de Cita: de Belgische bar ‘De Lantaarn’.
De volgende keer: De stranden (Playa’s) vergeleken.
Gerard Bosman.
Kijk ook eens op mijn Internetsite over Gran Canaria: http://home.planet.nl/~gerbos
Vakantieherinneringen 6: Van oud naar nieuw naar allernieuwst.
Gerards vakantieherinneringen (6)
Van oud naar nieuw naar allernieuwst.
De vorige keer schreef ik over de ongebreidelde expansiedrift van de Canarische kustplaatsen: Deze keer hier nog een klein stukje aan vast; met ter illustratie enkele (zeer) oude foto’s.
De eerste is een tweetal foto’s van Maspalomas in een nog vrijwel maagdelijk stadium. De eerste is van vóór 1962. Je ziet op deze luchtfoto de vuurtoren (Faro) van Maspalomas. Verder valt er niets op te herkennen; zelfs de kustlijn is nog aan het veranderen. Op de tweede, reeds in kleur, jawel, de allereerste bebouwing rond de vuurtoren. Dat was o.a. het IFA-hotel. De kwaliteit van de foto’s is niet zo best, maar ja, ze zijn ook heel oud. De eerste foto heb ik trouwens gekregen van Peter van Veen, die ook een site over Gran Canaria heeft.
De bouwwoede van de Canariërs is goed te zien aan Playa de Amadores. Op de eerste foto is het in ruwbouw, op de tweede is het strand al af en is men alleen nog met de bebouwing tegen de berghellingen bezig.
Ook gloedjenieuw is Playa de Taurito, een nieuwe, kleine nederzetting tussen Puerto Rico en Puerto de Mogán. In een kleine barranco (rivierbedding van de bergen naar de kust toe) heeft men vijf grote luxe hotels, samen ongeveer 2000 kamers neergezet. Er is een Spar supermarkt en een zevental kleine souvenirshops, maar verder is er niets te beleven. Puerto de Mogán ligt op zo’n vier kilometer afstand.
Voor gezinnen met kinderen is het leuk, maar als je jong (of ietsje minder jong…) bent en je wilt wat dan zul je echt naar Playa del Inglès moeten, want dáár gebeurt het!
De volgende keer: Winkelcentra (Centro Comercial in het Spaans) en hun eigen, speciale publiek dat ze aantrekken.
Gerard Bosman.
Kijk ook eens op mijn Internetsite over Gran Canaria: http://home.planet.nl/~gerbos
Vakantieherinneringen 3: Van Broodje Amsterdam naar de Yumbo
Gerards vakantieherinneringen (4)
Van Broodje Amsterdam naar de Yumbo.
De eerste keer dat ik op Canaria zat, in Las Margaritas, ondernam ik niet zoveel. Een weekje is zo om en als je dan ook nog enkele dagen buikloop hebt, blijf je een beetje in de buurt van het hotel. Het winkelcentrum (of CC, Centro Comercial, zoals de Spanjaarden zelf zeggen) waar ik wel kwam was Gran Chaparral. En dan in de eerste plaats Broodje Amsterdam. Een bijzonder gezellige, hartelijke echt Nederlandse ontvangst maakte veel goed. Verder ging ik wat naar het strand, met de bus, jawel, waar Anexio II nog in aanbouw was. (zie de foto).
Een knap winkelcentrum was in die tijd de Metro, naast de rommelige Kasbah. Vooral de vele winkeltjes met elektronische ‘hebbedingetjes’, vaak gedreven door Hindoestanen, trokken mijn aandacht. Helaas waren (en zijn) die Hindoestanen wel erg opdringerig. Als je maar èven voor hun winkel stilstaat, wordt je in steenkolen-Duits aangesproken. Heel erg hinderlijk. Ik loop dan maar snel weer door, vooral als ze mij ‘vriend’ gaan noemen.
Verder over de Metro: Al die verdiepingen verder de grond in maakten het echter wel wat onoverzichtelijk. Of de onderste verdiepingen ooit echt goed gedraaid hebben betwijfel ik. Volgens mij kwam de ‘loop’ daar nooit goed in. Momenteel vind ik de Metro een beetje een verloederde indruk maken. Alleen voor het supergezellige café ‘De Vliegende Hollander’ ga ik met genoegen naar de Metro. Plaza de Maspalomas aan de overkant, óók in de grond, heeft het beter gedaan. De architectuur is daar ruimtelijker en je hebt meer (visueel, gevoelsmatig) contact met de verschillende verdiepingen. Toch moet ook Plaza de Maspalomas oppassen: Te veel automatenhallen en rommelige winkels brengen een winkelcentrum in een spiraal naar beneden.
Overigens is Plaza de Maspalomas vele jaren niet meer dan een ‘put in de grond’ met een schutting eromheen geweest. Ik heb er twee foto’s van bij dit stukje gedaan; ze zijn van 1987. Overigens is Varadero in Meloneras een prachtig voorbeeld van hoe het wel moet in een winkelcentrum met twee verdiepingen. Veel vides en glas en opvallende roltrappen die je makkelijk naar de verdieping brengen. Anders trekken de winkels ‘boven’ toch minder publiek. In Las Palmas heb je Las Arenas; dat is ook een heel knappe opzet van een shopping centre met verdiepingen. Ik zou zeggen: Als je eens in Las Palmas gaat winkelen, ga dan niet alleen naar El Corte Inglès, maar loop ook eens binnen bij Las Arenas (aan het strand, bij het muziekcentrum). Het is de moeite waard.
De Yumbo, momenteel internationaal een begrip, heeft deze positie gekregen door een gouden greep: Zich richten op de gay-community. Het grootste centrum van Playa had veel moeite om alle zaken verhuurd te krijgen en had geen echt eigen gezicht. Gran Chaparral bijvoorbeeld dankt zijn bloei aan de Nederlanders; daar profiteert weer het nabijgelegen Eugenia Victoria van door altijd vol te zitten en zeer geliefd te zijn bij de Hollanders. Zo versterken de zaken elkaar. Maar de Yumbo was groot en leeg. Tot de eerste homobars zich er gingen vestigen. Altijd al was Canaria (en o.a. de Dunas) geliefd bij een select gay publiek. Nu ontstond er midden in Playa een kolossaal groot gay paleis en dit trok weer gay appartementen, bungalows, (de Gay Krant had z’n eigen bungalowpark: Beach Boy Bungalows) ja zelfs een gay duikschool aan. Allerlei buitenlandse reisbureaus organiseren momenteel speciale gay reizen en diverse complexen zijn nu zelfs ‘gay-only’. Je kunt zeggen wat je wilt van de homo’s: Ze maken wel dat de Yumbo echt bruist en het meest kleurrijke en levendige centrum van Playa is geworden.
Tot slot nog een mooie foto van DE trap naar het strand, langs het IFA hotel Dunamar naar Centro Comercial Anexo II. De vorige keer keken we van beneden naar boven, nu omgekeerd en we zien ook nog een stukje van het strand en Anexo II.
Volgende keer in ‘Vakantieherinneringen 4’: Van Puerto Rico naar Puerto de Mogàn.
Gerard Bosman.
Kijk ook eens op mijn Internetsite over Gran Canaria: http://home.planet.nl/~gerbos
Vakantieherinneringen 5: Van Puerto de Mogán naar Arguineguín
Gerards vakantieherinneringen (5)
Van Puerto de Mogán naar Arguineguin.
Rond 1980 besloot de gemeente Mogán om zich, in navolging van buurgemeente San Bartolomé de Tirajana, ook in het toerisme te storten. Maar zelf lagen ze in het binnenland en hadden de zonzoekende toerist wel een mooi oud plaatsje, maar geen standgenoegens te bieden. Maar ze hadden een slaperig vissersdorpje dat tot hun gemeente behoorde en aan de kust lag. Er was daar geen of nauwelijks strand en de bebouwing (op de helling van de barranco) grensde direct aan de zee. (Zie de mooie luchtopname van
Puerto de Mogán uit 1982.) Maar niet getreurd, enkele deskundigen op het gebied van weg- en waterbouw in de arm genomen en er werd zò tegen het kustdorpje een uitbreiding in zee geplakt. (Zie de foto van rond 2000.) De bewoners waren hun vrije gezicht op de zee en hun rust kwijt.
Ik kan ook wel wat positiever zijn: Er werd een heel mooi dorp, het Venetië van Gran Canaria: Puerto de Mogán gerealiseerd. Er werd een luxe jachthaven voor (zwarte) miljoenenjachten gebouwd en de laagbouw in het nieuwe dorpje zelf was van een goed gehandhaafde Canarische stijl, compleet met vele bloembakken en duizenden paarse bloemen. Er kwam een scheepswerfje en allerlei havenfaciliteiten om het geheel te voltooien. Vissers voeren er wel bij: de haven was voor hen duidelijk een verbetering. Een serie horecagelegenheden en zelfs een muziektent completeerden het geheel.
Nu nog een strand en boulevard. Dit werd een project voor het jaar 2000 en verder. Alle oude bebouwing langs de zee werd afgebroken. Het (lava)strand flink opgeschoond en een mooie boulevard neergezet. Ook hier werd naar kwaliteit gestreefd. Het is duidelijk dat men zich in Mogán richt op de bezoeker die méér te besteden heeft. En al is dat in de meeste gevallen geen zeil- of motorjacht, voor wat chic gaat men niet uit de weg.
De vorige keer schreef ik over Puerto Rico en nu over Puerto de Mogán,maar komende vanuit Playa del Inglès kom je vóór Puerto Rico eerst nog een ander plaatsje tegen: Arguineguin (spreek uit: Arkienekien). Arguineguin is een oorspronkelijk visserdorp met in het centrum nog enkele beelden die daar op wijzen, zoals de vissersvrouw die over de zee uitkijkt en de grappige vissenstaart naast de hoofdweg van het plaatsje. Van beide heb ik een fotootje. In Arguineguin zijn enkele hotels en andere accommodaties, maar het is niet echt groot gegroeid en de vissers zijn er (gelukkig) nog steeds.
Voor de kust van Puerto de Mogán zijn (met opzet) een tweetal oude vissersboten tot zinken gebracht. In en rond deze wrakken vonden hele scholen vis hun domicilie. Voor duikers een ideale plek, temeer daar de diepte niet meer bedraagt dan zo’n 25 meter; juist leuk voor sportduikers met een PADI Open Water brevet, zoals ik. Duiken rond Puerto de Mogán is dus best een belevenis. Dat vinden ook de vele toeristen die een duik maken met de Yellow Submarine, een toeristenduikboot die al vele jaren vanuit de haven van Puerto de Mogán zijn rondvaarten maakt. Eigenlijk heet de boot de Golden Salmon, maar gezien z’n gele kleur is zijn officiële bijnaam naar het lied van de Beatles. Overigens is deze op vaste tijdstippen varende duikboot ook voor de vele sportduikers een leuke attractie!
De volgende keer: Van oud naar nieuw naar allernieuwst. (Over Maspalomas, Playa de Amadores en Playa de Taurito)
Gerard Bosman.
Kijk ook eens op mijn Internetsite over Gran Canaria: http://home.planet.nl/~gerbos
In memoriam: Ramses Shaffy
5Ramses – een dolende geest die de rusteloze, narcistische echo’s van zijn gevoelens en talenten volgde, zong, nazong en verzong – daarbij persoonlijk liefde en en vriendschap telkens uit het oog verliezend…
Ramses – een dodelijk eenzame, die in een konstante roes ervan droomde beschermd en gekoesterd te worden door een oneindige goedheid…
Ramses – een te jong gestorven, in de knop gebroken Poesjkin; en de schepper van fascinerende fata morgana’s: pyramidale illusies van geluk en droefheden, waarin hij met een wonderlijke charme het verbijsterde gewone volk liet opgaan…
Ramses – dank ik voor zijn enthousiasmerende verschijning en boodschappen op het moment dat T-shirt en spijkerbroek mij nog volslagen vreemd waren, en ik nog de neiging had, me door wie al niet van alles wijs te laten maken…
Ramses – dank ik voor zijn diepe genegenheid en bewondering die hij Aant, mijn Surinaamse moeder betoonde.
Steven Membrecht
(Steven Membrecht was van september 1957 tot november 1958 de eerste geliefde van Ramses – zij bleven altijd bevriend.)
Steven Membrecht verblijft in de wintermaanden op Gran Canaria en stuurde de redaktie van de Hollandse Nieuwe zijn laatste gedicht.
Inschattingsfoutje…
0Meestal kun je maar beter wegblijven van alles wat besmettelijk is. Bijna alles dan, want ik weet ook wel dat er niets zo lekker besmettelijk is als de slappe lach. Misschien is aanstekelijk een beter woord, hoewel dat ook al zo ziekelijk klinkt. Ik houd het in elk geval niet droog als er iemand voor me in zijn broek staat te piesen van het lachen. Zo zag ik op televisie eens een man die een volle zaal lachtherapie gaf. Belachelijk, dacht ik, maar ik kon het toch niet nalaten om te blijven kijken. Meer dan verbazing kwam er in eerste instantie niet over al die neplachende types. Welke idioot gaat er nou in zo’n zaal zitten? Mijn scepsis verdween toen de hele zaal na een minuut of tien schaterde van het lachen, en ik dus ook.
Aan die man moest ik denken toen ik laatst in de rij stond bij de bank. Voor mij stonden zo’n stuk of zes wachtende mensen, achter mij nog eens vier. Allemaal even chagrijnig vanwege de drukte. Nou stond ik ook niet echt te juichen van gelukzaligheid. Ik had precies een half uur tot mijn volgende afspraak én geen euro in de parkeermeter gegooid. Dat was een inschattingsfoutje.
Bij de bank zat de vaart er in elk geval niet in en dat terwijl ik alleen maar even een nieuw internetbankierencodeerding wilde halen omdat de mijne vorige week de geest gaf. Ik voelde me een beetje depri worden van al die neutelige types en het vooruitzicht op een parkeerbon. Op dat moment herinnerde ik me dat een glimlach net zo besmettelijk is als de slappe lach. Ik schonk de dame achter de balie een van mijn allerliefste en oprechte glimlachen toen ik eenmaal aan de beurt was. Haar gezichtspieren twijfelden een paar seconden omdat ze de laatste paar uur gewend waren aan een ander soort plooi. Er was echter geen houden meer aan. Een dikke, haast opgeluchte, glimlach brak door.
Binnen twee minuten stond ik buiten met mijn nieuwe decoder; nog steeds glimlachend over het effect. De oude dame die me buiten tegemoet kwam glimlachte terug. Zelfs de wenkbrauwen van een norse zakenmeneer schoten omhoog waarna er een twinkel in zijn oog verscheen en een glimlach om zijn mond. Wat kan het leven simpel zijn.
Soms heb je niet eens in de gaten dat je met een chagrijnige blik en afhangende mondhoeken de wereld inkijkt. Het schijnt dat je daarvoor toch zo’n 13 gezichtspieren actief voor aan het werk moet zetten. Voor een simpele lach slechts vier. Bij de parkeerwacht die net een bon onder mijn ruitenwisser schoof toen ik aan kwam rennen waren ze waarschijnlijk onlangs gebotoxed…
Rood Petje
0Ben je wel eens zo nijdig, verdrietig, boos, verontwaardigd of onredelijk dat je daar met de beste wil van de wereld niet meer door eigen toedoen uitkomt? Dat je van binnen al lang op wil houden met lullig doen of ruzie maken (om niks), maar dat het niet lukt? Dat je denkt: houd me dan vast! Knuffel me dood, dan houd ik vanzelf op… En maar niet snapt dat die ander dat gewoon niet in de gaten heeft… (prei in je derde oog zeker?)
Nee? Mooi. Maar misschien herken je je partner of kind in dit verhaal. Doe er je voordeel mee. Vooral niet zo’n goede praters hebben er soms last van. Van die types die naar binnen keren en nog liever doodgaan in plaats van hun mond op zo’n moment open te trekken. Over onzinnige dingen gaan lopen zeiken terwijl het eigenlijk om veel belangrijkere (harts)zaken gaat. Vaker in de slachtofferrol vervallen dan de rest van de wereld en niet in de gaten hebben dat als je met één vinger naar een ander wijst, er drie jouw kant op wijzen… (ik lees voor uit eigen, historisch werk)
Rood Petje kan helpen. Of elk ander woord dat je samen afspreekt.
Ik vond ‘Rood Petje’ uit toen mijn, destijds zevenjarige, zoon ‘aanvallen’ van ongeremde boosheid en verontwaardiging had die meer leken op een tachtigjarige oorlog dan een Blitzkrieg. Waar ik bovendien zo nu en dan ‘ingetrokken’ werd omdat zijn afweermechanismen mijn eigen, nog niet ontmantelde bommen en granaten deed ontploffen. En ik dus gezellig mee ging doen…
Dat mondde dan uiteindelijk uit in een ijzingwekkende status quo: hij huilend op zijn kamer – extra hard zodat ik het wel móest horen- en ik onmachtig, star en boos beneden in de keuken. Wat je zegt een ordinaire machtstrijd waar niemand blij of beter van werd. Na afloop (als ik het niet meer kon aanhoren en hem snikkend in mijn armen nam) zei hij dat hij wel eerder op had wíllen houden, maar dat het steeds niet lukte…
En die onmacht herkende ik. Zoals ik wel meer in hem herkende. Want niemand houdt je een meer genadeloze spiegel voor dan je eigen kinderen, van niemand kun je meer leren dan van hen. Op die momenten liet hij me hardhandig zien dat ik toch echt een ietsepietsie op mijn eigen koppige, starre vader leek. En was ik niet in therapie geweest om dat te voorkomen?? Au!
Daar moest wat aan gebeuren. ‘Rood Petje’ werd aan de kapstok gehangen. Virtueel dan. We spraken af dat iedereen die niet meer uit zijn eigen, starre gevangenis kwam heel hard ‘Rood Petje’ zou roepen. Ieder ander zou dan ‘alles’ los laten en meteen, zonder morren of ja-maar, de ander dan liefdevol omarmen en doodknuffelen. Het hielp. En het was heerlijk. Inmiddels hangt het petje al jaren ongebruikt aan de virtuele kapstok. We laten het hangen, voor het geval dat…
Hete naalden
0X. wil stoppen met roken. Na pleisters, kauwgoms en koude kalkoenen waagt hij een nieuwe poging door een afspraak te maken met een acupuncturist. Geestelijk totaal voorbereid komt hij bij de praktijk aan. Rookt vlak voor de deur zijn ‘laatste’ sigaret, haalt diep adem en stapt, vol goede moed om te stoppen, naar binnen. Met een enigszins verkrampte maag neemt hij plaats in de wachtkamer. Een echte held was hij nooit en het uitzicht op al die naalden stemt hem niet bepaald vrolijk.

Na een paar minuten zwiert de deur van de behandelkamer open en verschijnt er een mooie, jonge dame in de deuropening. ‘Hmm…’, denkt X, ‘dat maakt de zaak een stuk draaglijker.’ Hij volgt de dame en gaat vooraleerst op een stoel tegenover haar zitten. Ze spreken kort over het doel van zijn bezoek en zij legt uit wat ze gaat doen. Zijn angst voor de naalden verdwijnt al snel naar de achtergrond als hij denkt te voelen dat ze vanaf de eerste seconden met hem zit te flirten. X, niet bepaald ongevoelig voor vrouwelijk schoon, is erg blij met deze afleiding. Hij kleedt zich uit tot op zijn boxershort en gaat vervolgens op de behandeltafel liggen. Tijdens het aanbrengen van de naalden raakt de vrouw hem net iets meer aan dan per se nodig. Of verbeeldt hij zich dat? Na een kwartier ligt X., doodstil, op de behandeltafel met naalden in oren, gezicht, handen en voeten.
Doodstil omdat hij als de dood is dat er iets misgaat met die scherpe rotdingen. X. weet dat hij zo een half uur moet blijven liggen en verwacht dat de acupuncturiste met een nieuwe patiënt richting tweede behandelkamer zal gaan. Er zitten per slot van rekening nog twee mensen te wachten. Op dat moment zet de vrouw haar voet op de elektrische bediening van de tafel en laat die naar beneden zakken. Haar handen gaan in een vloeiende beweging door naar zijn boxershort en betasten zijn jonge heer. Die ligt, tot dat moment, ademloos en bewegingloos te wachten tot het gevaar geweken is, maar schrikt plots overeind.
Wat dan volgt is een scène uit een spannend boek. X., volledig gevangen in de naalden, kan geen kant op en moet het zich allemaal laten welgevallen. (o. sneu) Dat hij dat ook niet al te erg vindt, verraad de uitdrukking op zijn gezicht terwijl hij het verhaal vertelt. Ik zal verder niet op de details van het moment ingaan, die kun je er zelf wel bij verzinnen. En waarschijnlijk was de werkelijkheid nóg spannender. Ik was vooral benieuwd hoe het verder ging. En of hij nog een herhalingsconsult afsprak…
X. bleek totaal verbouwereerd. Niet dat hij niets gewend was, want dat was allesbehalve het geval. Maar de dame in kwestie was hem iets te voortvarend. Ze belde hem meteen de volgende avond op met woeste uitnodigingen en hete fantasieën. ‘O, wauw’, zeg ik. ‘De droom van iedere man!’. ‘Welnee, zegt X. terwijl hij een sigaret opsteekt. ‘Dáár zit ik niet op te wachten. ‘Ik kijk hem ongelovig aan. ‘Ik voel me net opgejaagd wild. Want ehh…ík ben de jager!!’ (Mannen? Ik zal ze wel nooit begrijpen)
Lekkere ‘foute’ mannen
0
Waarom vallen vrouwen toch op ‘foute’ mannen? (vraagt een brave man zich in mijn aanwezigheid hardop af) Daar moet ik even over nadenken. Even. Niet lang, want mijn herinneringen schieten als vuurpijlen in een donkere nacht naar boven. Mijn hartje gaat er sneller van kloppen. Het antwoord is: de meeste ‘foute’ mannen zijn spannend en lekker… (of spannend lekker)
Meer wetenschappelijk: ‘foute’ mannen zijn excellente flirters. Daarmee tonen ze kracht en zelfvertrouwen en daaruit concluderen wij vrouwen (onbewust?) dat de man goede genen heeft en deze ook wil verspreiden. Tenminste, dat zeggen onderzoekers van de Universiteit in Bristol.
Vrouwen willen dus mannen met goede genen. Dat levert een gezond nageslacht op. Een verlangen dat er van lang geleden nog altijd in zit en er blijkbaar nog niet uitgefilterd is. Want ook al is de tijd van holbewoners en gevaar al lang voorbij, die aantrekkingskracht blijft…
De ultieme man is een trouwe man die onvoorwaardelijk van je houdt, gevoelig is, krachtig, vol met zelfvertrouwen én in het bezit van goede genen.
Maar vrouwen geloven in sprookjes. De ultieme man bestaat niet, maar dat willen ze niet weten. Als zo’n ‘foute’ man ze in de klauwen krijgt, worden ze ineens Oost-Indisch doof, maar vóóral overmoedig. ZIJ zullen die man wel temmen en veranderen in bovenstaand sprookje. Dat wordt janken. En dan nog blijven ze zijn gedrag vergoelijken en verklaren. In plaats van hem een schop onder zijn hol geven en op zoek te gaan naar een echte teddybeer, doen ze hun uiterste best op hem te begrijpen. (terwijl hij dat waarschijnlijk zelf niet eens doet). De ‘ja maars’, zijn niet van de lucht als vrienden héél voorzichtig proberen te informeren of ze niet eens achter hun oren moeten krabben. Als ze uitgejankt zijn luisteren ze al te graag weer naar zijn nieuwe mooie woorden en beloften. Een blik en een stralende glimlach (al dan niet vergezeld door een bos rode rozen) en vooral een stevige goedmaakvrijpartij, zijn genoeg om weer voor onbepaalde tijd weg te smelten.
Zijn al die vrouwen masochistisch ingesteld of zit er meer achter? Zijn ze op zoek naar het evenbeeld van hun vader, (die er waarschijnlijk ook nooit voor ze was) of is er gewoon ook een categorie vrouwen die kickt op ‘foute’, spannende mannen? Vrouwen die behoefte hebben aan echt mannelijke energie omdat door de emancipatie het verschil tussen man en vrouw steeds kleiner wordt? Vrouwen met een verlangen terug in de tijd (zo’n miljoen jaar) waarin een man een vrouw nog aan de haren zijn hol in sleepte? (moet er wel een zacht velletje voor het haardvuur liggen) Hmm, de gedachte alleen al. Oh nee, ik heb een teddybeer…
Nederlandse regelgekte
0In Nederland zijn ze helemaal gek geworden. Als je al niet doodgegooid wordt met nieuws over slurptax en kilometerheffing, word je wel ziek – als rokende automobilist – van de nieuwe anti-rook regels waar we ons het komend jaar aan moeten houden. En het kan nog gekker. Laatst stelde Stivoro (een stichting van overactieve niet-rokers) voor om een rookverbod in de auto in te stellen als er kinderen meerijden.
In de wandelgangen hoorde ik trouwens al fluisteren dat Stivoro binnenkort voorstelt om de kastjes van de kilometerheffing ook uit te rusten met een rook- én kinderstemmetjesmelder. Bij overtreding wordt dan per satelliet een melding doorgegeven aan het hoofdkantoor, waarna die als de sodeju een Stivorist in de buurt alarmeert. Die springt dan op zijn fiets (want anders loopt die rekeningrijdenrekening op het einde van de maand wel heel erg op) om de brute overtreder uit zijn auto te sleuren en tot de orde te roepen.
Ik zie het al helemaal voor me. Piet moet zijn oudste zoon naar het voetbal brengen want zijn vrouw Truus heeft een afspraak bij de kapper. Daarom moet Piet zijn jongste kind van acht maanden ook meenemen, want die kan moeilijk mee onder de droogkap. Truus moet eerder weg dan Piet en dus moet Piet de voetbalkleding van zijn zoon bij elkaar zoeken en ook nog eens alle spullen voor de baby.
De tijd dringt. Net voordat hij de deur uit wil lopen poept de baby zijn hele luier vol en zet het op een krijsen. Piet bedenkt ook ineens dat hij het kind vergeten is een fles te geven. Piet rent vijf minuten later uiteindelijk met een verschoonde baby, zijn zoon in voetbaltenue én een in de magnetron opgewarmde fles de deur uit richting zijn 4×4 V12.
Hij plant zijn jongste in de Maxi Cosy in de riemen op de achterbank en zijn andere zoon er naast. Stopt de fles in de mond van de baby, die onmiddellijk begint te brullen omdat de inhoud nog te warm is. ‘Páháp. We komen te láahaat!’, roept het voetballertje zeurderig. Piet haalt diep adem, rukt de fles uit de handen van de baby en start de auto.
Totaal in de stress grijpt hij in zijn binnenzak naar een sigaret. Vier straten verder springt er ineens een man van een fiets en hoppa voor de auto van Piet. Die trapt als een gek op de rem (gelukkig zaten de kinderen goed vast in de riemen). De motor slaat af. De man van de fiets komt zwaaiend met een bonnenboekje en opgestoken vinger naar het bestuurdersportier gelopen. Piet neemt nog een flinke hijs om bij de komen van de commotie. Voetbalzoontje jammert, de baby begint nog harder te krijsen want honger. Voetballertje realiseert zich dat ze te laat komen en stampt tegen het kilometerkastje met rook- en kinderstemmetjesmelder. Ergens gaat er een alarm af en springen 25, tot aan de tanden bewapende ME’ers in een busje. (Met in hun kielzog cameralui van Hart van Nederland) Piet krijgt een rode waas voor zijn ogen en wordt op slag een BN’er…
Wens jezelf een gelukkig nieuwjaar!
0Zo. Van wie of wat laat jij je geluk het komende jaar afhangen? En wat moet er allemaal eerst in- en op orde zijn om eindelijk die beslissing te nemen? Nee, niet lullen, mij maak je niks wijs. In 2007 is het niet gelukt. En nou hoop je opnieuw dat iets of iemand in 2008 de voorwaarden voor je ultieme verlangen schept. Wanneer word jij nou eindelijk eens wakker?
Ja, maar… Ik hoor het je al zeggen. Niks maar. Er bestaat geen maar. Jíj bent die maar. Lekker gemakkelijk om je te verschuilen achter je vent, je vrouw, je hypotheek, je kinderen, je gemakzucht of je lafheid. Het enige dat je hoeft te doen is je angst in moed omzetten. Simpel. Daar heb je geen jarenlange therapie voor nodig. Het enige dat je ontbreekt is actie.
Geef jezelf maar eens één goede reden waarom je dit jaar je doel niet bereikte. Het is je zeker gewoon niet gegund. Dat is ‘t. Al eens bedacht dat je het vooral jezelf moet gunnen? Nee? Dan blijf jij toch lekker tot je tachtigste zitten wachten! Misschien dat je dan straks op je sterfbed denkt: ‘had ik maar.’ (En als hadden er is, is hebben gedaan, zei mijn oma altijd. En gelijk had ze.)
Er was een tijd dat ik ook zo dacht. Dat ik pisnijdig was, op alles en op iedereen. Mijn leven was kut, ik had geen rooie cent, geen baan, geen huis. Alleen nog maar nijd voor de man die mijn leven had verkloot. Ik weet nog dat ik bij de rechtbank zat en er uit zag om door een ringetje te halen. Opgedoft, perfect opgemaakt, net (van mijn allerlaatste geld) naar de kapper geweest. Zelfs mijn nagels waren gevijld. Ik was zo strijdbaar als een indiaan op oorlogspad. Hij kreeg míj niet klein. Ik zag hem al op zijn knieën zakken en me smeken hem te vergeven. Ik hoorde hem stamelen dat hij nu pas zag hoe fantastisch ik was en dat zijn nieuwe vriendin daar niet bij in de schaduw kon staan. Dat hij stom, stom, stom was geweest.
Maar hij was hard als een spijker en gunde alleen zijn advocaat een blik waardig. Mijn leven was voorbij. En ik werd verteerd door de gedachte dat híj álles had. Een huis, een goede baan, een nieuwe vriendin, geluk. En ik bleef maar zwelgen en wachten. En er gebeurde niks. Totdat iemand me op een goede dag vroeg waarop.
Dus vandaag vraag ik jou: wat wil je nou en waar wacht je op? Moet ik je eerst over je bol aaien, vertellen dat je fantastisch bent? Dat je het kunt? Geloof je echt dat ik (of iemand anders) jouw bodemloze put vol kan storten? No way. Je hebt het komende jaar 365 dagen om dat zelf te doen en te bewijzen dat het anders kan. Wens jezelf een gelukkig nieuwjaar!
Herfstoverpeinzing
0Ik ben het product van mijn verleden.
Van mijn opvoeding bijvoorbeeld. Zo probeer ik al jaren van allerlei door mijn
ouders aangeleerde overtuigingen van me af te schudden. Een paar onschuldige voorbeelden: als je in de winter (of herfst) op blote voeten loopt, krijg je blaasontsteking (in dezelfde lijn als: jas dicht anders word je verkouden. copyright: mijn moeder). Dat (wat?) moet je aan mannen overlaten (copyright mijn vader).
Je kunt je misschien voorstellen dat Ria soms ontzettend druk in gesprek is met …Ria. Wat vind je hier nou zelf van?
Heb je dat zo geleerd of zelf bedacht en bevoeld? Het zijn effectieve gesprekken om te zorgen dat ik mijn lessen leer en niet te veel – in negatieve zin – op mijn ouders te ga lijken. Ik word er wel doodmoe van.
‘Ik wil mezelf zijn, maar ik weet niet hoe’, zei een vriend van me deze week terwijl hij mij hoopvol aankeek. ‘Da’s mooi’, zei ik. Me ondertussen realiserend dat ik mezelf met grote regelmaat verloochen. Omdat het sneu is, te moeilijk, ik bang ben, niet zelf nadenk of gewoon geen zin heb in gedoe.
Wie ben ik…? Een goede vraag verdient een goed antwoord. Ik ben vandaag waarschijnlijk (voor een deel) een ander mens dan gisteren en wie weet wie ik morgen ben. Als er vandaag iets nieuws of bijzonders gebeurt waarbij ik geconfronteerd word met mezelf, kan het goed zijn dat er een onverwacht stukje Ria naar bovenkomt en ik verbaast sta van mezelf. Op die vraag is dus eigenlijk geen vast omlijnd antwoord te geven. Ik ben. Dat is het.
Zo nam ik me jaren geleden ook voor om op te houden met anderen belangrijker te vinden dan mezelf. (‘Ja’ zeggen terwijl je ‘nee’ bedoelt.) Ik doe het minder dan eerst, maar nog steeds te vaak. Daarvoor heb ik het zinnetje: ‘wat wil Ria nou eigenlijk zelf’, uitgevonden. En als ik plotseling door een vraag overvallen word, dan roep ik (als ik helder van geest ben): ‘daar moet ik even over nadenken’.
Gisteren riep ik ineens ‘Nee, daar heb ik geen zin in’, tegen een werkloze vriendin die vroeg of ik zin had om mee te gaan naar een beurs voor baanlozen. Ik zag haar teleurstelling, maar beet mijn tong af om er niet meteen achteraan te zeggen: ‘maar als jij dat graag wilt…’
Op zo’n moment weet ik het ineens.
Jezelf zijn is zeggen wat je vindt of voelt, ongeacht wie er voor je staat. Je niet laten leiden door zijn/haar reactie of tegen
laten houden door jouw gedachten over wat zijn/haar reactie zal zijn. Wat ik denk en voel is goed. Punt.
Er zijn dus momenten dat ik huil als ik moet huilen, lach als ik wil lachen, slaap als ik moe ben en niks óf iets doe omdat ik er zin in heb. Op die andere momenten doe ik een ander gewoon een plezier. Denk ik.
(Kan iemand hier de zon aanzetten? In Nederland is het herfst)
Ik ga op vakantie en neem mee…
0In ieder geval geen tent. Nooit meer. De laatste keer dat ik in Frankrijk van de camping regende hield ik me plechtig voor nooit meer te gaan kamperen. En een vrouw een vrouw, een woord een woord.
Wat was dat afzien zeg. Windkracht –tig en regen van links naar rechts en weer terug. En niet één dag.. Nee, dagen lang. Tussen de buien door kon je net (heel hard) richting wc rennen en met een beetje geluk je rol toiletpapier droog houden. Wat een armoei.
Dat is niet erg als je alleen met je geliefde in een droge tent ligt te cocoonen. Dat is het toppunt van romantiek. Kan het zijn tenminste. Stukken minder is het als je met twee kleine kinderen en een vriendin in een aanbiedingstent van een Duitse Grootgrutter zit die binnen twee dagen op naden én ritsen begint te lekken.
Een miniramp. Dat was het. Het begon al met het inpakken van de auto. Vriendin D. vond dat we zelf moesten koken en kwam aanzetten met haar halve huisraad. Oh. en dit moest ook nog mee, en dit en dat. Alles stond klaar in een hoek van de huiskamer. ‘Heb je een vrachtwagen gehuurd?’, was mijn eerste – retorische vraag aan D. die ook nog met allerlei kekke schoenen kwam aanzetten omdat je maar nooit wist welke charmante Fransman er naast je op de camping zou staan. Je begrijpt dat we uiteindelijk niet verder kwamen dan een paar rubberlaarzen, die niet bepaald libidoverhogend werkte op die paar aanwezige vurige Fransozen.
Enfin, de stapel bagage in de hoek werd steeds groter. Van onthechting was totaal geen sprake. De ochtend van vertrek waren we al een uurtje of wat bezig met stouwen toen D.
tevreden het laatste tasje in de auto propte. ‘Waar is het aanhangwagentje?’, vroeg ik. ‘Of binden we de
kinderen op het bagagerek?’
Uiteindelijk lieten we de dikke truien en regenpakken maar thuis. In het deel van Frankrijk waar wij naar toe gingen scheen de zon toch. Het gaskacheltje (want je wist maar nooit) en nog meer overbodige luxe, belandde terug op zolder. Nog voor Parijs stortte het met bakken uit de hemel.
Om een lang verhaal kort te maken:
D’s tent lekte de eerste nacht al door. Rond vier uur in de ochtend bezorgde ze me een hartverzakking door als een dief in de nacht met al haar natte zooi onze tent binnen te stormen. De slaapcabine bleek wat klein voor twee volwassenen en twee kinderen waardoor die zover uitstond dat hij de buitentent raakte. Later die nacht struikelde ik, op weg naar de auto, in de modderpoel voor de tent over D’s kekke schoentjes. Die was ze in haar haast verloren…
Ik houd van jou!….
1Men neme één pak witte rijst. Dat klinkt als een recept, maar nee, het is een experiment. Pak die rijst maar uit de keukenkast!
Je kookt de rijst. Giet hem af en laat hem afkoelen. Verdeel de rijst over twee schone potten met (luchtdichte) deksel. Op de ene pot plak je een etiket met daarop positieve woorden. Bijvoorbeeld: ‘Dag allermooiste en leukste rijst van de wereld. Je bent geweldig! Ik houd van je. Bedankt!’ Op de andere pot een etiket met: ‘Vieze, vuile, gore, stinkende rijst. Je bent lelijk. Ik haat je!’
Zet de potten naast elkaar op een lichte plaats, maar niet direct in het zonlicht. Spreek de potten iedere dag een paar keer even – apart én met hart en ziel – toe met de tekst van het etiket. Na één tot drie weken zie je een duidelijk verschil tussen beide potten. In de ‘positieve’ pot is de rijst nog wit, in de ‘negatieve’ pot zal hij beschimmeld zijn.
Wat is hier nou de grap van? Frank Bruining en Karel Emck, oprichters van toverrijst.nl lazen ooit over het experiment van Dr. Masuro Emoto. Deze Japanse onderzoeker vroeg zich af of zuiver water een zuiver kristal vormt en vervuild water een minder mooi kristal. In zijn boekje: ‘Water weet het antwoord’, vertelt hij over het vervolg van het onderzoek waarin hij de ingevroren watermonsters blootstelde aan negatieve of positieve woorden, gedachten, emoties en verschillende soorten muziek. Water dat muziek van beroemde componisten te ‘horen’ krijgt, laat prachtige kristallen zien. Bij het ‘beluisteren’ van Heavy Metal muziek breekt de structuur van het waterkristal in stukken.
Ga eens even zitten en realiseer je wat de impact van deze ontdekking is. Voor de aarde bijvoorbeeld. Want water is de bron van al het leven op aarde. Milieuproblemen en watervervuiling zijn een bedreiging voor alle levende wezens. Zeventig procent van onze aarde is bedekt met water. Rijst bestaat ook voor zeventig procent uit water. Net als jij en ik.
En als water andere, lelijke kristallen maakt en rijst beschimmelt als je er tegen scheldt… wat doen negatieve woorden en gedachten dan met ons en met onze aarde?
Niet overtuigd? Ga dan die rijst koken. En als je bang bent dat de rest van de wereld je voor gek verklaart: niemand hoeft te weten dat jij tegen een pot rijst staat te praten! Zet die ene pot voor mijn part een koptelefoon op met Heavy metal en die andere met Bach. En stel nou dat het klopt wat ik schrijf. Beloof je jezelf, mij en je partner, kinderen, vrienden, familie en de rest van de wereld dan om voortaan op je woorden (en grapjes) te passen?

































