Historie
De vloek van San Bartolomé
0In een afgelegen dorp op Gran Canaria stierven decennialang tientallen kinderen aan een plotse hartstilstand. Pas nu ontrafelden cardiologen het mysterie van San Bartolomé de Tirajana. De zeldzame aandoening blijkt erfelijk: de oorzaak is een defect gen.
Kleine witbepleisterde huisjes, een kerkje met een plaza ervoor waar de ouderen hun dagen slijten: San Bartolomé de Tirajana is een typisch Spaans dorpje. Tot de gemeente behoren populaire badplaatsen aan de zuidkust van Gran Canaria, het op twee na grootste van de Canarische Eilanden, maar de dorpskern ligt ver weg van de toeristendrukte, hoog en geïsoleerd in de bergen.
Niets doet vermoeden dat de inwoners van San Bartolomé een tragische geschiedenis met zich meedragen. Decennialang overleden hier schijnbaar kerngezonde kinderen en jongeren totaal onverwachts aan een plotselinge hartstilstand. Meestal gebeurde dat tijdens sport of spel. Het bergdorp leek gegijzeld door een mysterieuze ziekte die een jong hart van het ene op het andere moment abrupt kon stilleggen.
Lees het hele artikel hier: standaard.be
Santa Lucía de Tirajana
0We nemen je mee terug in de tijd, naar 1483. De oorspronkelijke bewoners van Gran Canaria verdedigen al jarenlang hun eiland, Gran Canaria.
Wat zij overigens niet zo noemen… De ‘lage’ gedeeltes van Gran Canaria zijn al in handen van de Spanjaarden, en Gáldar, één van de laatste stevige bolwerken tegen de Spanjaarden is ook in handen van de veroveraars gevallen. De enige plek waar nog gevochten wordt is een rots, ‘het fort van Ansite’.

Op deze grote rots, vlakbij het huidige Santa Lucía, wonen de Aborigenes in uitgehakte grotwoningen, begraven ze hun doden in speciale grotten en bewaken ze hun voedsel in zogenaamde graanschuren. Alle vertrekken zijn verbonden, en door de rots heen is ooit een tunnel gehakt. Dit stevige fort is niet makkelijk te veroveren. Maar jarenlang ten strijde trekken heeft de rotsbewoners flink uitgeput en de voedselvoorraden zijn ook al tijden op. Voor de Spanjaarden is deze vestiging het laatste loodje voordat ze Gran Canaria officieel veroverd kunnen verklaren.
Daarbij komt, dat de troepen net ververst en versterkt zijn, met verse manschappen uit La Gomera en uit het vasteland. Bentejuí, de gevechtsleider op de rots, komt oorspronkelijk uit Gáldar. Maar al in 1482 vertrok hij samen met de prinses Guayarmina Semidán (uit Gáldar) naar deze rots om vanuit hier het verzet tegen de veroveraars te leiden. Hij is net dertig geworden.
Tenesor Semidán, een inmiddels in Spanje gedoopte Canarische leider die probeerde te onderhandelen namens de veroveraars, en broer van de op Ansite vechtende prinses, komt op 29 april 1483 naar de rots om Bentejuí en prinses Semidán ervan te overtuigen dat doorgaan met het verzet geen zin meer heeft en dat er alleen maar meer bloed zal vloeien. Het lukt hem ze te overtuigen. De prinses daalt met haar broer af van de rots en geeft zichzelf en de nog resterende bevolking over aan de veroveraars en het Christendom.
Bentejuí, en de ‘Faycán de Telde’ (Canarische ‘priester’ uit Telde, die diens koning bijstond en adviseerde) besluiten dat ze hun leven willen eindigen zoals ze het zijn begonnen: in vrijheid. Al schreeuwende “Atis Tirma” springen ze van de hoge rots af hun niet-lang-op-zich-laten-wachtende einde tegemoet in de barranco (stijle kloof) “Atis Tirma”. De kloof is genoemd naar deze laatste woorden, schijnbaar is het tijdens deze onrustige tijden een komen en gaan van springers op deze plek. “Atis Tirma” betekent trouwens “Lang leve de heilige berg” in de taal van de oorspronkelijke bewoners.
Terug naar 2008
Tot zo’n vijf jaar geleden werd deze gebeurtenis jaarlijk op 29 april ‘gevierd’, met een mis in de religieuze bijeenkomstengrot van de rots zelf. Bij het stenen altaar werd een mis opgedragen aan hen die vielen tijdens de gevechten rond de rots, aan alle gevallenen tijdens de veroveringen van Gran Canaria en de Canarische eilanden en in het bijzonder aan de Faycán de Telde en Bentejuí. Dat is niet meer zo, maar als je op 29 april de plek bezoekt, zul je vast niet de enige zijn.
Het fort van Ansite “La Fortaleza de Ansite” bestaat nog en is nog te bezoeken en is dat zeker ook waard. Inmiddels is het bergspringen minder populair, niet zo geheel onlogisch want het is natuurlijk nooit een sport ‘met toekomst’ geweest, maar ook de natuur hier is prachtig.
Maar mooie natuur vult de maag niet, en het nabijgelegen Santa Lucía de Tirajana is een aanrader. Niet dat hier nou heel veel te doen is, maar het prachtige langgerekte witte bergdorpje met zijn kerkje dat uit de verte vanwege zijn koepel aan een moskee doet denken is een mooie stopplaats voor tochten door de bergen.
En dan hebben we nog het archeologisch museum “La Fortaleza”. Dit bijzondere gebouw (kasteel in wording) stelt een indrukwekkende privéverzameling tentoon. De collectie heeft vele voorwerpen uit de Canarische geschiedenis, van Romeinse kruiken tot mummies, stenen afgodsbeelden die het Museo Canario maar dolgraag in hun collectie zou hebben, tot schilderijen en (nep)wapens, gemaakt van blikjes. Ook vind je er, vlakbij de ingang, een typisch Canarische slaapkamer uit de 17e eeuw.
Entree is maar 2 euro, dus daar hoef je het niet voor te laten. En heel praktisch: aan de achterkant van het museum zit een leuk, rustiek restaurant ‘Hao’. De prijzen zijn vrij laag en hier kun je echt typisch Canarisch eten. Ook kun je hier de plaatselijke likeur ‘mejunje’ proberen, een mix van honing, rum en citroen. (Ook best te drinken zonder de griep te hebben.) Drink niet teveel, je moet nog terug over de bergweggetjes.

Je komt in Santa Lucía via Vecindario, Fataga of eventueel via Mogán. En een bezoekje past goed in een ‘rondje binnenlanden’. Het is veruit het aangenaamst om zelf met een huurautootje op pad te gaan want met de bus ben je nogal eens lang bezig en word je misschien meer heen en weer geslingerd dan je lief is.
Meer foto’s op onze fotogalerij van het museum.
Lolita en Herman (en andere beesten)
0Direct nabij de Haven van Puerto de La Luz in Las Palmas, ligt het Parque Santa Catalina (het Sint Catharinapark). Dit grote park is omgeven door het VVV-kantoor, een speeltuintje voor kinderen en de twee Elder-gebouwen – de voormalige kolenopslagplaatsen van de Elder-Dempster Company – tegenwoordig zijn hier het Museo de Ciencia (Wetenschaps-museum) en het multifunctionele Elder-centrum in gevestigd. Niet alleen speelt zich hier, vooral ’s avonds, de dagelijkse pantoffelparade af van en voor de Canarios, maar ook de grote evenementen zoals het Carnaval, concerten en andere culturele festijnen. Op de banken en de tafeltjes speelt de lokale bevolking domino, terwijl bezoekers genieten van de terrassen en de nabijgelegen winkels.
In een van de hoeken staat het beeld van ‘Lolita Pluma’, misschien wel de meest populaire figuur in de stad, een excentrieke, beminnelijke, oudere vrouw. Ze was ongetwijfeld de “Muze van de wijk”, die elke dag gezien kon worden in het park. Ook veel Nederlandse toeristen, die tot eind jaren 80 van de vorige eeuw Las Palmas bezocht hebben, kunnen zich Lolita Pluma, ofwel Gilda, nog wel herinneren. Lolita was en is voor altijd een begrip. Lolita droeg te veel make-up, haar lippen zwaar gestift en wenkbrauwen veel te zwaar aangezet. Ze wisselde haar verrassend uitbundig, felgekleurde outfit meerdere keren per dag, haar kleding en haardracht was voorzien van bonte strikken en ze werd altijd vergezeld door haar katten. Zij kocht openlijk pakjes sigaretten bij de kiosk in het park en verkocht deze per stuk aan de terrasbezoekers. Zij gedroeg zich uiterst excentriek en kreeg van een auteur de eretitel “de eerste échte hippie van het eiland“. Lolita had haar eigen exemplarische manier van leven en was met niemand te vergelijken. Ze verwende de dieren en Lolita liet de mensen zien hoe je ook anders kon leven, iets wat iedereen wist te waarderen.
Herman, van ‘de Schakel’ en tevens een bekend/berucht figuur op de markt van San Fernando (woensdag en zaterdag) kwam ooit, héél lang geleden naar Gran Canaria. Hij was zo’n 27 en genoot van een welverdiende vakantie in Las Palmas alvorens hij enkele maanden later de eerste Nederlandse bar op Gran Canaria zou openen; “Las Rosas” in Las Palmas. Hij ging graag met vrouwelijk schoon op de (toen nog zwart-wit – ja zó lang geleden) foto en stuurde de foto’s triomfantelijk op naar zijn moeder. Uit twee, hem aanbiddende Françaises kon hij niet kiezen, schreef hij zijn moeder, en de keer erop stuurde hij de hier afgebeelde foto van hem en Lolita Pluma, met op de achterkant: “En deze schoonheid (van 62 jaar) is het uiteindelijk geworden moeder!”
Resten suikermolen uit 15e eeuw gevonden
1
Gran Canaria laat zich regelmatig verrassen door uitzonderlijke archeologische vondsten. Bij de werkzaamheden ter verbreding van de noordelijke snelweg en dus ook de hoogste brug van Spanje, en bijvoorbeeld ook het nieuwe winkelcentrum bij Telde, stuitte men op interessante resten uit vergane tijden. Afgelopen maand stonden archeologen wel heel verbaasd te kijken toen resten van een eeuwenoude suikermolen het licht zagen.
Verborgen onder een aantal ton zand kwam (waarschijnlijk) één van de oudste suikerinstallaties ter wereld te voorschijn. Volgens de archeologen betreft het hier één van de eerste suikermolens die door veroveraar Alonso Fernández de Lugo al in de 15e eeuw op de Canarische eilanden in werking werd gesteld en één van de laatste was die in de 17e eeuw werd stilgelegd. De vondst werd gedaan in Agaete in het noordwesten van Gran Canaria waar de makelaardij Betancor plannen heeft ter uitbreiding van een nieuwbouwwijk. Waar gegraven wordt is altijd een archeoloog aanwezig en eerder werden er in dit gebied ook al pré-spaanse resten gevonden.
De makelaardij Betancor heeft besloten, ondanks de enorme onkosten en reeds eerder gewijzigde plannen, tot het aflassen van de bouw van ongeveer 20 woningen, van de 290 die gepland stonden bij de nieuwbouw wijk Las Candelarias bij Agaete. Hiermee zullen zij het gebied van ongeveer 8800 vierkante meter, waar de suikermolen en talrijke andere materialen werden gevonden, respecteren.
Er zijn duizenden stukken gevonden die blijken te stammen uit de 15e eeuw, onderdelen van de suikerinstallatie zelf maar ook aardewerk met stempels van fabrieken uit Portugal en Spanje, en munten met afbeeldingen van het koningshuis. Men heeft het aquaduct en de watermolen die gebruikt werden voor de productie van de suiker van zand weten te ontdoen.
De Eilandregering heeft al aangegeven interesse te hebben in de suikerinstallatie als een toekomstige, aantrekkelijke culturele en toeristische trekpleister voor Agaete. Na het afbreken van de vinger van god in de tropische storm Delta kan dat natuurlijk geen kwaad…

