De vereniging van loceros (pottenbakkers), verlangt ombouw van het eco-museum.
![]() |
Francisco Rodríguez, bekend onder de populaire naam Panchito, was een van de alfareros (pottenbakkers) van La Atalaya in Santa Brígida die zich het meest bezorgd maakte om de verbreiding van deze kunstvorm. Maar de Gemeente heeft deze culturele erfenis in de vergetelheid doen raken.’
![]() |
Tenminste, dat vinden de pottenbakkers Mercedes Cuenca en Gustavo Rivero, van de Asociación de Profesionales de la Loza de La Atalaya (ALUD), die zich, na een overeenkomst met de Gemeenteraad, bezig houdt met het beheer en onderhoud van het Centro Locero (Pottenbakkerscentrum), dat gevestigd is in deze wijk, in de grotwoning waar de pottenbakker woonde. Men heeft hier een eco-museum van gemaakt en houdt het in ere als een symbool voor de opleving van de oude ambachtelijke tradities.
Panchito overleed in 1986 in de leeftijd van 79 jaar. ‘Zijn zorg was niet om te sterven, maar wel, om de keramiek achter te laten,’ bevestigde Rivero. Die hier aan toe voegt, dat toen Panchito stierf, deze zei, ‘dat hij hoopte, dat zijn huis als museum dienst zou doen.’
Maar volgens de mening van Rivero, heeft de Gemeente Santa Brígida de afgelopen vier jaar ‘helemaal niets gedaan,’ om het erfgoed te conserveren.
Het is, dat, na het verscheiden van Panchito, zijn leerlingen zich tot doel gesteld hebben om zijn woning te restaureren en er een eco-museum van te maken in de vorm van een sociaal- economische samenhang waarin de pottenbakkers en pottenbaksters, zoals Antonia Ramos, leefden. En die door iedereen liefdevol Antonita genoemd wordt. Zij is de blonde vrouw die niet alleen knap is, maar die ook in staat is om nuttige gebruiksvoorwerpen uit klei te vervaardigen.
![]() |
Noodzakelijke verbouwing
Maar het huis van Panchito heeft een ‘ingrijpende verbouwing’ nodig, volgens Cuenca. Als bewijs daarvoor zijn er de vochtige muren in de kamers, vooral die in de slaapkamer van de artiest zijn erg vochtig. De pottenbakster benadrukt, dat de Gemeente, die de eigenaar is van het pottenbakkerscentrum en eco-museum, ‘geen enkele euro heeft geïnvesteerd’ in het onderhoud ervan.
Nu het mandaat eindigt beschuldigt ze de Gemeenteraad ervan, ‘geen vinger te hebben uitgestoken naar dit erfgoed en, dat zij hun taken slecht vervuld hebben.’ Cuenca voelt zich er niet lekker bij. Tegelijkertijd eist ze, dat de Gemeenteraad over gaat tot het repareren van de omheining van het pottenbakkerscentrum, net zoals het uitvoeren van schilderwerkzaamheden en het herstel van het houtwerk van het pand, dat allemaal ‘in zeer vervallen staat verkeren.’
![]() |
Ze haast zich echter erbij te zeggen, dat de Fundación para la Etnografía y el Desarrollo de la Artesanía Canaria (Fedac), een instelling van de Eilandregering van Gran Canaria, binnen het kader van zijn mogelijkheden, medewerking heeft verleend. Zij deden dit bij het maken van informatiefolders, plastic tasjes met het logo van het pottenbakkerscentrum en het in orde maken van een video-zaal plus het projectiesysteem. Als zodanig is zij Cristina Reyes dankbaar.
Cristina Reyes is de consejera de Comercio y Artesanía del Cabildo (minister voor Handel en Kunstnijverheid van de Eilandregering).













