De poging van een groep van 38 Sub-Saharanen, die op zaterdag 31 augustus 2007 is gered door de Marokkaanse Marine, is uitgelopen op een tragedie, waarbij 48 mensen door verdrinking het leven verloren. Een Franse journalist heeft op maandag 3 september 2007 hun frustratie beschreven.
Archieffoto.
“De 38 overlevenden zijn er kapot van en voor hen zit er niets anders op, dan opnieuw te beginnen op het punt vanwaar ze zijn vertrokken,” vertelt Dominique Mollard.
Mollard, die met de Sub-Saharanen meereisde, is correspondent in Rabat voor het tweede kanaal van de Duitse televisie.
De 38 Sub-saharaanse immigranten – de meesten van hen zijn afkomstig uit Ghana, Kongo en Mali – bevinden zich momenteel in Dajla in de Westelijke Sahara. Daar zijn ze naar toe gebracht door de Marokkaanse Marine. Dit, nadat Mollard er in slaagde om via zijn satelliettelefoon hulp te krijgen.
De Franse journalist vertelt aan de pers, dat hij de Sub-Saharanen vergezelde, om een reportage te maken over de pogingen, om vanuit Mauritanië in een kajak de Canarische Eilanden te bereiken. De eerste afvaart begon op woensdag 29 augustus 2007.
“We gingen op zoek naar ‘de kajak in nood’, maar het was te moeilijk, om vanaf de Mauritaanse kust te vertrekken.” Dit is de normale procedure die de Mauritaanse gendarmerie hanteert, verteld Mollard, die bevestigt, dat alle opvarenden, op twee vrouwen en een baby na, allen volwassen mannen waren.
We moesten terugkeren naar Nuadibou - in het Noorden van Mauritanië - en de tweede poging werd op donderdag 30 augustus 2007 ondernomen, zo laat de journalist weten.
“De tweede keer was de kajak zinkende toen we op ongeveer 200 kilometer van de Marokkaanse kust verwijderd waren. Met golven van 4 meter hoog en een windkracht 5 tot 6, vond de eerste motorpech plaats.” De journalist vertelt, dat de boot vol water begon te lopen en door de toestand van de zee was het onmogelijk om de controle over de kajak te krijgen, waardoor men om hulp begon te vragen via zijn telefoon.
De noodkreet werd opgevangen door een Russische olietanker, die hen redde en - zo vertelt Mollard verder – men dacht, dat deze hen naar de Canarische Eilanden zou brengen.
“Maar ze behandelden ons als honden,” zo herinnert de journalist zich het gedrag van de bemanning van de olietanker, die hen uiteindelijk overdroeg aan een patrouille van de Marokkaanse Marine.
Bronnen in Dajla, die door de pers zijn geconsulteerd, laten weten, dat de Marokkaanse gendarmerie de schipbreukelingen voor identificatie heeft overgebracht naar een kantoor van de overheid. Mollard geeft aan, niet te weten wat er met de Sub-Saharanen gebeurt.
De journalist maakte een reportage over de illegale immigratie, “daarom,heb ik ruim een jaar geprobeerd aan boord van een kajak te komen, maar die worden allemaal beheerd door maffiosi die gemiddeld € 500,= vragen om deze mensen naar de Canarische Eilanden te brengen.”
“Dit bedrag komt voor deze mensen neer op ongeveer het salaris van drie tot vier jaar.” Zo zegt Mollard, die erop vertrouwt, zijn reisgenoten van deze gefrustreerde reis nog een keer te kunnen ontmoeten, voordat hij terugkeert naar Rabat.











Een gebed zonder einde.
Ik wil graag in contact komen met Dominique Mollard, heeft u voor mij een e-mailadres?