De wethouder voor Strandzaken is van mening, dat men een andere plaats moet zoeken voor het organiseren van het gemeentelijke Sint Jansvuur.
![]() |
|
“…maar laat niet als dank voor het aangenaam verpozen, aan de beheerder van het strand, het houtskool, de schillen en de dozen…”
|
José Rodríguez Artiles, wethouder voor Strandzaken van de Gemeente San Bartolomé de Tirajana heeft op maandag 25 juni 2007 geklaagd over de kampvuren en de barbecues ter ere van de Sint-Jansnacht. Ze waren een ‘puinhoop’. Want de inwoners zijn niet naar het vuur gekomen dat de Gemeente georganiseerd heeft, maar men heeft zich toegelegd op het aanleggen van kampvuren en barbecues op de zandstranden en, ‘men heeft al zijn troep achtergelaten.’
De stadsreinigingsdienst heeft ongeveer 10.000 kilo afval van deze stranden moeten verwijderen. En ondanks, dat de schoonmaakwerkzaamheden om vier uur in de ochtend van 24 juni zijn begonnen, was het strand pas op zondagmiddag aanvaardbaar schoon voor de strandgangers.
Hoewel men het goed gevonden heeft, dat het Sint-Janspubliek over de strandligstoelen kon beschikken, hebben vier medewerkers, na afloop van het ‘feest’, de stoelen weer op moeten stapelen.
De socialistische wethouder liet op maandag 25 juni 2007 weten, dat de Gemeente zich ervoor moet inzetten, om een andere plaats te zoeken voor het Sint-Janvuur wat men traditioneel aanlegt tegenover het winkelcentrum Anexo II.
De wethouder laat weten, dat men pallets verbrand heeft op de stranden en, hoewel de gemeentereinigingsdienst de resten van deze grillpartijen heeft verwijderd, er altijd nog stukken hout onder het zand verborgen kunnen liggen.
Ook merkte de wethouder op, dat men de houtskool van de grillpartijen en de Sint-Jansvuren in eerste instantie opslaat achter de gemeentelijke markthal, zodat deze kunnen uitdoven en afkoelen, voordat deze op de vuilnisbelt brand zouden kunnen veroorzaken.
José Rodríguez legt uit, dat er geen incidenten zijn voorgevallen bij de mensen die barbecuepartijen hebben gehouden. Maar hij betreurde het wel, ‘dat de mensen geen geweten hebben, ze verbranden van alles, maar ze maken zich niet druk, om de zaak op te ruimen; ze laten al hun rommel gewoon achter.’










