Het Spaanse Ministerie van Cultuur heeft op woensdag 28 november 2007 voor €30.757.= ($45.379) het enige handschrift gekocht van het gedicht ‘Crucifixión’, uit het beroemde werk van Federico García Lorca: ‘Poeta en Nueva York’, dat in Londen te koop werd aangeboden op een veiling van het huis Sotheby’s.
Het enige handschrift van het gedicht “Crucifixión” (Kruisiging), uit het werk ‘Poeta en Nueva York´ (’Dichter in New York’) van Federico Garcia Lorca.
“Het bod is gedaan door het ministerie van Cultuur”, zo bevestigt de voorzitter van de Fundación García Lorca, Laura García-Lorca de los Ríos, een nicht van de dichter, als ze laat weten, dat het bod tot stand gekomen als “gezamenlijk akkoord” met dit instituut.
De uiteindelijke bestemming van het document, dat een bepaalde legendarische uitstraling had omdat het jarenlang op een onbekende verblijfplaats was, moet nog worden vastgesteld, zo gaf de voorzitter aan.
“Het is het Ministerie van Cultuur geweest”, zo legt García-Lorca uit, “die het wist te verkrijgen en nu gaan we kijken of men besluit , dat het naar de Biblioteca Nacional gaat, of, dat het de middelen van de Fundación zal completeren. In elk geval is het belangrijkste, dat het hersteld wordt.”
Volgens de nicht van de dichter, completeert ‘Crucifixión’ het volume van originele handschriften van ‘Poeta en Nueva York’, dat al door deze stichting verkregen was voor €230.000,= ($339.372) tijdens een veiling die in 2003 plaatsvond bij veilinghuis Christie’s in Londen.
Het handschrift, een van de meest waardevolle stukken uit de nalatenschap van de dichter uit de ‘Generación del 27’, maakte deel uit van een lot, waarin ook twee getypte brieven van Lorca werden aangeboden en waarvan de prijs, volgens schatting van de veilingmeesters, varieerde tussen de €20.000,= ($41315) en €42.000,= ($61.976).
Gedateerd: ‘New York 18 oktober 1929’, laat het manuscript van 42 regels - die zijn voorzien van doorhalingen en correcties- en met door de tijd aangevreten hoeken, een fragiel uiterlijk zien, dat bijna uiteenvalt.
“Het moet gerestaureerd worden, want het handschrift verkeert in een zeer slechte toestand,” erkent de voorzitter die opmerkt, “dat dit, ondanks het verval, een belangrijk document is.”
Met de verwerving door de Spaanse Staat lijkt een eind te zijn gekomen aan de lange, gevaarlijke omzwervingen van het manuscript, dat de auteur schreef tijdens zijn verblijf als student met een beurs aan de New Yorkse Universiteit van Colombia. Die het overigens benauwd kreeg van deze “duistere stad” van “trillende zwermen motten”
Het pessimisme van Lorca (1896-1936) lijkt een voorteken. Want het gedicht is gedateerd, precies zes dagen voor het uitbreken van de beurskrach van de 29ste oktober 1932; de val van de Beurs in Wall Street die het kapitalisme schaakmat zette.
Jaren later, in de winter van 1935, deed de dichter deze enige kopie van het handschrift cadeau aan zijn vriend Miguel Benítez Inglot. Hoewel Lorca er niet toe overging om het te herschrijven, ondanks, dat hij het daar wel over had in de getypte brieven die op woensdag 28 november 2007 bij Sotheby’s geveild zijn.
“Ik vraag je met klem het gedicht ‘Crucifixión’ per post terug te sturen. Omdat jíj de enige bent die het heeft en ik er geen kopie van heb bewaard.” Zo vraagt Lorca aan zijn vriend, waarbij hij dan nog in de tekst lovend opmerkt: “Het is het beste wat het boek (’Poeta en Nueva York’) heeft.
Het standbeeld van Federico Garcia Lorca in Madrid.
Benítez antwoordde niet en na het fusilleren van Federico Garcia Lorca, op 18 augustus 1936, wist niemand meer iets af van het handschrift.
Het gedicht komt dan ook niet voor in de eerste edities van ‘Poeta en Nueva York’ in 1940. Ook niet in die van Norton (Verenigde Staten) en niet in die van Séneca (Mexico).
Het was is 1950 toen Benítez, die het manuscript verborgen hield in een exemplaar van ‘Romancero gitano’ - een ander topwerk van Lorca -, de tekst overhandigde aan de Canarische dichter Agustín Millares Sall. Deze is een broer van de schilder Manolo Millares. Agustín Millares Sall publiceerde het gedicht, samen met de twee getypte brieven, in het tijdschrift ‘Planas de Poseía.
Vanaf toen is “Crucifixión” opgenomen in de daaropvolgende edities van ‘Poeta de Nueva York’, terwijl de familie Millares tot op heden in bezit bleef van het handschrift en van de twee brieven die op de typemachine waren geschreven.
De erven van de Canarische dichter Agustín Millares Sall besloten, zoals ze herhaaldelijk hebben verklaard, het manuscript via Soteby’s te verkopen, “omdat het ‘risico’s liep’, vanwege de slechte staat waarin het verkeerde.”











