Een baby van vier dagen uit Den Haag heeft het eerste burgerservicenummer gekregen.
Staatssecretaris Bijleveld van Binnenlandse Zaken en burgemeester Deetman overhandigden de jonge Hagenaar de cijfercombinatie.
Het burgerservicenummer vervangt met ingang van deze week het sofinummer. De cijfercombinatie blijft hetzelfde, maar het burgerservicenummer wordt voor meer diensten gebruikt.
Minder willen regelen, betere diensten leveren, slagvaardiger werken en vaker optrekken met maatschappelijke organisaties. Dát is wat men als burger verlangt van je overheid. Er is genoeg over gesproken, nu komt het aan op daden. Een van die daden is het doelmatig kunnen uitwisselen van persoonsgebonden gegevens. Daar zorgt het burgerservicenummer voor.
Het burgerservicenummer (BSN) is er
Het BSN is een uniek nummer, dat gelijk is aan het sofi-nummer. Het speelt binnen de gegevenshuishouding van de overheid een spilfunctie: persoonsgebonden gegevens kunnen doelmatig en – mits wettelijk toegestaan – betrouwbaar worden uitgewisseld tussen overheid en burger en tussen (semi-) overheidsorganisaties onderling.
Iedereen die een relatie met de overheid heeft, goed te identificeren is en is opgenomen in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) of in de (nog te realiseren) Registratie Niet Ingezetenen (RNI) krijgt een BSN.
Het BSN is een onmisbare bouwsteen om de kwaliteit van de (elektronische) dienstverlening van de overheid te verbeteren. Het draagt bij aan de bestrijding van identiteitsfraude. Het versterkt het principe van eenmalige gegevensverstrekking. Het helpt de administratieve lasten voor burgers terug te dringen.










