Restaurant
Nieuw Indonesisch restaurant in Las Palmas
7In Las Palmas kun je sinds een week athentiek Indisch eten. Restaurante Batavia opende haar deuren voor het publiek. Je vindt ze op C./ 29 de Abril, 43 – 45 op de hoek met Nicolás Estévanez.
Het restaurant is elke dag open van 13:00 tot 17:00 en van 18:00 tot 0:00.
Mensen die liever geen dode dieren eten kunnen hier hun hart ophalen; meer dan de helft van de gerechten schijnt vegetarisch te zijn. Voor ieder wat wils dus.
Ik ben er zelf nog niet geweest, dus kan ik nog niets schrijven over hoe het eten en de sfeer is. Van horen zeggen is het een klein gezellig restaurantje. Mocht jij wel geweest zijn al, laat dan hieronder een berichtje achter met je bevindingen. Bedankt!
Gambas ‘on the Rocks’
0
Je wilt natuur, cultuur en de Canarische keuken proeven. Maar lang autorijden of bus zitten liever niet. Dan hebben wij het ideale recept. Je hebt er wel een huurauto voor nodig maar de rest is makkelijk en zeer de moeite waard.
Zo ongeveer ter hoogte van het vliegveld liggen de gemeentes Aguïmes en Ingenio. Deze twee gemeentes worden gesplitst door een prachtige groene vallei, el Barranco de (de kloof van) Guayadeque. Vanuit Playa del Inglés ben je er in een dik half uur à drie kwartier en je waant je in een compleet andere wereld. De vallei is sprookjesachtig mooi met haar steile rotswanden en het groen, want hier stroomt water. In de maand februari staan bovendien de amandelbomen in bloei. Uit het kleine mini-beekje kun je drinken, welliswaar ijskoud bronwater. Een relaxte mooie excursie naar dit gedeelte van het eiland doe je als volgt:
Vanuit het Zuiden rijd je richting Las Palmas over de snelweg, en neemt afslag 26 (Vecindario). Vandaaruit naar Cruz de Arinaga waar je linksaf slaat richting Aguïmes. Je volgt de hoofdweg door Aguïmes en vlak voordat je het stadje uitrijdt staat linksaf het weggetje naar ‘Guayadeque’ aangegeven. Dat kleine weggetje volg je en dan rij je de vallei van Guayadeque in. Stop bij het museum, Museo de Guayadeque (in het begin van de vallei aan je linkerkant) als je van alles wilt weten over archeologische vondsten, de endemische flora en fauna en de geschiedenis en ‘architectuur’ van de vallei. Het museum is open van dinsdag tot en met zaterdag van 9.00 tot 17.00 en op zondag van 10.00 tot 18.00. Entree voor niet residenten is 2.50, voor residenten 2.00 en kinderen mogen voor 1 euro naar binnen. Je wordt door middel van informatiepanelen gemakkelijk door het museum geleid. De informatie is in het spaans, duits en het engels, dus daar weet iedereen wel een draai aan te geven. Kinderen zullen zich niet vervelen want het gaat hier niet alleen om saaie vitrines met oeroude stukjes aardewerk, er zijn ook leuke maquettes van hoe de guanches in hun grotten woonden. En alles is opgekleurd met mooi beeldmateriaal.
Nadat je je goed hebt verdiept in de achtergronden rijd je verder de vallei in. In de wanden zie je vele grotten en de paar woningen die je tegenkomt zitten ook meerendeels verstopt in de berg. Je kunt gerust ergens langs de weg parkeren om de benen te strekken of om te picknicken. Houd er wel rekening mee dat het hier fris kan zijn want er zit een stijging in de vallei die gaat tot 1000 meter. Daarbij komt nog eens dat de hoge rotswanden vrij snel in de middag de zon wegnemen. Toch heeft die frisse berglucht ook wel iets. Vooral in de ‘winter’ zorgen het gesteente en de endemische planten, zoals het Canarische lavendel voor die speciale Canarische eilanden-geur.
Als je niet je eigen broodjes hebt meegenomen is het een echte aanrader om in één van de grotrestaurants te gaan eten. Over het algemeen serveren ze typische Canarische gerechten zoals papas arugadas (zoute aardappeltjes in de schil, met mojo saus) pepertjes (pimientos de padrón) salades, inktvisringen en garnaaltjes in knoflookolie tot een gegrilde biefstuk. Wij kozen voor het restaurant Tagoror, helemaal boven aan de top. Het eten is er erg goed en het lijkt wel een labyrint van grotten en gangen waar je je kunt laten verrassen door de hoeveelheid ‘kamers’. Binnen is het knus en krijg je dat grotbewoner-gevoel maar je kunt natuurlijk ook buiten op het terras gaan zitten en genieten van het uitzicht. Je zou voordat je gaat lunchen nog een stukje kunnen lopen. Er gaat een klein rondwandelingetje om het restaurant heen en er is een langere wandeling de barranco uit naar omhoog. Daar bevindt zich een krater. Maar zo gezegd; deze excursie houden wij het relaxed.
In dit restaurant is ook een klein souvenierwinkeltje met aardewerk en de beroemde Canarische mojo in verschillende kleuren en smaken. Je kunt er nu voor kiezen een toetje te nemen in het restaurant of jezelf te trakteren op een bezoekje aan Aguïmes, en daar bij het dorpsplein een kopje koffie te nemen. Dat maakt dat het uitje wel heel erg ‘af’. Aguïmes is een mooi dorp waar je lekker doorheen kunt slenteren en hier en daar een origineel beeld tegenkomt. De huizen en straten zijn goed onderhouden, de Canarische stijl is in ere gehouden en er hangt een rustig sfeertje. Je zult zien dat je aan het eind van de dag voldaan weer in je auto stapt en afhankelijk van je verdere wensen en tempo ben je binnen een dik half uur weer terug in Playa del Inglés.
Geflambeerde biefstuk Stroganoff
4
Toro Negro is een erg geliefd Spaans restaurant bij Belgen en Nederlanders. Waarom? Omdat ze lekker eten maken, niet moeilijk doen over de prijs en het er ook nog erg gezellig is. Ik ga dan ook weer langs bij mijn koks van het restaurant in het winkelcentrum Tropical in Playa del Inglés. Ooit beschreven we al hun Geflambeerde biefstuk met pepersaus, dit keer doen we een neefje ervan:
Geflambeerde biefstuk Stroganoff. Gewoon een ander sausje en klaar is Kees? Mis. Maar heel moeilijk is het ook niet:
Doe de boter in de pan op een niet al te hoog vuur. Voeg er in stukjes gesneden augurken bij, uitjes en champignonschijfjes.
Als het prutje gefruit is doe je er de in reepjes gesneden biefstuk bij, met flink wat paprikapoeder en oregano. Zet het vuur nou hoog en blijf goed roeren. Uiteraard moet er nog zout en peper bij. Als de boel goed gebakken is, is het tijd voor het flamberen:
Een flinke scheut wodka in de pan doen en deze een beetje scheef houden, zodat de vlammen van het fornuis kunnen overslaan op de wodka. (Doe dit trouwens niet vlak onder een werkende afzuigkap met stoffen filter.)
Als de vlammen weg zijn, voeg je (kook)slagroom toe, ‘Salsa Española’ (Spaanse saus) of ‘Salsa Rabo de Buey’ (Ossestaartsaus) toe, peper en tabasco en dan is je biefstuk
stroganoff klaar.
In Toro Negro krijg je bij vleesschotels met saus altijd groente en naar keuze rijst, een gepofte aardappel, gekookte Canarische aardappeltjes, of patat. Bij vleesschotels van de gril, dus zonder saus krijg je in plaats van de groente een salade. Wellicht een tip om het zo thuis ook eens te doen.
Contactgegevens:
Toro Negro
C.C. Kasbah, 7 (beneden)
Playa del Inglés
tel. +34 928 769069
Toro Negro II
C.C. Tropical, 14 · 1e verdieping
Playa del Inglés
tel. +34 928 766740
Op de kaart:
toro_negro.kml
Restaurant Pinocchio
0
Op 15 september bestaat Restaurant Pinocchio 12 jaar in de CITA in Playa del Inglés. Het restaurant waar Claudia en Antonio elke dag samen weer hun gasten ontvangen. Antonio bakt de pizza’s en staat in de keuken, Claudia bekommert zich om hun gasten. Dertig jaar geleden werden ze verliefd, en sinds die tijd hebben ze elke dag samengewerkt. En nóg zijn ze niet uitgekeken op elkaar, het kan dus echt. En werken kunnen ze ook, als ze niet met vakantie zijn, dan zijn ze aan het werk. Zeven dagen per week, allebei.
Antonio leerde de kunst van de echt lekker pizza’s bakken in Italië, en sinds die tijd (héél lang geleden) heeft het echtpaar altijd restaurants gehad, Italiaanse restaurants. In het centro comercial ‘La Sandia’ hadden ze lang geleden Pizzeria Palermo. Toen in El Goro een grote eetzaal, met dans, live orkest, artiesten en wel 1000 zitplaatsen. Van daaruit gingen ze met heel hun hebben en houwen naar Duitsland, maar zelfs Claudia, een Duitse, trok het daar niet meer en na een half jaar kwamen ze terug en openden ze restaurant Pinocchio in de cITA, waar je ze nu nog vindt.
Ze zijn er flexibel: “Op de kaart staan voorbeelden van pizza’s” zegt Claudia, “maar de klant bepaalt helemaal zelf wat ie wil. Laatst hadden we Engelsen die wilden een pizza met spaghetti bolognese er bovenop. Kan allemaal…” Je kunt ook bij Pinocchio terecht als je eten wil hebben voor trouwerijen of verjaardagen, jij vraagt, zij draaien. Maakt niet uit wat.
“Vroeger kwamen de ouders hier eten, nu hun kinderen met hun kinderen. Hier komen inmiddels al heel wat generaties” zegt Claudia en ze veegt wat zweet van haar voorhoofd. De houtoven, trouwens de eerste houtoven van heel Playa del Inglés, brandt midden in de zaak, en om dat te compenseren zoemt de airconditioning zachtjes.
Alles komt uit eigen keuken, toetjes inclusief. Het is geen groot, maar wel een erg knus restaurant.
Wat betekent Twaalf jaar Pinocchio voor hen? “Twaalf jaar hard werken” grapt Antonio. Maar snel vullen ze aan: “Twaalf gelukkige jaren in de CITA met geweldige klanten, dat moeten we echt eerlijk toegeven. Het had heel anders kunnen lopen. Klanten met allerlei nationaliteiten. En heel wat meer rimpels ook, in die twaalf jaar…” zucht Claudia.






Renzo (34) en Tim (32) werkten al jaren samen in bekende Rotterdamse clubs zoals Baja Beach Club en de Après Skihut. Het was een geweldige tijd, maar de vervulling van hun dromen was het niet. Dat was een eigen stek, liefst ergens in het buitenland.



